
‘Poëzie raakt mij tot in het diepst van mijn wezen’
NieuwsEr zijn van die ontmoetingen die je bijblijven. Vorige week ging ik als vrijwilliger op bezoek bij een oudere man in een zorgcentrum. Hij vertelde dat hij een hartstochtelijk liefhebber is van poëzie. Mijn interesse was direct gewekt, want poëzie raakt mij tot in het diepst van mijn wezen.
Ik kom uit een milieu waar poëzie een onbekend fenomeen was, maar op de één of andere manier kwam ik er rond mijn dertiende jaar mee in aanraking. In een schriftje noteerde ik alle mooie gedichten of dichtregels die ik las.
Een minigedichtje van Guido Gezelle vond ik zo mooi dat het in mijn schriftje terechtkwam: ‘Mij spreekt de blomme een tale, mij is het kruid beleefd, mij groet het al te male, dat God geschapen heeft!’
Kostbare kleinoden
Ik knipte gedichten uit en koesterde ze als kostbare kleinoden. Jarenlang droeg ik in mijn portemonnee het gedicht ‘De gestorvene’ van Ida Gerhardt: ‘Zeven maal rond de aarde te gaan, als het zou moeten op handen en voeten; zeven maal, om die éne te groeten die daar lachend te wachten zou staan.’
Het verwoordde perfect de wanhoop die ik voelde toen ik binnen een jaar mijn dochtertje en mijn vader verloor.
Nu zat ik tegenover iemand die woorden even sterk ervoer als ik, zo niet sterker. Zijn kennis was in elk geval veel groter en hij las verschillende prachtige gedichten voor die ik nog niet kende.
“In dit gebied is de poëzie die in de Bijbel staat vaak de enige poëzie die de mensen kennen”, zei deze erudiete man.
Hij vroeg of ik in de Bijbel thuis was en op mijn bevestigende antwoord las hij Psalm 116 in het Zuid-Afrikaans voor. Het ontroerde me. Wat een bijzondere man en wat een bijzondere ontmoeting.
Dankbaar ben ik voor weer een nieuw gedicht van Vasalis dat ik van hem hoorde en dat ik heel mooi vind voor op mijn rouwkaart. Hopelijk mag ik nog heel wat jaren op deze aarde leven, maar voor het geval dat… Mijn echtgenoot en zonen heb ik alvast op de hoogte gesteld:
En nu nog maar alleen
het lichaam los te laten –
de liefste en de kinderen te laten gaan
alleen nog maar het sterke licht
het rode, zuivere van de late zon
te zien, te volgen – en de eigen weg te gaan.
Het werd, het was, het is gedaan.