
Egbert Egberts hangt fluit aan de wilgen
Gertjan den Ouden
Leerdam – Egbert Egberts nam jaren geleden al afscheid als voetbalscheidsrechter, maar stopt nu ook als basketbalscheidsrechter. De arbiter nam de fluit voor het laatst ter hand tijdens de kampioenswedstrijd van Basketbalvereniging Leerdam. “Ik sluit nu af op het moment dat ik het nog leuk vind.”
Scheidsrechters, zeker in het voetbal zijn er de laatste jaren te weinig. Bovendien kunnen veel liefhebbers van het spelletje zich maar moeilijk voorstellen wat er leuk is aan het leiden van een wedstrijd. Zo niet Egbert Egberts, die al op jonge leeftijd de fluit ter hand nam.
“Ik voetbalde zelf in de jeugd en begon eind jaren ‘70 al vroeg met fluiten”, vertelt hij aan de keukentafel in Gorinchem, waar hij tegenwoordig woont. “Liep ik als 14-jarige de C-tjes, en dus mijn eigen leeftijdsgenoten te fluiten. Daarvoor was ik al scheidsrechter bij jongere jeugd. Ik vond het eigenlijk gelijk leuk.”
Leerdam Sport en LRC
Egberts haalt zijn papieren en is op 18-jarige leeftijd de jongste scheidsrechter ooit die de jaarlijkse wedstrijd tussen de twee Leerdamse clubs LRC en Leerdam Sport leidt.
Grappig detail: zijn eerste wedstrijd als scheidsrechter was ook al tussen jeugdteams van die twee verenigingen en zijn laatste duel in 2017 gaat ook tussen de twee eerste elftallen van de clubs, al zou Egberts daarna zo nu en dan nog steeds weleens een voetbalwedstrijd fluiten. Het bloed kruipt immers waar het niet gaan kan.
Toch is hij de laatste jaren enkel nog actief als arbiter bij het basketbal, een hobby die hij decennia eerder, gelijktijdig met het voetbal, al oppakt. “Ik werd in 1977 lid van Basketbalvereniging Leerdam. Ik was het fluiten al gewend vanuit het voetbal en dus was het logisch dat ik dat ook bij het basketbal ging doen.”
Basketbalscheidsrechter
Egberts weet nog goed hoe zijn carrière als basketbalscheidsrechter een vlucht nam.
Hij vertelt: “Op mijn zeventiende floot ik een wedstrijd van de vrouwen van BV Leerdam in Utrecht. Daarna was er op dat complex een wedstrijd in de Promotiedivisie, maar daar was één van de twee scheidsrechters niet op komen dagen. Degene die er wel was had mij daarvoor in actie gezien en vroeg of ik het niet wilde doen. ‘Dat moet jou wel lukken’, zei hij. En zo geschiedde. Daarna ben ik rayonscheidsrechter geworden en later was ik leidsman bij de landelijke competitie.”
Voetbal of basketbal, het maakt Egberts weinig uit. Hij haalde uit beide al die jaren simpelweg ontzettend veel plezier. “Als scheidsrechter sta je eigenlijk in dienst van de spelers en de sport in het algemeen. Daarnaast ben je een voorbeeld van de bond van hoe de regels op de juiste manier toegepast moeten worden. Dat heb ik altijd als een verantwoordelijkheid gevoeld en op de één of andere manier is het me gevoelsmatig altijd vrij makkelijk af gegaan”, legt hij uit.
Verschillen
Toch zijn er, los van dat het een hele andere sport is, verschillen tussen voetbal en basketbal als scheidsrechter. “Bij basketbal lijken beslissingen sneller geaccepteerd te worden. Er is minder kritiek. Dat heeft misschien ook wel met de omgeving te maken. Bij voetbal is meer publiek en over het algemeen zijn zij het die zo fanatiek reageren op beslissingen. Het publiek staat ook dichter op het veld bij voetbal. Maar ik heb eigenlijk nauwelijks vervelende ervaringen gehad, niet in het voetbal en niet in het basketbal.”
Noodgedwongen stop
Wie Egbert Egberts hoort praten, krijgt niet de indruk dat hij al helemaal klaar was om te stoppen. Zijn besluit is dan ook in zekere zin noodgedwongen.
“Ik heb een zeldzame oogziekte, waardoor ik aan één oog blind ben geworden. Het ironische is dat ik weleens ‘blinde’ werd genoemd na een beslissing, dan zei ik: ‘Je hebt voor de helft gelijk’. Zag je ze raar kijken, joh. Maar zonder gekheid, ik heb er nog een tijdje mee door kunnen gaan, maar nu is het goed geweest. Ik sluit nu af op het moment dat ik het nog leuk vind en het nog goed gaat. Het zou vervelender zijn om te stoppen op het moment dat ik erachter kom dat het me niet meer lukt. Maar eerlijk is eerlijk, ik ga het wel missen”, besluit hij.