Logo hetkontakt.nl/krimpenerwaard
• Erik Heijkoop tijdens een patrouille in Brussel.
• Erik Heijkoop tijdens een patrouille in Brussel. (Foto: aangeleverd)

‘Eriks hart is blijven kloppen, het klopt nu in een ander’

  •   6369 keer gelezen

KRIMPEN A/D IJSSEL • Een noodlottig ongeval met een vuurwapen maakte op 4 juni een einde aan het leven van de 27-jarige militair Erik Heijkoop uit Krimpen aan den IJssel. 

Eigenlijk komt het te vroeg, is het verdriet nog te groot. Toch doen Kees en Erna Heijkoop hun verhaal, al is het maar om iets uit de wereld te helpen. De dood van hun zoon Erik was beslist géén wanhoopsdaad. “Een Vlaamse krant had het zo gebracht, maar het is gewoon niet zo”, benadrukt Erna. “Als er iemand positief in het leven stond, was het onze Erik wel.” 

Erna zat op haar werk toen ze op vrijdagmiddag 29 mei een telefoontje kreeg. “Ik zag dat het een nummer uit België was en dacht meteen: ‘da’s niet goed, er is iets mis’.” Haar voorgevoel bleek te kloppen. Aan de andere kant van de lijn hing de kapitein van het Belgische bataljon waar Erik toe behoorde. “Hij vertelde dat Erik levensgevaarlijk gewond was geraakt bij een ‘schoot incident’ op de kazerne.”

Coma
Erna en haar man stapten in de auto en reden zo snel mogelijk naar België. Naar het Erasmus Ziekenhuis in Brussel waar Erik een operatie onderging om een kogel uit zijn hoofd te verwijderen. Na de operatie werd hij in coma gehouden, om zijn lichaam de tijd te geven te herstellen. Dat gebeurde niet. In de dagen erna verslechterde zijn situatie. Op 4 juni stopten alle functies in zijn hersenen en overleed Erik. Hij was pas 27 jaar oud.

Zijn ouders besloten zijn organen af te staan, om anderen te helpen. “Erik had ooit eens tegen ons gezegd dat ze ‘alles eruit mochten halen’ als hem iets zou overkomen”, zegt Kees. “Toen wij dat tegen de vrouwelijke arts zeiden, moest ze huilen. Met zijn hart, lever, longen en nieren heeft hij minstens vijf mensen blij gemaakt. Je krijgt je zoon er niet mee terug, maar het voelt goed. Eriks hart is altijd blijven kloppen, het klopt nu alleen in een ander.” Later vond Erna zijn donorcodicil. “Dat was de bevestiging dat Erik het écht zo had gewild.” 

Erik was thuis de middelste van drie broers. Erna beschrijft hem als een sociale en optimistische jongen met gevoel voor humor. Hij stond altijd voor een ander klaar. “In de weekenden was hij vaak wel ergens aan het klussen. Hij had een grote sociale kring en veel vrienden met wie hij op zaterdagavond op stap ging. Erik leefde een leven van uitersten, van hollen of stilstaan. Hij kon de hele dag met van alles bezig zijn om vervolgens ’s avonds op de bank als een blok in slaap vallen.”

Politie
Al van jongs af aan wilde Erik bij de politie, net als zijn beide ouders. Op zijn achttiende meldt hij zich aan, maar wordt -ie afgewezen. Ook bij defensie lukt het niet; een blessure zit ‘m in de weg. Hij laat zich niet uit het veld slaan, merkt Kees. “Via een vriend hoorde hij dat je bij het Belgisch leger kon solliciteren. België staat, als één van de weinige landen, EU-burgers toe tot haar krijgsmacht. Dat leek ‘m wel wat.” Tot zijn eigen verbazing wordt Erik aangenomen. Na een militaire basisopleiding in Leopoldsburg mag Erik de felbegeerde baret opzetten. Zijn oma reikt ‘m uit. “Dat vond hij heel bijzonder, want die twee hadden echt een klik.”

