Logo hetkontakt.nl/alblasserwaard
• Piet Sterrenburg (rechts) en Arie Pieter Brokking.
• Piet Sterrenburg (rechts) en Arie Pieter Brokking. (Foto: Marijke Verhoef)

Brandweermannen blikken terug op Vezelpersramp; herdenking op 18 september

  •   3010 keer gelezen

LANGERAK Aanstaande dinsdag is het 25 jaar geleden dat ten gevolge van een stofexplosie bij Labee Vezelpers drie doden en een groot aantal gewonden te betreuren waren. Merendeels brandweermensen. De jongens van toen hebben het er nog steeds moeilijk mee.

Wat 25 jaar geleden begon als een betrekkelijk kleine brand bij Labee Vezelpers in Langerak, veranderde na een totaal onverwachte stofexplosie in een regelrechte ramp. Brandweerman Jaap Korevaar (33) uit Langerak kwam daarbij meteen om het leven. Enkele dagen later stierf de schoonzoon van eigenaar Labee, Peter Houweling (26) uit Groot-Ammers. En ruim drie weken na de brand overleed alsnog brandweerman Frans Bos (36) uit Nieuwpoort. Behalve deze drie slachtoffers werden nog twaalf gewonden naar ziekenhuizen afgevoerd. Onder hen tien brandweerlieden uit Nieuwpoort en Langerak. Enkelen moesten, tot maanden later, een aantal operaties ondergaan. Sterker nog. Er zijn jongens die nu nog altijd hinder ondervinden van de toen opgelopen verbrandingen.

Goed om stil te staan
"Maar", vertellen Piet Sterrenburg en Arie Pieter Brokking met wie we terugblikken op de ramp, "ook psychisch heeft het een enorme impact op ons leven gehad. De jongens, wij allemaal, hebben het er nog steeds moeilijk mee. Daarom is het goed dat wij dinsdagavond stilstaan bij deze verschrikkelijke gebeurtenis."

Eigenlijk willen ze hun  verhaal, nu na 25 jaar, nog een keer vertellen opdat het niet vergeten wordt.

"Dat zijn we min of meer aan Jaap en Frans verplicht", zegt Sterrenburg, de toenmalige brandweercommandant. "Zij brachten immers een offer dat vanaf dat moment ertoe heeft bijgedragen dat het gevaar van een stofexplosie veel nadrukkelijker werd betrokken bij de brandweeropleiding. In die zin heeft het daarna andere levens gered. Daar ben ik van overtuigd."

Arie Pieter: "Kijk naar de brand, een maand later bij de meelfabriek in Ameide. Daar ging men niet naar binnen voordat eerst duidelijk was dat het gevaar van een stofexplosie uitgesloten kon worden."

Kleine vlammetjes
Uit het verhaal van de twee mannen wordt duidelijk dat op die warme zaterdagmiddag rond drie uur door personeel van De Vezelpers de brandmelding werd gedaan. Zoals gebruikelijk rukten de toen nog zelfstandige korpsen van Langerak en Nieuwpoort uit. In enkele van een zestal bunkers, waar verschillende soorten houtkrullen lagen opgeslagen, werd hier en daar nog wat rook waargenomen. En zo nu en dan was er ineens een klein vlammetje te zien.

Sterrenburg: "Het leek in alle opzichten een beheersbare brand. Wel waren we vooral bezig met het openbreken van vloerdelen en gedeelten van het dak zodat we nog wat smeulende vuurresten konden doven."

Brokking: "Het was in de zware brandweerpakken en de persluchtapparatuur die een aantal bij zich had, behoorlijk zweten. Ik kwam wat later aan en ben eerst flesjes water voor de andere jongens gaan halen."

Controle
Het sein brand meester kon al snel worden gegeven. Rond twintig voor zes besloot de brandweercommandant om alles nog een keer grondig te controleren.

Enorme explosie
Enkele minuten later, om kwart voor zes, volgde de enorme explosie. Alle brandweermannen, verspreid over verschillende plaatsen in het gebouw en op het dak, zaten gevangen in een verzengende vuurzee. Ze waren door de kracht van de explosie letterlijk omver geblazen. Raakten gedesoriënteerd.

Geen schijn van kans
Jaap Korevaar, die boven op het plankier voor de kokers stond, had geen schijn van kans. Hij kreeg de volle steekvlam over zich heen en moet op slag dood geweest zijn. Pas zondag aan het eind van de ochtend kon zijn lichaam worden geborgen. Frans Bos, die voor de eindcontrole nog een lamp naar Korevaar wilde brengen, kreeg ook de volle laag en kwam op handen en voeten uit het gebouw naar buiten gekropen.

Maar ook de anderen zagen, overal waar ze keken, alleen maar vuur.

Leven gered
"Het feit dat ik , tot een jaar daarvoor, nog bij het bedrijf had gewerkt, heeft mijn leven gered", weet Arie Pieter nog altijd heel zeker. "Ik sloeg door de klap voorover, kwam met mijn handen in het brandende stof op de grond waardoor ze behoorlijk verbrand raakten. Ik weet nog precies dat ik dacht :"Nou Arie Pieter, dit was het dan. Je ziet je vrouw en kind nooit meer." Maar toen drong ineens tot me door dat ik vlak bij de kantine lag. Ik herkende een transportband die daar liep. Ik wist dat die naar de achterkant van het gebouw ging en via een opening daar naar buiten. Ik heb uit alle macht naar twee medewerkers van het bedrijf en de vriendin van een zoon van de eigenaar geschreeuwd dat ze mijn kant op moesten komen. Ook brandweerman Arie Stuy reageerde op mijn aanwijzingen. Deze vluchtweg werd onze redding. Anders waren we er zeker niet meer uitgekomen."

Piet Sterrenburg stond op het dak, werd door de klap naar de voorkant gesmeten en kon via een noodtrap de begane grond bereiken.

Springen
"Toen zag ik op een ander gedeelte drie jongens vertwijfeld over de dakrand kijken. Ik had intussen ontdekt dat verderop vlak tegen het gebouw aan, een volgeladen oplegger stond. Daar heb ik ze naartoe gestuurd en geschreeuwd dat ze moesten springen. Vanaf zeven meter hoog. Het afdekzijl van de oplegger fungeerde als vangnet. Dat was hun redding."

De twee noemen tal van toevalligheden waardoor er niet veel meer dodelijke slachtoffers vielen. De ploeg op het dak die achter een muurtje kon duiken waardoor veel vuur over hen heen ging. Anderen, die net uit een van de bunkers waren weggegaan waardoor hun vluchtweg niet was afgesloten.

Ze verhalen over mannen als Lammert Sterrenburg die volop brandend in de Lek sprong. Over Jaap Blom en Ab Vierhoven en nog anderen die ernstig gewond waren.

Pakken weer aan
Sterrenburg: "Gelukkig had ik een drietal jongens, die eerder die middag hun pakken hadden uitgedaan, gevraagd om die toch weer aan te doen. Niet eens uit veiligheidsoverwegingen. Nee, ik vond dat je als brandweerman, ook voor de paar mensen die stonden te kijken, je werk gewoon netjes moest doen. Wat was ik achteraf blij dat ze dat gedaan hadden. Ik denk aan Peter Houweling, die in zijn shirt ons mee aan het helpen was. Hij had geen enkele bescherming tegen het vuur.

En de opluchting dat een van ons wat eerder die middag een aantal kinderen had  weggestuurd die voor en in de hal aan het spelen waren. En het geluk dat een paar kijkers net voor de klap naar huis waren gegaan. 

We hebben de brand gemeld en geschreeuwd dat ze vooral heel veel ambulances moesten sturen. Met vijf man waren we nog over. Maar toen Ameide/Tienhoven en Ammers kwamen zijn we van de brand afgehaald en naar de school in Langerak gebracht. Daar werden ook alle familieleden opgevangen."

Nat houden
De vijf hadden nog wel meegekregen hoe de bevolking in actie kwam toen de eerste EHBO-ers schreeuwden om emmers en teilen en om lappen en lakens. Om de gewonden nat te kunnen houden.

Brokking: "Ik zie nog hoe de halve nieuwbouw van Langerak met al deze spullen aan kwam rennen."

Overigens zijn Arie Pieter Brokking en Arie Stuy  de enige brandweermannen van de ploeg van de stofexplosie, die nu nog actief bij de brandweer zijn.  

Verwerking
Voor de twee korpsen volgde een lang traject van praten, heel veel praten om de traumatische ervaringen te verwerken. Eén brandweerman heeft zijn pak na die zaterdag nooit meer aangetrokken.

Bij commandant Sterrenburg spookte die eerste dagen maar één vraag constant door zijn hoofd. "Had ik die explosie kunnen voorzien. Wat heb ik fout gedaan. Is er iets dat ik over het hoofd zag?"

De brandweerinspectie die een groot onderzoek begon, stelde hem al snel gerust. In die tijd waren brandweerkorpsen nog niet zo bezig met een stofexplosie. Laat staan dat er regelmatig op geoefend werd.

Trouwens, ook in het uitgebreide rapport dat werd samengesteld, wordt benadrukt dat het volkomen logisch was dat de korpsen de brand niet als een gevaarvolle situatie hadden ingeschat.

Onderwerp van gesprek
"In die 25 jaar is het onder onze groep een steeds terugkerend onderwerp van gesprek gebleven", zeggen Sterrenburg en Brokking tot slot.

 "En altijd, ook nu nog, zijn er dan mannen die gewoon tranen in de ogen krijgen. Bij het minste of geringste komt het allemaal weer boven. Dat geluid van de explosie. Van die brekende uit elkaar barstende houten wanden. En dan  die muur van vuur.

Wat we toen hebben meegemaakt, dat kras je nooit meer weg uit je geheugen."

Herdenking
Op dinsdag 18 september van 19:30 tot 19:45 uur is er een herdenking met kranslegging bij de kazerne.

Ed van Tuijl

Bert Bons
Redactiecoördinator van Het Kontakt Alblasserwaard en Klaroen.nl
Volg @Bertbons op twitter >
reageer als eerste
Elke donderdag het Alblasserwaard per e-mail
Meer berichten
 

HET KONTAKT OP FACEBOOK