“Als ik een doos vol fragmenten heb, dan kan ik daarmee een verhaal vormen”, zegt Wim Vink, wiens populaireit in de VS onder horrorfilmliefhebbers de laatste tijd opnieuw enorm is gestegen.
“Als ik een doos vol fragmenten heb, dan kan ik daarmee een verhaal vormen”, zegt Wim Vink, wiens populaireit in de VS onder horrorfilmliefhebbers de laatste tijd opnieuw enorm is gestegen. Foto: Rob Zantinge

Wim Vink opnieuw populair in VS

Tiel – Sommigen noemen hem ‘De horrorkoning van Tiel’ en in Amerika is hij voor liefhebbers van het bloederige filmgenre ‘The Godfather of Dutch Horror’. Desondanks blijft filmmaker Wim Vink met beide benen op de grond. Nou ja, op één hoog dan, in zijn Tielse appartement.

Voor de films die hij maakte deed Wim Vink vrijwel alles zelf. Hij schreef het verhaal, deed de casting, zocht de filmlocaties, maakte het storybord met van elke scène een tekening.

Wim is inmiddels 76. Zijn laatste film maakte hij 33 jaar geleden. Zijn films werden vertoond in bioscopen in New York, Seattle en Los Angeles. Daarnaast was het werk van Vink in Frankrijk, Canada en Australië op tv te zien. In de Verenigde Staten neemt de belangstelling voor zijn werk de laatste tijd zelfs weer flink toe. En daarmee ook de interesse in de Tielse filmmaker van de Amerikaanse pers. Hij kreeg onlangs uitnodigingen voor onder meer filmfestivals in de VS. En in april belt er namens een grote filmwebsite een filmploeg bij Wim aan voor een interview.

Wims interesse in horror begon eigenlijk al op de kleuterschool. “Ik was een beetje een lastig jongetje, opstandig, had een hekel aan gezag”, vertelt hij. “En de kleuterjuf zei een keer tegen m’n moeder: Ik kan Wim heel moeilijk in de hand houden, tenzij ik de sprookjes van Grimm vertel.”
“Later zat ik altijd bij de bioscoop Chassé en Luxor bij de foto’s, vooral die van horrorfilms, mijn eigen verhaal te fantaseren. Het bleef me fascineren. Toen ik dertien was zag ik mijn eerste horrorfilm, ‘The Phantom of the Opera’ van Hammer Film Productions. Ik was helemaal ondersteboven.”

Wim begon zelf met filmen toen hij twintig was, onder meer voor de VVV. “Begin jaren tachtig dacht ik: Ik ga een horrorfilm maken.” Dat werd ‘Zombie Horror’ (1981). Het beviel Wim zo goed, dat er nog vijf films volgden: ‘Surrealism’ (1982), ‘Pandora’ (1984), ‘Dance Macabre’ (1986), ‘Half Past Midnight’ (1989) en ‘Heaven is only in Hell’ (1993). Wim Vinks films werden onder meer vertoond in Tiel, in Tuchinski (Amsterdam) en op het Nederlands Film Festival. Volgens een vooraanstaand horrorfilmcriticus zat in Half Past Midnight ‘één van de bloederigste zeven minuten ooit gefilmd’. “Voor de laatste film werkte ik met driehonderd mensen, het gros hier uit de Betuwe.”

De spelers voor zijn films plukte Wim van de straat. Dankzij zijn fotografische blik zag hij direct of iemand geschikt was. Ook het vinden van figuranten was geen enkel probleem. “Ik hoefde maar een keer iets in de krant te zetten en ik had er zó honderd. In het voormalige Grachtenhuis hield ik dan een inloopdag en daar kwamen soms zelfs wel tweehonderd mensen op af.”

Bij het maken van een film denkt Wim niet in een verhaal, maar in fragmenten. “En als ik een doos vol fragmenten heb, dan kan ik daarmee een verhaal vormen. Daar moet ik nog heel veel bij schrijven, maar die fragmenten zijn m’n leidraad.”

Filmploeg komt in april voor filmsite naar Tiel voor interview

De filmscènes werden op diverse locaties opgenomen; in het Zoelense bos, bij het NS-station, bij autobedrijf Mulders en in sportschool Bushido. Zelfs in het Tielse ziekenhuis werden opnamen gemaakt.

”In Half Past Midnight raakt de hoofdrolspeelster ernstig gewond, dus ik wilde een scène filmen op de Intensive Care en maakte een afspraak met een van de directeuren. Uiteindelijk mocht dat in het weekend. Ik kreeg het zwart op wit. Komen we daar met zo’n 15 mensen aan. Ik meld me bij de balie, zegt een hoofdbroeder: Filmopnamen? Ben je helemaal gek!? Op de IC kan dat niet. Ik liet de brief zien, maar hij geloofde het niet. Directeur gebeld, dus het was goed. Maar, zei die broeder, het gaat tóch niet door, want ik heb geen IC-kamer vrij. Komt er een ander en die zegt: O, maar dat is geen probleem. Vervolgens werd een patiënt van de toeters en bellen gehaald en op de gang gelegd. Wim, ga je gang, zei die broeder. Ik zeg: Weet u dat zeker? Ja, we sluiten die man zo weer aan. Nou, je kunt wel nagaan wat er na dat weekend door Tiel gonsde: Wim met z’n horrorfilms heeft écht horror gepleegd. Die patiënt had er trouwens niks van gemerkt, bleek later. Hij zei: Je had mij ook nog wel op de film mogen zetten.”

Filmploeg komt in april voor filmsite naar Tiel voor interview

Voor ‘Half Past Midnight’ schreef de Tielse muzikant Rob Orlemans de soundtrack. “Hij heeft dat goed en pro deo gedaan. Als tegenprestatie vroeg hij of hij de titel mocht gebruiken voor zijn nieuwe band. We hebben dus een deal gemaakt. De soundtrack wordt in de VS ongekend opgehemeld. Een mooi compliment voor Rob.”