Logo hetkontakt.nl/krimpenerwaard
• Huig Markus bij de plek waar zijn vader ooit met een stengun in de berm lag.
• Huig Markus bij de plek waar zijn vader ooit met een stengun in de berm lag. (Foto: Floris Bakker)

‘Namen van leden verzetsgroep horen op bordje’

  •   keer gelezen

BERKENWOUDE • De viering van de bevrijding van Nederland, dit jaar precies 75 jaar geleden, viel door corona compleet in het water. Ook het kunstwerk dat herinnert aan de wapendroppings is nog altijd niet onthuld.


Het stalen onderstel staat al op de rotonde op de N210, bij de afslag Berkenwoude. En er is ook een perkje met rozen aangelegd. Maar het vliegtuig, het eigenlijke kunstwerk, is er nog niet. Dat er iets komt op de rotonde, vindt Huig Markus wel mooi. Over het bordje - met daarop de namen van Engelse piloten - is de 78-jarige Perkouwer minder enthousiast. “Zet daar de namen op van de leden van de verzetsgroep uit Berkenwoude op. Die liepen het grootste gevaar door de Duitsers opgepakt te worden.” 

Containers
Hoeveel droppings er exact zijn geweest? Markus houdt het op vijf, “maar anderen zeggen weer dat het er minstens twaalf zijn geweest.” De containers - grote ronde metalen bussen - die met parachutes in ‘44 en ‘45 vanuit Engelse vliegtuigen boven de Krimpenerwaard naar beneden werden gegooid, zaten vol wapens en explosieven. Hoofdzakelijk bedoeld voor het verzet in Rotterdam.

Markus’ vader was lid van de verzetsgroep uit Berkenwoude die nauw betrokken was bij deze wapendroppings. De groep ontstond na een bezoek van verzetsman Karel van Ginkel aan het dorp. “Van Ginkel kwam uit Leusden en had zich gespecialiseerd in wapendroppings”, zegt Markus. “Door de geïsoleerde ligging zag hij de Krimpenerwaard als een ideale plek voor die droppings. Het was hier ’s avonds donker en stil. Grote wegen waren er in die tijd niet, enkel wat polderweggetjes. Bovendien zaten er geen Duitsers in Lekkerkerk en Berkenwoude.”

Van Ginkel gaat in die tijd op bezoek bij burgemeester Marius Gautier en vertelt hem voorzichtig dat hij mensen zoekt voor een geheim plan. De burgemeester brengt hem in contact met slager Cor de Leede die in de Dorpsstraat woont. Markus: “De Leede zat zelf in het plaatselijke verzet en kende alle andere verzetsmensen uit de buurt.” Van Ginkel gaat tijdelijk in het huis van De Leede wonen. 

Varkenshok
Al snel neemt hij contact op met Huig Markus sr, die zich heeft verstopt in een varkenshok op een eilandje in het Lekkerkerks boezemgebied. “Mijn vader had een transportbedrijf met één vrachtwagen. Toen hij voor de Duitsers moest rijden, weigerde hij dat. Hij verstopte zijn vrachtwagen bij een bevriende boer en besloot onder te duiken.”

Markus is direct enthousiast als hij hoort van de plannen van Van Ginkel. Hij wijst de verzetsman op de weilanden van zijn neven, de gebroeders Noordergraaf. Die liggen tussen het Loetbos en Lekkerkerk. De provincialeweg is er dan nog niet. Van Ginkel vindt het een geschikte plek voor de droppings en legt contact met Engeland. Enkele dagen later vliegt er een toestel boven de weilanden om foto’s te maken. De Engelsen noemen het een prima gebied. 

Een groep van twaalf verzetsmensen - waarvan de meeste uit Berkenwoude komen - moet de goederen op de grond in veiligheid brengen. Het ging volgens Markus om heel gewone mensen, zoals een bakker, caféhouder, een boer en het hoofd van de school. “Ze beseften zich wel dat ze gevaar liepen als ze mee zouden doen. Ik denk dat het slecht met hen en zelfs het hele dorp was afgelopen als de Duitsers hadden ontdekt waar ze mee bezig waren.”

Om zichzelf te beschermen, krijgen de mannen schietlessen van Van Ginkel. “Dat gebeurde in een schuur bij de Jacobshoeve langs het Westeinde. Ze schoten op balen stro, maar de kogels vlogen er dwars doorheen. Dat niemand ooit iets heeft ontdekt is echt een wonder. Zeker als je bedenkt dat er tegenover de boerderij NSB’ers woonden.” 

Boodschappen
De verzetsgroep krijgt via Radio Oranje te horen wanneer de Engels wapens komen droppen. Er worden allerlei verborgen boodschappen doorgegeven die alleen de verzetsmensen snappen. Markus: “Als er een wapendropping zou zijn in de Krimpenerwaard, was de afspraak dat dan de slagzin ‘rozen zijn rood’ zou klinken.”

Met seinlampen is het afwerpterrein goed zichtbaar voor de vliegers. Wel worden die zo afgeschermd dat de lichtstralen recht omhoog schijnen. De droppings in de Krimpenerwaard zijn bijna allemaal succesvol. Er stort geen enkel vliegtuig neer niemand wordt verraden. Eén keer gaat het bijna mis als er aan het eind van de Kerkweg in Berkenwoude een container vol explosieven in een boom belandt en ontploft. De Duitsers komen er direct op af. Huig’s vader moet in het aardedonker in de berm langs de Graafkade de wacht houden, met zijn stengun in de aanslag. “Gelukkig reden de Duitsers voorbij en kwamen ze pas de andere dag weer terug.”

De wapens die de verzetsgroep verzamelt worden in een dubbele bodem van een melkwagen naar Rotterdam (en later naar Gouda met een schouw) vervoerd. Zo leveren de droppings een belangrijke bijdrage aan de bevrijding van Nederland. Iets om trots op te zijn. Toch praat de vader van Huig er na de oorlog nog maar zelden over. “Alleen toen Piet Prins bij ‘m kwam, heeft -ie uitgebreid zijn verhaal gedaan. Helaas is mijn vader, net voor het verschijnen van Prins’ boek ‘Wapens in de winternacht’, overleden.” 

Floris Bakker
Redacteur / coördinator van Het Kontakt Krimpener- en Lopikerwaard
Volg @BakkerFloris op twitter >
Ontvang 'm elke week gratis > Meer berichten