<p>Welzijnsmedewerker Natascha van Empel begeleidt bewoners van Woonzorgcentrum Walstede bij hun balspel op het jeu de boules-baantje.</p>

Welzijnsmedewerker Natascha van Empel begeleidt bewoners van Woonzorgcentrum Walstede bij hun balspel op het jeu de boules-baantje.

(Foto: Jan Bouwhuis)

Jeu de Boules in tuin van Woonzorgcentrum Walstede

  •   keer gelezen

TIEL • Op de eind april van dit jaar geopende jeu de boules-baan in de beweegtuin van Woonzorgcentrum Walstede mag wat vaker worden gespeeld. “Hij ligt er, maar er wordt maar een keer in de week gebruik van gemaakt”, vertelt de 74-jarige Ad Kegelaar, een van de initiatiefnemers. Het baantje voor het verpleeghuis werd - net als de rest van de beweegtuin - eind april feestelijk geopend, nadat in de cliëntenraad was gesproken over wat er met de tuin moest gebeuren toen de prachtige, eeuwenoude ‘Walstedeboom’ was gekapt.


“Het was daarna een zootje”, aldus Kegelaar, die als enige bewoner van Walstede lid is van de cliëntenraad. “Een nieuw boompje wílde niet en het terras was te klein. De toenmalige voorzitter, Tineke van Dalen, opperde een nieuw terras aan te leggen, zodat er wat meer schaduw zou komen. We hebben toen gezegd: waarom niet meteen ook een beweegtuin? De voorzitter heeft de plannen vervolgens uitgewerkt, samen met de manager.”

Competitiegroepje
Kegelaar vindt het ook jammer dat de jeu de boules-baan nog weinig wordt gebruikt. “Het plan was om met z’n vieren, inclusief mezelf, een competitiegroepje te vormen”, vertelt hij, “maar dat is niks geworden. Nu worden mensen die willen jeu de boulen elke donderdagmiddag door vrijwilligers van boven opgehaald om voor hun plezier te spelen. De baan wordt nu dus wél actief gebruikt, net als de beweegtuin. Het mooie ervan is dat beweegagogen met mensen in de tuin kunnen wandelen en oefeningen kunnen doen. Daardoor krijgen we nu ook subsidie. Dat is mooi, want het heeft wél een paar centen gekost.”

Ad Kegelaar is erg actief. En hij weet de weg als dingen geregeld moeten worden. “Ik ben van jongs af aan vrijwilliger geweest”, zegt hij. “Bij het Rode Kruis, samen met mijn dochter, maar ik was bijvoorbeeld ook actief bij de SCW. En ik ben lid van de Oudheidkamer.” In zijn werkzame leven was Kegelaar chauffeur. Hij reed onder andere voor bodedienst Van Os. “Met een DAF 1600 vrachtwagen”, herinnert hij zich. “Later ook met een trailer.” 

Buschauffeur
Vanaf 1969 was hij buschauffeur, in dienst van de Betuwse Streekvervoer Maatschappij (BSM). Om gezondheidsredenen moest hij in 2003 met zijn werk stoppen.
Ook met ‘zijn hoofdprijs’ Bets, met wie hij inmiddels 52 jaar getrouwd is, ging het niet goed. “Zij kreeg een zeldzame diabetesaandoening en had 24 uur per dag zorg nodig. Uiteindelijk zijn we hier in Walstede terechtgekomen. Ik mocht met mijn vrouw mee, want ik had zelf ook een indicatie. We wonen hier nu vier á vijf jaar. Eerst boven, maar nu - op ons verzoek - beneden.” Ad Kegelaar had wel tijd nodig om te wennen aan zijn nieuwe situatie. “Het begint nú gelukkig te komen”, zegt hij. “Weet je, ik ben altijd een vrije jongen geweest.”
Een paar jaar geleden leverde hij nóg een stukje vrijheid in. “Ik besloot te stoppen met autorijden en heb m’n rijbewijs niet meer laten verlengen. Dat rijbewijs had ik sinds 1965. Eerst reed ik in een luxe wagen, een Skoda. Later in een Opel Blitz, waarin ik mijn  vrachtwagenrijbewijs heb gehaald. Daar lagen betonblokken achterin, voor de balans.” Voor autorijden vindt Ad kegelaar zichzelf niet langer geschikt. “Als je weet wat een fractie van een seconde kan betekenen”, zegt hij. “Een ongeluk zit in een klein hoekje. Nee, ik vind het goed zo. Als je kijkt hoe druk het op de weg is geworden...”

Zorgboerderij
Ad Kegelaar zet zich niet alleen voor Walstede in. Hij is ook een dag in de week actief op zorgboerderij De Hoogbroek in Lienden, samen met zo’n dertig anderen, van oud tot jong. “Ik doe daar van alles. Zo’n vier jaar terug ben ik begonnen met koken voor vier of vijf mensen. En, toen ik nog wat beter was dan nu, knipte ik de heg en maaide ik ‘t gras. En ik heb er snijbonen geplukt. Er is een goede sfeer en we drinken buiten samen koffie.”

‘Gevangenisstraf’
De coronatijd, die nog altijd niet voorbij is, heeft Ad Kegelaar als vreselijk zwaar ervaren. “Als een gevangenisstraf”, zegt hij. “En het raakt me nog steeds wat ik hier heb gezien. Ik observeer veel, hoor veel. Ik zag mensen waar de eenzaamheid, het verdriet en de ellende vanaf straalde. Eígenlijk is het niet te vertellen als je er niet in zit. Je moet het zelf ervaren, anders blijft het te oppervlakkig. Er zijn mensen door de eenzaamheid weggevallen. Ik werd er zélf agressief van. Niet fysiek, maar verbaal. Niks was goed.”
“Mensen mochten niet van de kamer af”, vertelt Kegelaar met tranen in zijn ogen. “Het was een ellendige periode. Wij zijn nog vijf dagen naar Arcen geweest en moesten, toen we terugkwamen, vijf dagen in quarantaine. We zijn wel allemaal gevaccineerd.”

Kalm blijven
Ad Kegelaar heeft nog wel een tip voor als het met corona opnieuw uit de hand zou lopen. “Accepteren en kalm blijven”, zegt hij beslist. “Maar ik denk wel, dat is mijn visie: Het wordt een onderdeel van het leven. Straks moeten we, net als de griepprik, elk jaar een coronaprik halen.”

Rob Zantinge

Rob Zantinge
Redacteur
Ontvang 'm elke week gratis > Meer berichten