Robert Milton Martin
Als ik even wil verdwijnen, fiets ik graag over de dijkjes van West Betuwe. Waar tegenwind mijn hoofd leeg waait in plaats van vol en waar de Linge mij als vanzelf de weg wijst in plaats van dat ik die zelf moet uitvogelen. Ik ben vertrouwd met haar bochten als met de kamers van mijn ouderlijk huis. Het huis dat ik twee decennia geleden achter me liet, maar waar ik met gesloten ogen nog moeiteloos doorheen kan dwalen op zoek naar de beste verstopplekjes. Ondertussen laat de Koekoek weer van zich horen. Hij slaat het uur niet om me op te jagen, maar zoals de slingerklok in onze woonkamer vroeger deed tijdens een potje Rummikub. Vertrouwd, verveeld soms, maar altijd voorspelbaar. En dat doet me goed in een wereld die op zijn kop staat.
Tijdens een van deze ritjes haalt Robert Milton Martin me in als ik een bord voorbij fiets waar zijn naam op prijkt. In 1943 was Jieles van Steenis aan het werk in een weiland er vlakbij, toen hij mitrailleurvuur hoorde. Niet lang daarna zag hij in zijn ooghoek iets als een lint naar beneden dwarrelen. Met een klap kwam het neer op de grond, niet ver bij hem vandaan. Het was geen lint. Het was Robert met een kapotte parachute. 23 jaar en dood.
Op het bord lees ik hoe deze Amerikaanse sergeant op 28 juli 1943 meevloog in een B-17 bommenwerper die een aanval uitvoerde op fabrieken in Kassel waar jachtvliegtuigen werden gebouwd. Op de terugweg werd het toestel beschoten door Duitse Focke-Wulf-jagers. Precies boven de dijkjes die het decor vormen van mijn nostalgische vluchtroute, gaf de piloot het sein: spring voor je leven.
Ik sta stil op een prachtige plek die mij voor even adem geeft, maar die van Robert benam. Daar ontmoeten we elkaar. “Wegrennen van wat pijnlijk, ongemakkelijk of bedreigend is, is menselijk. Het is wat we intuïtief denk ik allemaal het liefste doen,” spreekt hij mild. “Maar waar ik geen keus had, heb jij die wel. Soms is wat je wilt ontwijken precies dat wat het zo waard is om voor te blijven.”
Als ik weer opstap, kijk ik nog één keer om naar de plek waar de tijd voor hem werd stilgezet. Denkend aan Robert besef ik dat vluchten niet altijd hetzelfde betekent als ontkomen. De dijk strekt zich voor me uit. De wind duwt en trekt tegelijk. Ik besluit niet langer weg te fietsen, maar dwars door alles heen vooruit, ergens naartoe.