Logo hetkontakt.nl/leerdam

Vaklui in de ban van glas

  •   keer gelezen

LEERDAM • Arie Kleijn en Marco Lopulalan vieren deze maand hun jubileum. Kleijn is 40 jaar verbonden aan Royal Leerdam Crystal; Lopulalan 25 jaar. Een interview met twee vakmannen.


Zachtjes blaast Marco Lopulalan lucht door de pijp; aan het uiteinde licht het glas op. Onder zijn behoedzame handen ontstaat langzaam maar zeker een wijnglas. Arie Kleijn assisteert. Opperste concentratie van twee vaklieden. Later volgt de uitleg, als een liefdesverklaring. “Je voelt de warmte, ziet die stroperige massa van dat vloeibare glas. Een vormeloze klomp gloeiend kristal: daar kun je van maken wat je maar wil. Fascinerend. Daar word je door gegrepen. Maar ook: je moet alert blijven. Je krijgt één kans: één foutje en het is weg.”

Tweede huwelijk

Zelf omschrijven ze hun ‘relatie’ als een tweede huwelijk. “We zien elkaar vaker dan onze echtgenotes.” En inderdaad: Arie Kleijn (56) en Marco Lopulalan (43) delen veel. Met name hun tomeloze passie voor glas. Een verslavende familiekwaal: hun (groot)ouders leefden hun die liefde voor.

Kleijn was nog maar net klaar met de LTS toen hij als vakantiewerker in de glasfabriek terecht kwam. “Ik stond aan de lopende band, maar eigenlijk vond ik dat niks. Ze vroegen een leerling glasblazer; ik heb meteen gesolliciteerd. Dat wilde ik worden. Ik werd aangenomen, prachtig vond ik dat. Waarom? Tja, mijn vader was ook glasmaker, we hadden nogal wat glaswerk thuis. Ik liep er altijd naar te kijken. Dat glas trok gewoon. Ik had voor timmerman geleerd. Daar heb ik helemaal niks mee gedaan. Niet erg. Ik mocht Arie van Loopik en Leen van der Linden assisteren bij het blazen van kelken en karaffen. Prachtig. Mooie tijd was dat; toen werkten er hier op de afdeling nog 35 man.”

Paplepel

Marco Lopulalan verging het net zo. “Ik was gek op glas. Opa was kelkenmaker, mijn moeder heeft 35 jaar in de Kristalwinkel gewerkt. Het is me gewoon met de paplepel ingegoten. Ik was achttien en deed vakantiewerk in de fabriek; stond bij de flessen. Ik hoorde dat er zes vacatures waren als glasblazer. Er kwamen 160 man op af, ik was één van de gelukkigen.” Ook als het over de opleiding bij de fabriek gaat, komen hun verhalen overeen. Arie moest een dag in de week naar school en kreeg als aankomend glasblazer en -maker les van Van Loopik en Siem van der Marel. In de tijd van Marco was de theoretische vorming naar de zaterdag verplaatst.

“Ik kreeg ook les van Arie van Loopik, een uitstekende leermeester. Hij bracht ons de theorie bij, de techniek, de liefde voor het glas; alles eigenlijk. Hij kon dat geweldig, had grote didactische gaven.”

Dat betekende niet dat iedereen de opleiding succesvol afrondde. “Veel jongens vielen af”, herinnert Kleijn zich. “Die hadden geen aanleg. Of misschien geen doorzettingsvermogen. Het lukte gewoon niet. Trouwens: ik heb als assistent-glasmaker nog met Copier gewerkt. Floris Meij-dam liep hier in die tijd ook rond. Ik keek enorm tegen die mannen op. Durfde uit mezelf niks tegen ze te zeggen; dat waren grootheden hoor.”

Strenger

Lopulalan reageert bijna jaloers: “Heb jij die meegemaakt Arie? Dat heb ik gemist.” Kleijn en Lopulalan zijn het er over eens dat de ‘mores’ vroeger heel wat strenger was dan tegenwoordig. “Als er iets mis ging, werd je voor rotte vis uitgemaakt en kreeg je zo een klap voor je kop. Streng? Ach, het was vooral duidelijk: je wist waar je aan toe was. Als een opdracht mislukte, zeiden ze: maak er nog maar 100. Daar is tegenwoordig geen tijd voor.”

Smeerolie

Uiteindelijk kwamen ze beiden goed terecht. Marco als meester glasmaker en productiemanager van de fabriek, Arie als glasblazer, glasslijper, inkoper en kwaliteitscontroleur die Marco waar nodig assisteert. Lopulalan: “Arie is de smeerolie van het bedrijf. Zonder hem gebeurt er niets.”

De afdeling is in de loop der jaren beduidend kleiner geworden. Anno 2012 zijn er in totaal nog dertien, veertien ‘man’ bij het glasblazen betrokken, waarvan nog maar drie actief op de werkvloer. Maar het werk is hetzelfde gebleven. Marco en zijn collega’s maken handgemaakte wijnglazen, karaffen, schalen, kommen, vazen en sier-objecten. Daarnaast worden unica’s vervaardigd, kunnen klanten op bestelling hun logo ‘vertalen’ in kristal, is men druk met relatiegeschenken en heeft men een eigen collectie. Bovendien worden ook nieuwe modellen gemaakt die later in de fabriek in productie worden genomen. ’s Morgens als het glas ‘mooi rustig’ is en de concentratie het grootst, wordt gewerkt aan fraaie wijnglazen; ‘s middags worden andere objecten geblazen.

Techniek

“De techniek is hetzelfde gebleven; glasblazen blijft glasblazen. Maar: de omstandigheden zijn wél veranderd. Vroeger was je met vijf, zes man bezig met één wijnglas; nu doe je dat nog maar met z’n tweeën. En ook: destijds wogen de voorwerpen hooguit drie kilo. Het wordt allemaal zwaarder. Tegenwoordig maken we kommen van tien kilo per stuk. Voor de glasdagen hebben we in anderhalve week 27 kunstwerken gemaakt van Carina Riezebos. Dat was aanpoten.”

In al die jaren hebben Kleijn en Lopulalan hun liefde voor het glas niet verloren. Sterker nog: ze komen er niet over uitgepraat. “Het is meer passie en hobby dan werk”, benadrukken beiden. “Het is nog steeds een uitdaging. We doen het nog altijd met zoveel plezier; het verveelt geen moment.”

Sterker nog: pensionering - in deze tijd een geliefd gespreksonderwerp - Marco Lopulalan moet er niet aan denken. “Het maakt me echt niet uit om een paar jaar langer door te werken. Niks doen? Ik moet er niet aan denken. Alleen het idee al. Als ik de leeftijd heb en nog gezond ben, zou ik graag mijn kennis overdragen aan anderen. Arie van Loopik is 78 en ‘blaast’ nog elke week. Dat is toch prachtig.”

Elke woensdag het nieuws uit Leerdam per e-mail
Meer berichten
CustomHtml_2
 

Agenda

Organiseert u een evenement?
Laat het ons weten!

Klik hier