Niek Brunsveld op het kandidatenkrukje in Est staat voor D66 op plek 2.
Niek Brunsveld op het kandidatenkrukje in Est staat voor D66 op plek 2. Foto: Ab Donker

‘Je kunt pas iets veranderen als je meedoet’

Je bent nieuw op de lijst. Wie is Niek Brunsveld in het dagelijks leven?

“Ik ben 44 jaar en woon sinds elf jaar in Est met mijn vrouw. Ik werk aan de Universiteit van Amsterdam als teamleider van het onderzoeksbeleid. In het dorp ben ik actief als secretaris van de dorpstafel. Je vindt me ook regelmatig in het dorpshuis: achter de bar, bij toneelavonden of gewoon in gesprek met inwoners. Daarnaast ga ik vaak langs bij ouderen in de buurt. Ik vind het belangrijk om iets te doen voor het dorp waar je woont.”

Je bent veel met mensen bezig. Waar komt dat vandaan?

“Dat zat er eigenlijk altijd al in. Ik ben opgevoed met het idee dat je oog moet hebben voor anderen. Daarom ben ik ook theologie gaan studeren met het plan om predikant te worden. Uiteindelijk ben ik in de wetenschap beland maar ik ben nog steeds actief als predikant in de omgeving. Op sommige plekken kom ik al vijftien jaar. Mensen waarderen het als je langskomt en samen praat over wat er speelt in hun leven. Dat contact geeft mij veel energie.”

Wanneer raakte je geïnteresseerd in politiek?

“Voor mij ligt politiek in het verlengde van maatschappelijk betrokken zijn. Ik wil bijdragen aan de samenleving. In 2009 werd ik lid van D66 in Culemborg, omdat het sociaal-liberale verhaal me aansprak: vrijheid, verantwoordelijkheid en gelijke kansen. Ik was daar actief in de steunfractie en schreef mee aan het verkiezingsprogramma. Toen ik in Est kwam wonen, was D66 lokaal minder zichtbaar. Met het ontstaan van West Betuwe kwam de partij weer in beeld en ben ik opnieuw aangehaakt.”

Wat doe je als burgerraadslid?

“Je leest met alle stukken mee, denkt na over standpunten en draait mee in de vergaderingen. Ook werken we aan eigen ideeën, zoals kernbinding: zorgen dat mensen meer kans krijgen op een betaalbare woning in hun eigen dorp. Daarnaast praten we veel met inwoners, ondernemers en verenigingen om hun signalen mee te nemen naar de raad.”

Met welke onderwerpen houd jij je vooral bezig?

“Ik heb veel interesse in onderwijs, ruimtelijke ordening en mobiliteit. Est heeft weinig voorzieningen, dus de vraag hoe je kleine kernen leefbaar houdt, vind ik belangrijk. Hoe zorg je dat mensen hier kunnen blijven wonen, werken en elkaar blijven ontmoeten? Dat soort vragen houden mij bezig.”

D66 won landelijk veel zetels. Merk je daar lokaal iets van?

“Ja, dat helpt zeker. Mensen herkennen D66 en zijn nieuwsgieriger naar wat we lokaal doen. Landelijke en lokale politiek zijn natuurlijk niet hetzelfde maar de positieve uitstraling werkt door. We hebben ook contact met Den Haag via bijeenkomsten en congressen. Tegelijk blijft het lokaal vooral mensenwerk: zichtbaar zijn in de kernen en laten zien wat je hier concreet wilt bereiken.”

Wat voor politicus ben jij?

“Ik ben vooral constructief. In de raad vliegen soms scherpe opmerkingen over tafel, maar ik geloof meer in samenwerken. Ik wil mijn mening goed onderbouwen en kijken hoe we samen verder komen. Ik hoef niet altijd op de voorgrond te treden, maar als iets niet klopt laat ik dat weten op een manier die helpt om oplossingen te vinden.”

Wat zijn de belangrijkste punten van D66 in West Betuwe?

“Woningbouw staat bovenaan. Iedereen moet een kans hebben op een thuis in West Betuwe, vooral jongeren en mensen die hier zijn opgegroeid. Daarom zetten wij in op betaalbare woningen en kernbinding. Daarnaast willen we voorzieningen in kleine kernen behouden en slim verbinden. Ook vinden we gelijke kansen belangrijk: niet iedereen start op dezelfde plek. Verder kan de gemeente duidelijker communiceren, met eenvoudiger taalgebruik en minder ingewikkelde procedures. Tot slot hebben we hier in het Rivierengebied een klimaatopgave die eerlijk verdeeld moet worden.”

Hoe kijk je naar de verkiezingen?

“We hebben er veel zin in. Het wordt hard werken om te laten zien waar we voor staan maar de sfeer is goed. Voor mij is het al bijzonder dat ik op plek twee sta. Ik hoop vooral dat veel inwoners gaan stemmen en betrokken blijven bij wat er in hun gemeente gebeurt.”

Tot slot: wat wil je inwoners meegeven?

“Bijna iedereen in de lokale politiek doet dit naast zijn of haar gewone werk en dat is vaak best even aanpoten. We zitten er niet voor onszelf maar voor de inwoners van deze gemeente. Ik hoop dat we met respect met elkaar omgaan, zodat we samen kunnen blijven bouwen aan een mooi West Betuwe.”