Logo hetkontakt.nl/klaroen
<p>&bull; Baggerschepen voor anker in de haven van Boskalis in Papendrecht.</p>

• Baggerschepen voor anker in de haven van Boskalis in Papendrecht.

(Foto: Bert Bons)

Boskalis: eerste kwartaal in lijn met verwachtingen, bedrijf staat er goed voor

  •   keer gelezen

PAPENDRECHT • Het marktbeeld en de ontwikkelingen in het eerste kwartaal bij Koninklijke Boskalis Westminster N.V. (Boskalis) liggen in lijn met de verwachtingen zoals geschetst bij de bekendmaking van de jaarcijfers 2020.


Bij de bekendmaking van de jaarcijfers 2020 is de verwachting uitgesproken dat het eerste halfjaar van 2021 als gevolg van de Covid-19 gerelateerde beperkingen redelijk stabiel zou zijn met een geleidelijke verbetering in het tweede halfjaar. Het eerste kwartaal heeft zich conform deze verwachting ontwikkeld.

Ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar was de omzet vrijwel stabiel met een hoger resultaat. De bezetting van de grote schepen (hoppervloot bij Dredging en zware ladingschepen bij Offshore Energy) was ten opzichte van geheel 2020 vrijwel stabiel. De stand van de orderportefeuille is per einde kwartaal met circa 270 miljoen euro toegenomen ten opzichte van het recordniveau van eind 2020 tot 5,6 miljard euro. De netto kaspositie is conform verwachting afgenomen maar de financiële positie is nog altijd onverminderd sterk.

Dredging & Inland Infra
De omzet van de divisie Dredging & Inland Infra is in vergelijking met het eerste kwartaal van vorig jaar afgenomen, voornamelijk als gevolg van de timing van enkele werken in Nederland en COVID-19 gerelateerde verstoringen in de operatie.

Vermeldenswaardige projecten in uitvoering betroffen LNG Canada, Pulau Tekong Polder en Tuas Terminal 2 (beide in Singapore), Fehmarnbelt tunnel (tussen Denemarken en Duitsland), Romanian Beaches en het omvangrijke project Markermeerdijken uit het nationale Hoogwaterbeschermings-programma, net als diverse andere middelgrote projecten in Nederland.

De bezetting van de hoppervloot was naar omstandigheden goed en lag op een vergelijkbaar niveau als in geheel 2020. De twee grote snijkopzuigers lagen het eerste kwartaal conform verwachting stil met een voorziene inzet vanaf de zomer in de Filipijnen, respectievelijk Singapore.

In het eerste kwartaal is de investeringsbeslissing genomen om de sleephopperzuiger Oranje te verlengen. Deze investering maakt deel uit van het vorig jaar gepresenteerde corporate business plan. Voor de verlenging zal de Oranje in de tweede helft van 2021 vier maanden uit de vaart worden genomen, waarna deze in het eerste kwartaal 2022 met circa 33% procent meer laadcapaciteit en een nieuwe beuninhoud van circa 21.000 kubieke meter zal terugkeren in de vloot.

De orderportefeuille van Dredging & Inland Infra is ten opzichte van eind 2020 licht toegenomen. Het grootste aangenomen project betreft de Oosterweelverbinding in België, met daarenboven een variëteit aan haven- en energieprojecten (zowel LNG als offshore wind). Na afloop van het kwartaal is de voorlopige gunning ontvangen voor het omvangrijke dijkversterkingswerk Meanderende Maas, dat evenals eerder genoemde werken deel uitmaakt van het Hoogwaterbeschermingsprogramma om Nederland tegen overstromingen te beschermen.

Offshore Energy
Het eerste kwartaal bij Offshore Energy is conform verwachting verlopen bij een licht hogere omzet in vergelijking met het eerste kwartaal 2020.

Het contracting deel van de divisie bestaat uit Seabed Intervention, Heavy Lifting (o.a. offshore wind fundaties) en Subsea Cables. Bij Seabed Intervention heeft een Floating Storage and Regasification Unit project in El Salvador evenals het Yunlin offshore wind project in Taiwan aan de omzet bijgedragen. Subsea Cables had een relatief druk kwartaal met onder meer de projecten Ostwind 2 en Morray East in uitvoering. Bij Heavy Lifting worden volop engineeringvoorbereidingen getroffen voor het project Changfang & Xidao dat later dit jaar in uitvoering gaat in Taiwan.

