
Stabiliteit en gezelligheid in Streefkerks Thomashuis
NieuwsSTREEFKERK • De dankbaarste mensen van ons land, dat zijn de ouders van Thomashuisbewoners.Dat ervaren Piet en Ellen Breure, zorgondernemers van het Thomashuis Streefkerk. Ze ontmoeten en spreken deze ouders regelmatig.
Het echtpaar leeft en woont zeven dagen per week samen met negen bewoners met een verstandelijk beperking. Hun kleinschalige woonvoorziening is één van de 119 Thomashuizen in Nederland. “Grondlegger was Hans van Putten”, vertelt Piet aan de grote tuintafel op het terras, met een half oog op bewoner Stenie, die trots met een brommende grasmaaier over het gazon kriskrast. “Van Putten had een zoon Thomas, maar was het niet eens met het beleid binnen bestaande instellingen. Daar gaat zeker een derde naar overhead. Bij ons beheren ouders het persoonsgebonden budget (pgb) en wij maken met hen een overeenkomst over wat we kunnen bieden. We doen dit werk met een klein team van vaste medewerkers.”
Even ingrijpen
Halverwege een zin over de visie van zijn tehuis springt Piet op van zijn stoel. Het snoer van de grasmaaier is om het wiel gewikkeld en Stenie staat er hulpeloos bij. “Even ingrijpen.” Na zijn reddingsactie vervolgt hij: “We willen een zo normaal mogelijke warme gezinssituatie creëren waarin bewoners zichzelf kunnen zijn. We kijken vooral naar wat een bewoner wél kan.” Met een knikje naar Stenie: “Hij heeft er best een tijd over gedaan om te leren maaien en als ik er niet bij ben gaat hij zigzaggend over het gazon, maar hij vindt het ontzettend leuk. Meestal doen we het samen. Hij geniet van de aandacht en het tuinieren.”
Bij de poort arriveert een auto. Bewoner Saskia stapt uit, opent de poort en loopt het terras op. “Ik heb nieuwe schoenen uitgezocht”, vertelt ze aan Piet. “We zijn samen wezen shoppen en hebben geluncht op een terras”, zegt Ellen als ze even later ook aanschuift. Saskia glundert en laat twee tasjes met kleding zien. “Het was supergezellig. We hebben croquetten gegeten, met brood.”
Knikkerzakken
Een deel van de bewoners gaat overdag naar externe dagbesteding, zoals een zorgboerderij in Groot-Ammers en 100% leuk van sterk@werk. Een ander deel werkt in de Thomassjop, ongeveer om de hoek van het Thomashuis, in de Kerkstraat. Ook Saskia werkt daar. “Ik maak knikkerzakken”, vertelt ze. “We hebben een winkeltje en maken allerlei cadeautjes.”
Ellen: “Als de bewoners thuis zijn doen ze wat iedereen doet in zijn vrije tijd: tv kijken of naar de stad gaan bijvoorbeeld. Er zijn er die het nodig hebben om een middag op hun kamer te zitten, om bij te komen. Het is net als thuis, daar zie je ook wat een kind nodig heeft.” Saskia: “Op vrijdag ga ik altijd zwemmen. Met Stenie, Miranda en Evert uit het Thomashuis.” Ellen: “En op woensdag gaan de anderen zwemmen. Eén bewoner gaat fitnessen met Piet. Ook proberen we dagelijks een stukje te wandelen met ze. Dat is goed voor ons.” Saskia knikt instemmend.
Bijna familie
Als zich een nieuwe bewoner meldt bekijken Piet en Ellen of die past bij de rest van het ‘gezin’. Ellen: “Iedereen is van harte welkom, als hij of zij maar bij ons past. We zorgen ervoor dat de sfeer goed is en blijft.” Ze geeft Saskia een aai over haar bol en zegt met een glimlach: “Ze worden bijna familie van je.” Ook iemand die bovengemiddeld veel zorg nodig heeft kan wonen in een Thomashuis. Piet: “Iemand die meer zorg moet krijgen heeft een groter zorgbudget.” Ellen: “Dan kun je meer personeel inzetten.”
Niet alleen de bewoners, ook Piet en Ellen voelen zich op hun plek in het Thomashuis. Piet: “We werken al ons hele leven met mensen met een verstandelijke beperking.” Ellen: “In een Thomashuis zijn de lijntjes kort, met ouders, bewoners en personeel. Als er iets speelt kun je gelijk in gesprek gaan of het oplossen. In een instelling moet je het eerst met leidinggevenden bespreken, dan moet er bijvoorbeeld een psycholoog bij komen. Intussen wordt het probleem alleen maar groter. Het mooiste is dat je hier gelijk kan handelen. En de saamhorigheid is heel groot, met bewoners, personeel en de wettelijk vertegenwoordigers. Daar knok ik ook voor. Ik wil hier harmonie.”
Toplui in dienst
Om af en toe echt even los te kunnen zijn van hun cliënten vertrekken Piet en Ellen zo nu en dan naar hun stacaravan. Ellen: “Personeel blijft dan slapen. We hebben toplui in dienst. Als er s ‘nachts wat is kunnen de bewoners op de deur kloppen. We draaien nu tien jaar en zijn drie keer wakker gemaakt.”
Stenie heeft eindelijk tijd om zijn grasmaaier even te laten staan. Ook hij vindt het ‘leuk’ hier. “Hoe moet ik dat uitleggen”, zegt hij terwijl hij met twee handen over zijn gezicht wrijft en nadenkt. “In het vorige huis… mijn ouders zijn toen gaan zoeken… wat is een betere plek voor Stenie? Toen kwam ik in Streefkerk.” Hij lacht. “Hoe leuk was dat!”
Appeltaart
Piet: “In zijn vorige tehuis waren veel wisselingen.” Stenie knikt. “Dat vond ik niet fijn. Ik help Piet ook, op woensdag. Op dinsdag en donderdag werk ik in de Thomassjop, appeltaart maken. Dat doe ik elke week voor de meneer van de molen aan de Tiendweg. Mensen kunnen ook taarten bestellen. Dan moeten ze wel op tijd zijn.”
Bewoner Greet loopt met wasgoed de tuin in. Samen met Ellen doet ze elke woensdag de boodschappen. Ellen: “Greet weet het precies als de thee op is en of we nog koekjes mogen hebben.” Greet wil wel even vertellen hoe ze het vindt in het Thomashuis. “Leuk. Ik woon hier al bijna tien jaar en ik ben de oudste hier. Aan het begin was ik de enige dame. Ik doe mijn eigen was en ik vouw de handdoeken op.” Met een blije blik op Ellen: “Binnenkort gaan Ellen en ik iets leuks doen samen.”






















