Bart van Ree
Bart van Ree

Levensgeluk

Ik mag graag een flink stuk hardlopen en zeker in het weekend loop ik graag diep de Krimpenerwaard in. Als alle fietsers en wandelaars alweer naar huis zijn blijft de natuur over. De kieviten maken jubelend hun salto’s, vanuit het riet kletsen de karekieten je de oren van je kop en het vee staat rustig te herkauwen. De wolkenlucht is vaak adembenemend en de windmolens bij de boerderijen draaien opgewekt hun rondjes.

Op zo’n moment zie je dat onze buitenruimte een complexe mix is. Een weiland is geen bos, een bos is geen woonwijk en een woonwijk is geen industrieterrein. En iedereen vindt er iets van. Er moeten meer huizen komen, er moet meer natuur bij, de boeren moeten kunnen extensiveren en waar gaan we eigenlijk parkeren?


Bijzondere dilemma’s om over na te denken. Goed luisteren naar alle belangen en een weloverwogen beslissing nemen. Als we weilanden nodig hebben voor huizen dan moeten we boeren meer bieden dan alleen het advies om ‘er iets bij te gaan doen’. Als we natuurherstel belangrijk vinden, dan zullen we ook moeten investeren in groene bermen, natuurinclusieve landbouw en meer bomen en hagen.

Ik ben thuis opgegroeid met de boeken van de oer-natuurbeschermer Jac. P. Thijsse. Honderd jaar geleden zag hij dezelfde dilemma’s en bij een bezoek aan onze regio sprak hij:

“Zoo is ons land, intens menschelijk bedrijf zij aan zij met het fijnste natuurschoon van alle tijden. Wel hem, die beide weet te waardeeren, want het een is voor ons levensgeluk even goed als het andere.”

Bij een partij die zowel De Arbeid als het Groen prominent in haar naam draagt werken we graag aan dat levensgeluk. Voor mij is dat een rondje rennen door de polder, voor dat van al die andere Krimpenerwaarders gaan we graag weer vier jaar ons best doen.