
Irma Bultman (CDA Krimpenerwaard): ‘Bouwen om klassen en sportteams te vullen’
Nieuws Dossier: Gemeenteraadsverkiezingen Krimpenerwaard 2026Krimpenerwaard - Wat willen de politieke partijen de komende vier jaar bereiken? In de speciale bijlage van Het Kontakt over de gemeenteraadsverkiezingen, die deze week bij de krant zit, leggen we alle lijsttrekkers zeven vragen voor. Deze interviews publiceren we ook online. Vandaag Irma Bultman, van CDA Krimpenerwaard.
Wat zijn de drie belangrijkste speerpunten van het CDA voor de komende vier jaar?
“Als eerste wonen en dus het bouwen van nieuwe woningen. De afgelopen vier jaar hebben we daar als college en raad flink wat stappen in gezet, maar het blijft een belangrijk thema. Zeker voor de kernen waar nu nog geen woningbouw gepland is, zoals Ammerstol, Berkenwoude en Gouderak.”
“In zijn algemeenheid willen we bij het bouwen van nieuwe woningen ook rekening houden met de vergrijzing. Ofwel gelijkvloers bouwen, waardoor senioren kunnen verhuizen en er doorstroming plaatsvindt. Ook mag nieuwbouw wat ons betreft enigszins de hoogte in. Hoger bouwen waar dat kan en past. Ons tweede speerpunt hangt samen met het eerste, namelijk het bevorderen van de leefbaarheid. We moeten bouwen om dat voor elkaar te krijgen, om schoolklassen en sportteams te vullen.”
“Derde speerpunt is het herstellen van het vertrouwen in elkaar. Er is veel polarisatie, de samenleving verhardt. We willen proberen het wantrouwen weg te nemen en vooral met elkaar in gesprek te blijven. Ook al worden we het misschien niet altijd eens.”
Waarin onderscheidt het CDA zich van andere partijen?
“Het CDA zet vanuit christendemocratische waarden de samenleving voorop. We kijken positief vooruit, zoeken de verbinding en hebben oog voor het verenigingsleven. Als ik kijk naar mijn eigen vakgebied als wethouder – het sociaal domein – dan kiezen we in Krimpenerwaard voor ‘samenredzaamheid’. Daar heb ik me hard voor gemaakt. Dit terwijl vanuit het Rijk erg wordt ingezet op zelfredzaamheid. Maar dat schuurt met de visie van het CDA.”
Waarin heeft het CDA, dan wel u als wethouder, de afgelopen vier jaar het verschil gemaakt?
“Het CDA kijkt bij ruimtelijke projecten naar mogelijkheden in plaats van onmogelijkheden. We hebben oog voor het belang van woningzoekenden. Ook hebben we een realistische kijk op de gemeentebegroting en daarmee samenhangend de OZB.”
“Ik heb me eerder als raadslid hard gemaakt voor jeugdondersteuners bij huisartsen. Dat is nu volop in uitvoering. Jeugdondersteuners gaan eerst zelf met jongeren in gesprek voordat deze eventueel worden doorverwezen binnen de jeugdzorg, bijvoorbeeld naar de GGZ. Hierdoor is doorverwijzing lang niet altijd nodig is.”
“Ook trots ben ik op de 30 procent-regeling, waarmee we als gemeente verenigingen financieel helpen om bijvoorbeeld een nieuwe accommodatie of sportveld te realiseren. Met een maximum tot 30 procent. Voor veel verenigingen is zo’n investering niet op te brengen, dankzij het steuntje in de rug wel.”
Wat had de afgelopen vier jaar – met de kennis van nu – wellicht anders gekund?
“Ik heb in de afgelopen vier jaar veel geleerd. Hoe je bepaalde dingen aanpakt bijvoorbeeld. Zo nam ik het huisvestingsverhaal van basisschool De Kromme Draai in Ammerstol over. Er was behalve veel bijval voor het plan ook verzet tegen de verhuizing van de school. Als raadslid ben je gewend snel ergens op te duiken en het proberen te ‘fixen’. Als wethouder helpt het juist om rustig blijven en het gesprek aan te gaan. En als je er dan niet uitkomt, dat ook eerlijk te benoemen. Zodat belanghebbenden zich gehoord voelen. Ik zou het niet zozeer anders gedaan hebben, maar ik heb er wel veel van geleerd.”
“Als politiek in zijn algemeenheid is het goed om niet altijd in te zoomen op details en elkaar de maat te nemen. Neem het debat om het Cultuurhuis in Krimpen aan de Lek. Daar lag teveel het accent op wat er mis is gegaan en wiens schuld dat was. Maar misschien is het beter om vooruit te kijken en ervoor te zorgen dat zoiets in de toekomst niet meer gebeurt.”
Heeft het CDA ambities voor een rol in de coalitie?
“Ik hoop zeker dat we weer mee mogen doen, maar dat is natuurlijk afhankelijk van de verkiezingsuitslag. Vanuit het college kan je gewoon meer bereiken. Enige continuïteit kan geen kwaad en veel dossiers lopen lang. We zijn er als partij in ieder geval klaar voor en ik ben beschikbaar als wethouder. Mochten we niet in de coalitie komen, dan ga ik de gemeenteraad in.”
Waarom heeft u besloten lijsttrekker te blijven?
“Ik ga de uitdaging graag weer aan. Ik ben nog niet klaar en vind het nog steeds erg leuk. Ik voel me daarin gesteund door de fractie. Wij zijn ook de enige partij met kandidaten uit echt alle kernen. En we hebben als enige partij een vrouwelijke lijstrekker.”
Wat typeert u als politicus en wat is uw persoonlijke drijfveer om u in te zetten voor deze gemeente?
“Ik neem de tijd om een standpunt in te nemen of tot een conclusie te komen. En ik probeer het altijd naar het menselijke te trekken. Ik heb van het CDA alle ruimte gekregen om me te ontwikkelen. Wat me drijft is de roeping – ook vanuit het geloof- om iets voor een ander te beteken. Daar ligt een rol voor mij.”
Robert van der Hek