Straatarm
De schrik zit er in Buren goed in. De gemeente komt 3,5 miljoen tekort. Voor de inwoners ligt belastingverhoging al op de loer. En dat in deze dure tijd. Die heisa over de afgesloten Straat van Hormuz kost ons toch al zoveel geld. Je merkt het overal. Bij de bakker hoorde ik een hoogblonde vrouw die voor mij aan de beurt was, paniekerig klagen dat de harde bollen met sesamzaad weer duurder waren geworden. Bij de supermarkt is het niet anders, een pondje gehakt begint voor steeds meer mensen een luxe artikel te worden. En dan ook nog die donkere wolken boven de boekhouding van de gemeente Buren. De Burense rekenmeesters hadden beter op de centen moeten letten. Gewoon te veel geld uitgegeven. En de mensen te veel beloofd. Intussen kijk ik met angst en beven naar de gemeente Tiel. Daar gaan de centen ook met scheppen de deur uit. Neem al dat gegraaf in de binnenstad en omstreken. Er lijkt nooit een eind aan te komen. Ik ben benieuwd hoe de kassabon van deze uitdijende klus er uit gaat zien. Dat kan nog wel eens harder schrikken worden dan in Buren. Kan Tiel dat allemaal wel opbrengen? Of heeft die gemeente, om een actuele beeldspraak te gebruiken, zich net als Trump financieel klem gevaren in die peperdure en onheilspellende Straat van Hormuz?
Tja, die Straat van Hormuz. Het gaat er de hele dag over. Op de televisie, op de radio en in de krant. En gewoon om je heen. Om tureluurs van te worden. En ook nog eens straatarm. Bij de benzinepomp waar ik de tank voor een schandalig bedrag vol gooide (met dank aan de bommengooiende oorlogsstrateeg Trump die zelf niet weet waar hij aan begonnen is), hadden ze het er als bijna vanzelfsprekend ook over. Een oudere man staarde verbouwereerd op zijn kassabonnetje. Zoveel geld? Hij keek met een ongelovige blik in mijn richting. Natuurlijk, de afgesloten Straat van Hormuz, dat is de grootste boosdoener van die peperdure benzine, zo reageerde ik. Een reactie die bij de man vraagtekens opriep. Hij dacht even na met een blik in zijn ogen alsof hij zeggen wilde: wat vind jij nu van deze geldklopperij. Ik begon weer over die dichte Straat van Hormuz. Hij schudde het bejaarde hoofd.“Dig? Nee, kjal, vanmerrege sei ik er eiges nog durhèn gereeje. Hij is nie dig”, sprak hij in sappig Betuws. Wist ik veel dat hij de Hermoesestraat in Zennewijnen bedoelde.
(reageren: jbeijer@upcmail.nl)