
‘Mijn broer komt weer thuis’
Na ruim 82 jaar keert oorlogsslachtoffer Albertus Hillegondus Johannes (Beb) Ripke terug naar Nederland. Op verzoek van zijn familie worden zijn stoffelijke resten op 22 mei opgegraven op de oorlogsbegraafplaats in het Poolse Elk en overgebracht naar begraafplaats Oud Kralingen in Rotterdam, waar hij zijn laatste rustplaats krijgt.
Rotterdam/krimpen aan den ijssel - Op 31 maart 1943 voerden rond het middaguur Amerikaanse bommenwerpers die in Groot-Brittannië waren gestationeerd een aanval uit op scheepswerf Wilton-Feijenoord in Schiedam. Hier werden in de machinefabriek onder andere torpedolanceerbuizen en onderdelen voor de U-boot-dieselmotoren voor de Duitse Kriegsmarine geproduceerd. Door een combinatie van factoren, waaronder een verkeerde doelwitidentificatie, slecht zicht en vooral een harde wind die anders stond dan ingeschat, mislukte het bombardement. Met fatale gevolgen.
Deze rampzalige vergissing kostte het leven aan bijna 500 burgers en één Amerikaanse piloot. Door de harde wind en een tekort aan water verspreidde de brand die was ontstaan door het bombardement zich snel, waardoor er een enorme ravage in Rotterdam-West ontstond. In totaal raakten 13.000 mensen op deze dramatische dag dakloos.
Johan Jan Ripke (88) weet het nog als de dag van gisteren. ”Ik ging om één uur van de kleuterschool aan de Hudsonstraat richting huis. Ongeveer een half uur lopen. Boven mij vlogen Amerikaanse vliegtuigen die hun bommen dropten. De ravage op en rondom het Marconiplein was enorm. Zeker voor een kind van zes jaar een verbijsterend schouwspel.”
Johan Jan kan het eigenlijk nog niet geloven. “Mijn broer Beb, die in dienst was als elektricien voor de gemeente Rotterdam, ging langs de getroffen huizen om te helpen. Op 2 april kreeg hij voor zijn hulp van enkele getroffenen een stukje zeep en een stoffer en blik. Onderweg naar huis werd hij door twee Hollandse agenten gearresteerd op verdenking van plundering. Hij werd overgebracht naar het politiebureau Haagse Veer.”
Op 6 mei 1943 werd Beb door de Sicherheitspolizei op transport gezet naar het concentratiekamp Vught. Bebs vader had een advocaat ingeschakeld en Beb werd op 22 september 1943 door de rechtbank te Utrecht vrijgesproken. Hij werd weer verenigd met zijn ouders en broer in Rotterdam-West.
In oktober 1940 werd de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD) ingesteld met als doel het Nederlandse volk ‘op te voeden’ in de nationaalsocialistische geest. De enorme vraag naar arbeidskrachten voor de Duitse oorlogseconomie leidde vanaf maart 1942 tot de gedwongen tewerkstelling van honderdduizenden Nederlanders (Arbeitseinsatz).
In het staatsblad van 1 juli 1942 werd vermeld dat jongemannen die in 1925 geboren waren in dienst moesten treden van de NAD. Ook Beb Ripke werd opgeroepen. Hij werd van begin januari tot eind februari 1944 gestationeerd in Tolbert. Hier kreeg hij een schietopleiding. In uniform, zonder geweer maar met spa, werd hij begin maart overgeplaatst naar kamp Ochten in Duitsland. Eind maart 1944 vertrok hij naar Bielsk aan het Oostfront.
Op zijn derde dag in Bielsk werden de veldwerkers na het rooien van aardappelen door Poolse partizanen beschoten. Er vielen twee gewonden, waaronder Beb. Beide slachtoffers werden op een bolderwagen vervoerd naar Bialystok. Bij aankomst tegen middernacht was Beb reeds overleden. Negentien jaar oud. “Door de uniformen dachten de partizanen met de Duitse bezetters te maken te hebben.”, vertelt Johan Jan. “Twee weken na het overlijden van Beb ontvingen mijn ouders een brief van de NAD. Hierin werd de oorzaak van zijn dood en de plaats van zijn graf bekendgemaakt. Ook alle foto’s die Beb had werden meegestuurd. Heel emotioneel, vooral voor mijn moeder die altijd had geloofd in de terugkeer van haar oudste zoon.”
In 2010 werden alle graven in Bielsk door de Volksbond geruimd en verplaatst naar Elk. Hier liggen ook slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. “Mijn vrouw en ik hebben het graf daar een paar keer bezocht”, vervolgt Johan Jan. “Vanaf die tijd ben ik bezig om Beb te laten herbegraven in Nederland.”
De inwoner van Krimpen aan den IJssel koestert de bewaard gebleven correspondentie tussen zijn broer en zijn ouders.
“Ook vanuit het concentratiekamp Vught schreven ze elkaar regelmatig. Bebs laatste brief schreef hij tijdens zijn wacht op 5 april 1944; deze is met de lichting die even later naar huis ging meegenomen naar Nederland. De brief eindigt met ‘Zeg maar tegen Jan dat ik gauw terug ben’. Het wordt 82 jaar later.”
De Volksbond regelt eind mei de repatriëring van Polen naar Nederland. De herbegrafenis is in handen van uitvaartverzorging Joke de Neef. In de aula van begraafplaats Oud Kralingen zal de afscheidsdienst worden geleid door dominee Kees Baggerman.
Johan Jan is dankbaar: “Mijn broer wordt naast mijn vrouw Riet, die eind 2023 overleed, ter aarde besteld. Na 82 jaar komt hij weer thuis.”