Afbeelding

VVD stelt raadsvragen over bereikbaarheid Krimpenerwaard: ‘onacceptabele verkeerschaos’

Nieuws

Krimpenerwaard – VVD Krimpenerwaard heeft raadsvragen gesteld aan het college over de opeenstapeling van wegafsluitingen en infrastructurele werkzaamheden in en rond de regio. Volgens indiener Marco Oudshoorn lopen inwoners, ondernemers én hulpdiensten hierdoor tegen ernstige problemen aan.

Het VVD-raadslid wijst op een reeks afsluitingen die elkaar de afgelopen tijd snel opvolgden of zelfs samenvielen, waaronder de N210 (twee keer), de A20, de Haastrechtsebrug, de Julianasluis in Gouda en de aankomende afsluiting van de Algerabrug.

Oudshoorn: “Dat onderhoud nodig is, begrijpen we. Maar de manier waarop dit georganiseerd wordt, is onacceptabel.”

Geen noodbrug

Aanleiding voor de vragen is onder meer de afsluiting van de Haastrechtsebrug. Daarbij werd eerder een noodbrug toegezegd, maar volgens Oudshoorn komt die er niet: “Dit leidt dit tot maandenlange extra hinder voor hulpdiensten en het openbaar vervoer.”

Oudshoorn vraagt de wethouder wat er is ondernomen toen duidelijk werd dat de noodbrug niet gerealiseerd zou worden en welke gevolgen dit had voor de aanrijtijden van ambulances.

Chaos door gelijktijdige afsluitingen

Daarnaast kaart Oudshoorn de recente verkeerschaos rond Gouda aan. Door gelijktijdige afsluitingen bij de Julianasluis en de Haastrechtsebrug liepen files fors op en werd de hinder afgewenteld op omliggende routes.

“Ook inwoners uit de Krimpenerwaard stonden urenlang vast”, aldus Oudshoorn. Hij wil weten waarom deze werkzaamheden niet beter op elkaar zijn afgestemd en of er nog maatregelen mogelijk zijn om de overlast te beperken.

Tot slot uit het VVD-raadslid kritiek op de rol van de gemeente Krimpenerwaard in de voorbereiding en afstemming van regionale werkzaamheden. Volgens Oudshoorn wordt de gemeente onvoldoende betrokken door andere wegbeheerders.

Hij vraagt het college welke stappen worden gezet om dit te verbeteren, bijvoorbeeld door intensievere regionale samenwerking, zodat toekomstige overlast en economische schade voor ondernemers worden beperkt en hulpdiensten niet in het gedrang komen.

Het college moet de vragen nog beantwoorden.