Het services deel van de divisie bestaat uit Marine Transport & Services, Subsea Services en Marine Survey. Bij Marine Transport was de BOKA Vanguard volledig bezet met het transport van de Argos Floating Production Unit. De bezetting van de rest van de vloot liet een gemengd beeld zijn, mede als gevolg van het doorschuiven van een project naar de tweede helft van het jaar. Per saldo lag de bezetting van de zware ladingschepen fractioneel lager dan over geheel 2020. Bij Marine Survey nam de omzet af in vergelijking met begin vorig jaar, na een uitzonderlijk druk eerste kwartaal 2020 in het Midden Oosten. Bij Subsea Services heeft de acquisitie van Rever Offshore eind 2020 en de daarmee samenhangende uitbreiding van de vloot bijgedragen aan een forse groei van de omzet. In het afgelopen kwartaal zijn belangrijke stappen gezet met de integratie van Rever Offshore met een positieve bijdrage aan het resultaat als gevolg.

Recentelijk is een aantal schepen toegevoegd aan de Offshore Energy vloot. Begin januari was dit de Boka Tiamat, een multi-purpose offshore construction vessel. Dit schip zal initieel worden ingezet voor offshore windprojecten in Taiwan. Eind maart is de Lewek Fulmar verworven, het zusterschip van de Boka Falcon dat in 2019 aan de vloot werd toegevoegd. Begin april is de Southern Ocean, een grote CSV, aangekocht. Het schip is binnen de divisie breed inzetbaar voor uiteenlopende projecten. Bij Marine Survey is het nieuwe geophysical survey schip de Ocean Resolution in gebruik genomen en sinds het eerste kwartaal volop aan het werk. Verder zijn recent twee schepen gekocht die de komende maanden worden omgebouwd tot respectievelijk geotechnical (Horizon Geodiscovery) en geophysical (Ocean Geograph) survey schepen. Tot slot loopt de ombouw van het Bokalift 2 kraanschip voorspoedig. Het schip wordt direct na oplevering ingezet op het Changfang & Xidao windproject.

In het kwartaal is een grote variëteit aan opdrachten aangenomen en het Offshore Energy orderboek is ten opzichte van eind 2020 met circa 10 procent toegenomen. Het aandeel offshore windprojecten in de portefeuille bedraagt circa 50 procent.

Towage & Salvage
De start van 2021 stond bij Salvage in het teken van enkele uitdagende projecten, waaronder de berging van de VLCC tanker New Diamond, het vlottrekken van de Ever Given in het Suezkanaal en de berging van het stuurloze vrachtschip Eemslift Hendrika. De omzet van Salvage lag op een vergelijkbaar niveau als het eerste kwartaal van 2020. De bijdrage van de Towage joint ventures was door een combinatie van factoren hoger dan vorig jaar.

De uitzonderlijk hoge netto kaspositie van EUR 439 miljoen per jaareinde 2020 is met bijna EUR 165 miljoen afgenomen tot EUR 275 miljoen, grotendeels als gevolg van investeringen, het aandeleninkoopprogramma en een normalisatie van het werkkapitaal. Met de aanwezige liquide middelen en de bankfaciliteiten beschikt Boskalis over een direct beschikbare financieringsruimte van circa EUR 1 miljard. Er wordt ruimschoots aan de financiële convenanten voldaan.

Boskalis staat er goed voor met een historisch hoge orderportefeuille en een sterke financiële positie. Zoals begin maart bij de publicatie van de jaarcijfers 2020 is aangegeven, zal 2021 in belangrijke mate worden bepaald door het verdere verloop van de COVID-19 pandemie vanwege het opstarten van enkele grote internationale projecten in de tweede helft van dit jaar. Gegeven deze onzekerheden en het projectmatige karakter van een significant deel van onze activiteiten is het moeilijk om een kwantitatieve uitspraak te doen over het jaarresultaat 2021. Echter, met de ontwikkelingen in het eerste kwartaal en de goedgevulde orderportefeuille ligt er een solide basis om dit jaar de EBITDA van 2020 te evenaren. Voor 2021 wordt een investeringsbedrag van circa EUR 350 miljoen verwacht met inbegrip van dry dockings. Eventuele acquisities zijn hierbij niet inbegrepen.

Elke woensdag het nieuws uit Klaroen per e-mail
Meer berichten
CustomHtml_5
 

Agenda

Organiseert u een evenement?
Laat het ons weten!

Klik hier