Zon op een blauwe maandag

Maar wie ben ik? gonst het door mijn hoofd op deze blauwe maandag in januari. Ik rouw om mijn vader die vandaag precies een jaar dood is. Ook rouw ik om de wereld waarin ik opgroeide, maar die nagenoeg tegelijk met hem in het graf verdween. Toen een dag na zijn sterven de nieuwe president van Amerika aan zijn waanzinnige exercitie in het Witte Huis begon.

Een jaar later leef ik in een wereld waar inmiddels het ondenkbare denkbaar is. Waar grote beren samen broodjes smeren en ik sta erbij en kijk ernaar. Met een ziel die raast van woede en verontwaardiging over al het onrecht, maar wat slechts stotterend een uitweg vindt in de schamele gedachte: wie ben ik? In plaats van op de barricaden, sta ik dagelijks verlamd op de schaamstapel. Waar geloof en hoop smeulend opgaan in de brandende liefde die met onmacht geconfronteerd wordt.

Ik kies voor het recept van mijn vader en stap op zijn fiets. Zoals hij dagelijks deed als het donker werd in zijn hoofd. Of juist om te voorkomen dat dat zou gebeuren. "Ik kwam altijd beter thuis dan wanneer ik wegging," zei hij daarover. En alsof hij die woorden vandaag weer in mijn oor fluistert, trap ik de dag in.

Al het paars en roze in de lucht vertelt me dat het mijn eerste en belangrijkste taak is om de hoop niet te verliezen. Want daarmee verlies ik het vuur om in het kleine vast te houden aan het goede en de wil om te vechten als het erop aankomt. Vol bravoure volgt de zon. Als een grote rode feestelijke ballon die haar overwinning op het duister viert. En ik bedenk: aan het einde van de dag gaat ze niet alsnog verliezend ten onder. Ook al lijkt haar licht gedoofd, de maan vertelt me dat ze er nog is, maar niet hier. Wanneer ze uit mijn zicht verdwijnt, brengt ze ergens anders op de wereld verborgen dingen aan het licht. En ze komt terug.

De opgaande zon is als een glimlach. Ze straalt vertrouwen uit en moedigt aan om net als zij door te gaan. Haar ronde kent geen begin of eindpunt zoals dagen en mensenlevens, geen gemiste kansen of onbehaalde doelen. En nooit is ze te laat. Waar ik bang ben dat het stopt als het donker wordt, laat de zon zien dat dat niet waar is.

Hoopvol trap ik een mistbubbel in. Er is een weg. Zolang ik de moed maar heb om door te fietsen, zonder te zien waar die me heen brengt.