Zijn Belgische kameraden moeten in het begin wennen aan die Hollander met zijn harde ‘g’ en directe houding. Toch ligt Erik goed in de groep. “In het Belgische leger heerst een sterke hiërarchie”, weet Kees. “Dat weerhoudt hem er niet van om vragen te stellen aan militairen met een veel hogere rang, iets dat z’n maten nauwelijks durven. Erik zei wat hij dacht, maar deed dat altijd wel met respect.”

Zijn zoon was niet van het stilzitten en deed op de kazerne allerlei klusjes. “Hij leerde daardoor veel mensen kennen en die zagen hem graag. En of het nou een soldaat of de luitenant-kolonel was: Erik was altijd Erik. Een keer stond ‘ie met z’n oude Volkswagen Lupo voor de slagboom van de kazerne. Daar stond een generaal te wachten. Hij vroeg of de man een lift kon gebruiken. Met een touwtje moest hij de autodeur open doen. Het interesseerde Erik niks; hij wilde gewoon helpen.”         

Hoewel Erik het erg naar zijn zin had, wilde hij nog altijd het liefst aan de slag bij de politie. Hij meldde zich opnieuw aan, kwam door de selectieprocedure en mocht in oktober starten met de opleiding. Erna weet nog dat Erik met pijn in het hart zijn Belgische werkgever informeerde over zijn vertrek. “Uiteraard vonden ze het jammer, maar tegelijkertijd gunden ze hem die stap.” 

Erik verbleef gedurende de maand mei voor zijn laatste missie in Brussel, de stad waar het dreigingsniveau hoger ligt dan in Nederland. “Sinds de aanslagen op vliegveld Zaventem en in de metro bij station Maalbeek zet defensie permanent soldaten in om de politie bij te staan”, legt Kees uit. “Het leger patrouilleert op straat en beveiligt mogelijke doelwitten zoals ambassades, stations en synagogen.”

Ontladen
De 29e mei verloopt aanvankelijk niet anders dan anders. Op bewakingsbeelden is te zien dat Erik en zijn collega’s terugkeren van hun ronde door het centrum van Brussel en wat napraten op de binnenplaats. Dan gaat er iets gruwelijk mis. Bij het ontladen van zijn geweer schiet Erik zich door het hoofd. Zijn kameraden staan enkele seconden aan de grond genageld. Als de ernst van de situatie tot hen doordringt, verlenen ze eerste hulp. Iets waar Eriks ouders nog altijd dankbaar voor zijn. “Daardoor heeft Erik het langer volgehouden en hebben wij nog afscheid van hem kunnen nemen.”

Het lichaam van Erik wordt op 9 juni gerepatrieerd. “Hij zou die dag sowieso naar huis komen, naar Krimpen aan den IJssel. Dat het op deze manier zou gebeuren, hadden we nooit verwacht.” Vier dagen later Krijgt Erik een uitvaart met militaire eer. Langs de Krimpenerbosweg staat een erehaag van vrienden met fakkels. Zo’n zestig militairen uit België zijn aanwezig om hun maat de laatste eer te bewijzen. 

Ondanks het intense verdriet overheerst bij Erna en Kees de dankbaarheid. “Onze jongen heeft in zijn korte leven zóveel betekend voor anderen. En zelfs na zijn dood maakt hij anderen gelukkig, door voort te leven in mensen die een orgaan nodig hadden. Dat houdt ons op de been.” 

Voorlopig veranderen Erna en Kees niks aan de kamer van hun zoon. Dat Erna op een dag moet beginnen met opruimen, stemt haar intens verdrietig. “Een museum ga ik er niet van maken, maar we gaan er wel wat spulletjes leggen, zoals zijn bataljonsvlag en z’n paarse erekoord. Zijn baret krijgt een speciaal plekje. Daar was ‘ie supertrots op.” 

Elke dinsdag het nieuws uit de Krimpener- en Lopikerwaard per e-mail
Meer berichten
CustomHtml_5
 

Agenda

Organiseert u een evenement?
Laat het ons weten!

Klik hier


HET KONTAKT OP FACEBOOK }