
Goed knotten is vakwerk: ‘Verkeerd zagen kan een boom de kop kosten’
NieuwsKrimpenerwaard - Duizenden knotwilgen bepalen het karakteristieke landschap van de Krimpenerwaard. Langs sloten, wegen en weilanden vormen ze al eeuwenlang een herkenbaar beeld. Maar wie denkt dat het onderhoud van deze bomen neerkomt op ‘even wat takken afzagen’, heeft het mis, benadrukt Frits Hemerik: “Het is vaak goed bedoeld, maar verkeerd zaagwerk kan een wilg de kop kosten.”
De Krimpenaar is vrijwilliger en actief lid van de Natuur en Vogel Werkgroep Krimpenerwaard (NVWK). Hemerik is al jaren te vinden in het veld, samen met een vaste groep vrijwilligers. Hun doel: het behouden van de knotwilgen als levend landschapselement.
“Knotten is geen lukraak werk,” benadrukt Hemerik. “Het vraagt kennis van de boom en respect voor het ritme van de natuur. Het kost echt niet meer moeite om het meteen goed te doen, maar het voorkomt wel dat een boom door fout onderhoud afsterft.”
Wanneer en hoe vaak knotten
Een van de belangrijkste basisregels is timing, vervolgt hij: “Een wilg knot je idealiter eens in de drie jaar. Zo krijgt de boom zijn typische vorm en blijft hij vitaal.”
Knotten gebeurt uitsluitend in de winterperiode, van half november tot eind februari. “Wie in het groeiseizoen zaagt, loopt een groot risico. De sapstroom is dan actief en bacteriën kunnen via de zaagwonden de boom binnendringen. De kans op afsterven is dan groot.”
Na een knotbeurt loopt een wilg snel weer uit. De nieuwe takken kunnen jaarlijks wel één tot anderhalve meter groeien. “Dat is precies waarom goed onderhoud zo belangrijk is,” zegt Hemerik. “De basis die je nu legt, bepaalt hoe de boom zich verder ontwikkelt.”
‘Zaag zo horizontaal mogelijk’
Volgens de bevlogen vrijwilliger gaat het vaak mis bij de manier van zagen. “De belangrijkste vuistregel is dat je een tak zo horizontaal mogelijk afzaagt, net boven de knot, op een hoogte ter dikte van de tak zelf. Dan blijft er voldoende hout over waaruit nieuwe scheuten kunnen ontstaan.”
Minstens zo belangrijk is het voorkomen van schade aan de bast. “Zaag nooit in één keer van bovenaf,” waarschuwt hij. “Maak eerst aan de valkant een kleine v-vormige kerf, ongeveer een vijfde van de stamdikte. Daarna zaag je aan de andere kant door. Zo voorkom je dat de bast uitscheurt wanneer de tak valt.”
De meest gemaakte fout is volgens hem het zagen vanaf de grond. “Dat levert een verticale zaagsnede op met nauwelijks kans op uitloop. Bovendien vergroot je zo de kans dat de boom afsterft. Daarom werk je meestal met een ladder.”
Triest gezicht
Voor het knotten is zwaar materieel niet nodig. “Een kettingzaag lijkt handig, maar gebruik die alleen als je echt gekwalificeerd bent,” zegt Hemerik. “Zeker op een ladder is dat levensgevaarlijk.” Een scherpe, licht gebogen takkenzaag, aangevuld met een takkenschaar en snoeischaar, is volgens hem meestal voldoende.
Is de boomkruin lastig bereikbaar, dan adviseert hij om eerst kleine takken weg te nemen. “Maak ruimte. En lukt dat niet, zaag dan in twee stappen: eerst hoger afzagen en daarna het resterende stuk netjes bijwerken.”
Goed knotten is niet alleen beter voor de boom, maar ook voor dieren. Hemerik: “Een rij volledig kaal geknotte wilgen is een triest gezicht. Laat daarom altijd vijf tot tien duimdikke, recht omhoog groeiende takken staan. Dat is prettiger voor vogels en het maakt de volgende knotbeurt makkelijker. Ook het om en om knotten van een rij helpt om het landschap levendig te houden.”
Prima schuilplaats
De afgezaagde takken hoeven bovendien niet weg. “Gebruik ze voor een takkenril als erfafscheiding. Dat is een prachtige schuilplek voor kleine dieren.”
Wie interesse heeft om in groepsverband mee te helpen, is welkom bij de NVWK. “We werken met diverse vrijwilligersgroepen en kunnen altijd extra handen gebruiken,” besluit Frits Hemerik. Voor vragen over knotten staat de Krimpenaar open via fhemerik@gmail.com: “Dat geldt ook voor het vrijblijvend aanmelden van locaties.”