• Hans Blom in de tuin van zijn huis langs de Meije, met in zijn hand de opgezette otter die een plek krijgt in de expositie van het bezoekerscentrum De Veenweiden in Alphen aan de Rijn.
• Hans Blom in de tuin van zijn huis langs de Meije, met in zijn hand de opgezette otter die een plek krijgt in de expositie van het bezoekerscentrum De Veenweiden in Alphen aan de Rijn. (Foto: Floris Bakker)

'Wachten tot otters tocht naar Krimpenerwaard maken'

  •   288 keer gelezen

KRIMPENERWAARD • Nu de otter na 50 jaar is teruggekeerd in de Reeuwijkse Plassen lijkt het een kwestie van tijd voor het hyperschuwe dier in de Krimpenerwaard opduikt. Toch zijn er nog wel wat barrières te slechten.

Rudi Terlouw moet even diep in zijn geheugen graven. De Ouderkerkse ecoloog was nog maar een schooljongen toen de laatste otter van de Krimpenerwaard dood werd aangetroffen. Het beest was in Berkenwoude in een visfuik terecht gekomen en verdronken. "Dat was ergens tussen 1968 en 1971. Sinds 1968 houd ik een natuurdagboek bij, daar staat het vast wel in." Of het ook echt de laatste was? "Dat durf ik niet te zeggen. Zo was de winter van 1963 de koudste van de twintigste eeuw. Misschien zijn toen al de laatste otters gesneuveld en was dit een passant." Dat de otter misschien binnen enkele jaren weer in de wateren van de Krimpenerwaard zwemt, noemt hij goed nieuws. "Hij komt hier van oudsher voor, dus hoort echt bij dit gebied."

Spraints
De otter is dichtbij, zo kan otterkenner Hans Blom bevestigen. Hij trof spraints (uitwerpselen) aan in de buurt van de Enkele Wiericke, een kanaal dat loopt tot aan de Hollandse IJssel bij Haastrecht. De vondst van een dode otter bij Driebruggen twee weken geleden is nóg een aanwijzing dat de soort zich vanuit het kerngebied, de Nieuwkoopse Plassen, verder verspreid over het Groene Hart. "Treurig natuurlijk, maar wel een bewijs dat jonge otters actief zoeken naar nieuwe leefgebieden. Het is wachten tot ze de tocht naar de Krimpenerwaard maken."

In 2013 ontdekten vrijwilligers van Natuurmonumenten voor het eerst sporen van de otter in de Nieuwkoopse Plassen. Niet veel later begonnen de dieren te paren. "Sindsdien is er elk jaar wel een nest jongen", zegt Blom. "Na een jaar worden de jongen door hun moeder verstoten en gaan ze op zoek naar een eigen territorium. Dat is een gevaarlijke periode voor ze, want al lopend kruisen ze drukke wegen. Elk jaar sneuvelt een kwart tot een derde van alle otters in Nederland, voornamelijk door het verkeer."

Nu de otter ook in de Reeuwijkse Plassen voorkomt is het wachten tot de eerste exemplaren in de Krimpenerwaard opduiken. Door het vele water is het gebied prima geschikt. "Bovendien is de Krimpenerwaard onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland, dus kan de otter zich er ook veiliger verplaatsen als het netwerk gereed is. De Krimpenerwaard hálen is een groter probleem."

Faunapassages
Want er liggen nog wel wat knelpunten. Blom noemt de Steinsedijk en de provinciale weg N228 ter hoogte van de Enkele Wiericke nabij het klooster van Haastrecht. "Een goede faunapassage onder de provinciale weg is essentieel. Die leg je niet alleen aan voor de otter, maar ook voor tal van andere diersoorten" Ook onder de N207 bij de Beijersche Bocht (Stolwijk) zou een passage kunnen helpen. "Een verbinding daar zorgt ervoor dat de otter verder kan trekken, richting Berkenwoude en De Loet bij Lekkerkerk. Zonder deze passages functioneert het Natuurnetwerk Nederland niet zoals het is bedoeld." Ook is het nodig dat vissers en muskusrattenbestrijders in het gebied hun fuiken en vangmiddelen aanpassen, zodat otters niet het risico lopen om te verdrinken.

Een otter in het echt zien? Blom noemt dat praktisch onmogelijk. "Het is een solitair levend dier dat vooral in het donker actief is. Vissen, zijn voornaamste voedsel, rusten 's nachts en vormen dan een makkelijke prooi. Je kunt een otter ook niet ongemerkt benaderen. Hij hoort je meteen en ruikt bovendien duizend keer beter dan de mens. Zelfs boswachters hier in het Groene Hart hebben er nooit eentje in het wild gezien."

Zelf woont Blom langs De Meije, een veenriviertje bij Bodegraven. Achter zijn woonhuis leven otters die hij verschillende malen met een wildcamera wist vast te leggen. In zijn woonkamer staat tijdelijk een opgezet exemplaar, een vrouwtje dat is doodgereden op de Ziendeweg bij Aarlanderveen en nu een plek krijgt in de expositie van het bezoekerscentrum De Veenweiden in Alphen aan de Rijn. Met zijn lange lichaam, donkerbruine vacht en krachtige poten met zwemvliezen tussen de tenen is het een indrukwekkende verschijning. "Ze noemen de otter ook wel het 'luipaard van de veenweiden'. Dat is niet voor niets, want na de wolf is de otter het grootste landdier dat we hebben. Ja, de otter is een landdier. Hij gaat alleen het water in om te jagen. Als het dier zich verplaatst, loopt –ie vlak langs oevers. In één nacht kan een otter wel 20 kilometer lopen."

Communiceren
De spraints die Blom opspoort zijn een belangrijk bewijs van de aanwezigheid van een otter. Die gebruikt het dier om te communiceren met soortgenoten. "Voor een groot dier produceert de otter maar kleine drolletjes van vier, vijf centimeter. Die laten ze achter op opvallende plekken in het landschap, zoals onder bruggetjes, op dammetjes of uitlopertjes bij de waterkant." Onderzoek van uitwerpselen levert een schat aan informatie op over het aantal dieren, het geslacht en hun herkomst. Bovendien kun je met de gegevens bijna voorspellen hoe de otter zich verder verspreidt over het land. Blom: "Het leuke is dat otters opduiken op de plekken waar ze vroeger ook voorkwamen. Zo kan de Krimpenerwaard in de toekomst dienen als stepping stone voor andere gebieden waar kansen liggen voor de otter, zoals Kinderdijk en de Biesbosch."

Blom schat dat er in de Krimpenerwaard plek is voor één à twee mannetjes en vier à vijf vrouwtjes, "maar dat is op basis van oud onderzoek. Met het Natuurnetwerk Nederland zouden het er best meer kunnen worden." Over het belang van de otter hoeft Blom niet lang na te denken. "Het is gewoon een fantastisch dier! Zijn aanwezigheid zegt ook iets over de staat van de natuur en in het bijzonder de waterkwaliteit. Als die slecht zou zijn, zou de otter het hier niet overleven. Hij staat bovenaan de voedselketen en is daardoor zeer gevoelig voor vervuiling."

Floris Bakker

Elke donderdag het Krimpenerwaard per e-mail
Meer berichten
 

HET KONTAKT OP FACEBOOK }