• Piet van Assendorp en zijn kleindochter Sophie voor de 'opknapwoonwagen' aan de ingang van het Arkelse woonwagenkamp.
• Piet van Assendorp en zijn kleindochter Sophie voor de 'opknapwoonwagen' aan de ingang van het Arkelse woonwagenkamp. Foto: Geurt Mouthaan

Piet van Assendorp uit Arkel: Knokken voor de reizigers

26 dec, 09:09 Algemeen 2.239 keer gelezen

ARKEL • Al jarenlang zet Piet van Assendorp uit Arkel zich als voorzitter van de landelijke Vereniging Behoud Woonwagencultuur in Nederland in voor het voortbestaan van de manier van leven van de reizigers. Met succes: de woonwagencultuur maakt inmiddels deel uit van ons immaterieel erfgoed én het ‘uitsterfbeleid’ van woonwagenkampen is van de baan.

De geschiedenis van de afgelopen zestig, zeventig jaar komt voorbij in de foto bij dit artikel. Op de achtergrond een klassieke woonwagen waarmee de reizigers tot in de jaren zestig mee door Nederland trokken. Hij staat aan de ingang van het woonwagenkamp in Arkel. “Deze gaan we helemaal in perfecte staat terugbrengen”, vertelt Piet van Assendorp. 

Hijzelf vertegenwoordigt de generatie die het reizen alleen van overlevering kent en gewend is aan het leven in woonwagenkampen, wettelijk verplicht sinds de woonwagenwet van 1968. Op zijn arm zit kleindochter Sophie, toonbeeld van de toekomst. “Jarenlang heb ik geknokt om hier op ons kamp nieuwe standplaatsen te mogen realiseren. Dat is gelukt en hopelijk kan zij straks hier haar eigen woonwagen betrekken.”

Het Arkelse woonwagenkamp, het enige in de gemeente Molenlanden, bestaat uit zes onderkomens langs de Dorpsweg, grenzend aan de voetbalvelden. De bebouwde kommen van Arkel en Hoogblokland zijn vlakbij, maar tegelijkertijd vormt het kamp een eigen besloten wereld. “Die vrijheid is voor ons heel belangrijk. Mijn opa, Piet van Dooren, vestigde zich hier in 1974. Zijn broer voegde zich bij hem; mijn vader en moeder woonden hier vanaf 1978. Zo breidde zich dat langzaam verder uit. We zijn hier nog steeds allemaal familie van elkaar. De deur staat altijd voor iedereen open, we lopen heel makkelijk bij een andere wagen binnen voor een praatje of een kop koffie. Dat geldt trouwens ook voor andere kampen. En of je kunt zien of iemand een reiziger is?” Met een lach: “Ik zie het van een kilometer afstand. Het is een bepaalde houding die je meteen herkent. En anders merk je het aan de tongval en het feit dat iemand onze taal, het Bargoens, spreekt.”

Zijn activiteiten voor Vereniging Behoud Woonwagencultuur gingen van start in 2012. Van Assendorp pakte toen de telefoon op om te kijken of er ruimte op het kamp was voor een nieuwe woonwagen voor zijn oudste zoon. Hij liep aan tegen het ‘uitsterfbeleid’ voor woonwagenkampen. “Bij overlijden van de bewoners moest de woonwagen weg en mocht er geen nieuwe komen. Zo zouden op termijn de kampen verdwijnen. Dat was wettelijk vastgelegd in 2006.”

De strijd om dat aan te vechten nam jaren in beslag en voerde tot aan het Europese Hof van de Rechten voor de Mens. De uitslag: het ‘uitsterfbeleid’ heeft geen wettelijke basis meer. Dat betekent niet dat de Vereniging Behoud Woonwagencultuur op de lauweren kan rusten. “De voortuitgang is er, maar die is wel onder dwang bereikt. Er is nog steeds met veel gemeenten een problematische verhouding. Ik schat dat van de 1150 woonwagenkampen er zo’n vijftig een goede relatie hebben met de gemeentelijke overheid. Hier in Molenlanden vormen wij daarvan een voorbeeld. Niet voor niets krijgen wij de ruimte om volgend jaar met drie standplaatsen uit te breiden en is er op de langere termijn uitzicht op nog drie standplaatsen. Daarmee kunnen wij onze manier van leven hier in stand houden.”

De verhouding met het wettelijk gezag is in veel gevallen gespannen; aan de ene kant komt dat door criminele activiteiten waarmee woonwagenkampen vaak het nieuws halen, aan de andere kant is er de houding van de overheid zelf. “Al meer dan honderd jaar voelt het voor ons alsof we hier eigenlijk niet gewenst zijn. De overheid heeft altijd moeite gedaan om de manier van bestaan van de reizigers tegen te gaan. Mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats zijn nu eenmaal lastig te controleren. En dat terwijl de band met de burgers van oudsher juist wel goed was. Zij zagen ons graag komen, als handelaars, entertainers en als brengers van nieuws. Die verhoudingen zijn in Arkel ook heel goed. We leven op onszelf, maar de kinderen gaan hier naar school en op de voetbal. Ik verwacht ook dat, ondanks dat we onze manier van leven zullen houden, de afstand daardoor in de loop van de jaren wel kleiner zal worden.”

Geurt Mouthaan

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie