Logo hetkontakt.nl/alblasserwaard
<p>&bull; Van zijn collega&#39;s kreeg Eim bloemen, na zijn laatste oefening.</p>

• Van zijn collega's kreeg Eim bloemen, na zijn laatste oefening.

(Foto: Aangeleverd)

Ammerse brandweerman Eim van Andel neemt na 40 jaar afscheid

  •   keer gelezen

GROOT-AMMERS • Vier decennia lang was Eim van Andel (61) uit Groot-Ammers vrijwillig brandweerman. Hij houdt van spelen met vuur, zegt hij. ‘Je bent eigenlijk gewoon een kleine jongen.’


Verwacht van Eim geen tranentrekkend verhaal over hulp aan medemensen. Veertig jaar geleden ging hij bij de brandweer omdat hij zijn vader als brandweerman in actie zag en ontdekte dat hij het vuur en de spanning leuk vond. “Het is prachtig als er iets in brand vliegt en je mag ernaartoe om het te blussen”, zegt hij met een grijns. Onlangs nam hij afscheid van ‘zijn’ team. Hij zou nog best door de conditietest komen, denk hij, maar het is na veertig jaar genoeg geweest. “Vorig jaar tijdens een oefening heb ik een heel eind met een slachtoffer lopen slepen, ik was gewoon kapot. Ik dacht: ik moet ermee stoppen.”

Sirene
Hij groeide op met brandweerverhalen, in het woonhuis met winkel aan de Voorstraat waar hij nog steeds woont. In de etalage staan twee (lege) gastanks. Op de gevel prijkt een bord: ‘Hier verkrijgbaar: Benegas’. In de woonkamer achter de winkel, met uitzicht op hoge silo’s, vertelt Eim: “Wij maakten het allemaal mee thuis. Pa was bevelvoerder, wij hadden bij de winkeldeur een knop om de sirene in de kerktoren aan te zetten. Je had in die tijd nog geen piepers, dus mensen belden naar ons als er brand was. Dan mochten wij op de knop drukken.” Met een schittering in zijn ogen: “Dat vond je natuurlijk geweldig, dat je ervoor kon zorgen dat op de toren de sirene afging.” Af en toe ging hij mee naar een oefening. “Dan zag je die mannen met vuur spelen en met water stoeien, dat vond ik mooi.”

Niet bang
Natuurlijk vindt hij het mooi dat hij veertig jaar lang mensen heeft kunnen helpen. “Maar ik deed het voor mijn plezier. En ik ben niet bang van vuur. Je moet wel wat incasseringsvermogen hebben, want het is altijd spannend.”

Bier of jenever
Op zijn 21ste, net nadat hij als loodgieter bij zijn vader aan de slag was gegaan, meldde hij zich bij het korps. “De eerste paar jaar moet je veel leren voordat je volledig mag meedraaien. Ik kon makkelijk leren, maar het kost in het begin veel vrije tijd om je diploma’s te halen.” Het leven was soberder, ook bij de brandweer. “We hadden een garage waar de brandweerwagen stond, aan de muur waren rekken waar kleding kon hangen. Na het oefenen zaten we op een krukje achter de spuit. Er was bier of jenever. Later hebben we er een kantine achter gebouwd, in eigen tijd en met eigen middelen. Als je kijkt hoe het nu is, de kazernes die gebouwd worden, zo verschrikkelijk mooi. Ook wel weer een beetje overdreven. Er zijn douches, een mooie kantine.”

Aflossing
Dat de organisatie niet langer bij de gemeente berust maar bij de regio Zuid-Holland Zuid, vindt hij bij nader inzien een vooruitgang. “In het begin hadden we er als vrijwilligers uit een dorpje moeite mee dat er vanuit Dordt allerlei dingen opgelegd werden. Maar als er nu een brand is en we staan een paar uur te werken, dan komen er nieuwe pakken, we krijgen koffie, eten en drinken. Als je om zes uur ’s morgens moet blussen wordt er gezorgd voor aflossing, zodat je kunt gaan ontbijten. Dat was vroeger niet zo, maar toen kreeg je wel weer meer van de mensen uit de buurt.”

Dodelijke slachtoffers
Bang is hij nooit geweest. “Ik ken niet gauw angst, wel heb ik spannende situaties meegemaakt. Toen ik erbij kwam was het alleen brandweer, later is er hulpverlening voor ongevallen bijgekomen. Dat is veel rotter dan een brand. Mijn eerste brand zou ik niet eens weten, maar het eerste ongeval met dodelijke slachtoffers vergeet je nooit. Dat was een man die zichzelf dood reed, ik vergeet nooit hoe we hem aantroffen in de auto. Hij had misschien te hard gereden, hij had zijn gordel niet om. Sindsdien draag ik vaker mijn gordel.”

Makkelijk huilen
Voor het verwerken van heftige gebeurtenissen had hij nooit veel tijd nodig. “Nee, ik kreeg geen nazorg.” Met een lach: “De Van Andels kunnen makkelijk huilen, dat scheelt. Ik kon thuis uithuilen, dan was ik het kwijt. Tegenwoordig praten we op de kazerne na, dat was toen nog niet zo. Je vertelt wat je aangetroffen hebt. Helemaal kwijt raak je het niet, maar ik lig er niet meer wakker van. Ik heb mijn vrouw Hannelies wel eens gevraagd of ik haar ermee belastte, maar dat was niet zo.” Na een korte stilte: “Het zijn niet alleen stoere mannen bij de brandweer, je bent allemaal mens. Dat is ook het leuke ervan, je bent een heel hecht team.”

Heet
Terugblikkend op veertig jaar branden blussen is er één brand die hem het meest is bijgebleven. “Dat was een brand bij de zilverindustrie op het industrieterrein in Nieuwpoort. Daar was ’s nachts een brand. Ik was naar binnen geweest om de stroom af te zetten, het was knetterheet binnen. Ik was net buiten en in een keer stond heel die hal in lichterlaaie. Zo snel kan het gaan. Er waren geen personen binnen, het kantoorgebouw hebben we kunnen redden.” Angst voelde hij nog steeds niet. Met een neutrale blik: “Ik dacht: we zijn er op tijd uit. Ik denk niet aan problemen. En ik heb ervan geleerd: als het zo knetterheet is moet je goed opletten.”

Verrassing
Een officieel afscheid heeft hij nog niet gehad, dat volgt komend najaar. Maar na de laatste oefenavond hadden zijn teamgenoten een verrassing geregeld. “We kregen een melding voor de eendenkooi aan de Tiendweg in Streefkerk. Ik dacht: o, dat is leuk, dan gaan we daar bieren. Maar er kwam rook uit een gebouw, er moesten slachtoffers gered worden. Ik dacht: moet ik nou op mijn laatste avond nog met perslucht gaan lopen? Dat is best pittig.” Toen Eim het gebouwtje inliep, trof hij daar zijn familie aan. “Toen viel het kwartje wel.”

Blote kont
Met een grijns vertelt hij hoe zijn teamgenoten zich hem zullen herinneren. Als de man die rustig in Adamskostuum in de kazerne ging staan. “Ik heb mijn eigen sauna in het onderhuis. Je kan je voorstellen dat de pieper wel eens ging terwijl ik daar zat. Of na het zwemmen in De Dompelaar. Dan ging ik me niet helemaal aankleden, maar trok snel mijn badjas aan. Dan stond ik dus in mijn blote kont om mijn brandweerkleding aan te doen. Daar ben ik erg makkelijk in. Het wordt nog vaak aangehaald.”

Anne Marie Hoekstra
Anne Marie Hoekstra is redacteur van Het Kontakt editie Alblasserwaard en Klaroen.nl
Volg @AnneMHoekstra op twitter >
Ontvang 'm elke week gratis > Meer berichten