Afbeelding
Foto: Peter Stam

Jongen (16) uit Alblasserdam veroordeeld voor twee pogingen tot doodslag (in Nieuw-Lekkerland en Alblasserdam) en afpersing

Nieuws

Alblasserdam/Rotterdam – De rechtbank Rotterdam heeft deze week een 16-jarige jongen uit Alblasserdam veroordeeld voor twee pogingen tot doodslag, openlijke geweldpleging en afpersing.

Het gaat onder meer om de mishandeling die op 1 mei 2025 plaatsvond bij de Witte Brug tussen Alblasserdam en Nieuw-Lekkerland en om een mishandeling ter hoogte van cafetaria De Haven. De tiener trapte zijn slachtoffers meermaals tegen het hoofd, terwijl zij al op de grond lagen, oordeelt de rechtbank.

De zaak, waarbij vijf verdenkingen op de dagvaarding stonden, werd twee weken geleden achter gesloten deuren behandeld. De uitspraak volgde vrijdag 27 maart 2026 in het openbaar in Rotterdam. Bij de uitspraak zelf waren de meeste betrokkenen afwezig.

Eerste poging doodslag

De eerste poging tot doodslag vond plaats op 21 september 2024 bij De Haven, ter hoogte van cafetaria De Haven in Alblasserdam. Daar nam de verdachte, samen met een andere jongen uit Alblasserdam, een tiener uit Nieuw-Lekkerland te grazen.

Wat de exacte aanleiding hiervoor was, blijft onbekend, maar volgens de rechtbank werd het slachtoffer in ieder geval bij zijn kraag gepakt, geslagen, omver getrokken en vervolgens meermalen geschopt terwijl hij op de grond lag, onder meer tegen zijn hoofd.

Forse kracht in gezicht getrapt

De rechtbank moest zich buigen over de vraag of dit een poging tot doodslag betrof en komt tot die conclusie. Uit de beschrijving van camerabeelden blijkt volgens de rechters dat er een vechtpartij is ontstaan waarbij de aangever op enig moment op zijn rug op de grond terecht is gekomen.

“Op dat moment heeft de verdachte met de onderkant van zijn schoen met forse kracht recht in het gezicht van het slachtoffer getrapt. De jongen is door deze trap met kracht met zijn achterhoofd op het wegdek geklapt. Vervolgens is beschreven dat de medeverdachte zijn been ver naar achteren haalde en vervolgens tweemaal met forse kracht met de wreef van zijn voet tegen de bovenzijde van de rug dan wel het achterhoofd van de aangever heeft getrapt. Toen het slachtoffer weer was opgestaan en voorover gebukt stond in een worsteling met de verdachte, kwam de medeverdachte aanrennen en heeft hij de aangever nog een voorwaartse trap op zijn hoofd gegeven. Door met geschoeide voet en met forse kracht meerdere malen tegen het hoofd van de aangever te schoppen, hebben de verdachte en de medeverdachte de aanmerkelijke kans in het leven geroepen dat de aangever zodanig ernstig gewond zou raken dat hij daaraan zou komen te overlijden. Hun handelen was naar uiterlijke verschijningsvorm ook zozeer gericht op dit gevolg dat het niet anders kan dan dat zij de aanmerkelijke kans daarop bewust hebben aanvaard” zo stelt de rechtbank.

Wat de verdachte ook wordt aangerekend, is dat hij de mishandeling heeft gefilmd.

Afpersing in Papendrecht

Een paar maanden later, op 11 oktober 2024, slaat de verdachte, samen met dezelfde medeverdachte uit Alblasserdam die later nog bij de rechtbank moet verschijnen, opnieuw toe. Ditmaal in Papendrecht.

“Geef mij die vape. Geef mij die vape. Anders ga ik je steken” zo klinkt het. Het slachtoffer wordt op zijn arm geslagen en wordt vervolgens gedwongen mee te komen naar een nabijgelegen park. Wanneer hij wil wegrennen, wordt hij getackeld. De daders zetten een knie op zijn buik en knijpen hem in de keel.

Witte Brug

Op 1 mei 2025 slaat de Alblasserdamse tiener opnieuw toe. Toen moest een tiener uit Papendrecht het ontgelden bij de Witte Brug tussen Nieuw-Lekkerland en Alblasserdam.

Volgens de advocaat van de jongen kan niet bewezen worden dat haar cliënt tegen het hoofd of lichaam heeft getrapt nadat het slachtoffer op de grond lag. De verdachte zelf verklaarde dat hij het slachtoffer niet meer heeft aangeraakt toen deze op de grond lag.

Tweede poging doodslag
De rechtbank komt tot een heel andere conclusie. Voor de rechters staat, mede dankzij meerdere getuigenverklaringen, vast dat de Alblasserdammer wel degelijk is doorgegaan met zogenoemd ‘kopschoppen’.

Zelfs zo hard, dat het slachtoffer buiten bewustzijn raakte en op de Intensive Care van het ziekenhuis belandde.

De rechters oordelen: “De verdachte heeft meerdere malen tegen het hoofd van de aangever geslagen en ook nog tegen zijn hoofd geschopt terwijl hij op de grond lag. Meerdere getuigen verklaren dat is geslagen en geschopt tegen een kwetsbaar deel van het hoofd, te weten de slaap. Ook wordt beschreven dat het eruitzag als ‘kopschoppen’ en dat het geweld vanuit de verdachte net zo lang doorging tot de aangever knock-out ging. De aangever heeft ook daadwerkelijk het bewustzijn verloren, wat onderstreept dat het schoppen in ieder geval met enige kracht heeft plaatsgevonden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat, gelet op de uiterlijke verschijningsvorm van deze gedragingen en de intensiteit daarvan, de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij de aangever dodelijk letsel zou toebrengen. De verdachte heeft dus in voorwaardelijke zin opzet op de dood van de aangever gehad.”

De rechtbank komt verder tot de conclusie dat alleen de 16-jarige verdachte verantwoordelijk is voor de mishandeling. De eerder opgepakte jongen uit Oud-Alblas, die verdacht werd van betrokkenheid bij de mishandeling, wordt hiervoor niet vervolgd.

Grove inbreuk op rechtsorde

De 16-jarige Alblasserdammer heeft, zo stellen de kinderrechters, met zijn handelen een grove inbreuk gemaakt op de rechtsorde. “Door zijn handelen heeft de verdachte een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijk geweld nog lange tijd de nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden van wat hen is overkomen, wat ook blijkt uit de ter zitting voorgelezen slachtofferverklaringen.”

“Bovendien maken feiten als deze een grove inbreuk op de rechtsorde en werken zij in de samenleving gevoelens van angst en onveiligheid in de hand, vooral omdat de feiten op de openbare weg plaatsvonden. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij met zijn handelen het leven van anderen in gevaar heeft gebracht.”

Kans op herhaling hoog

De Damdorper is in de afgelopen periode onderzocht en blijkt meerdere psychische stoornissen te hebben. Hij is daarom verminderd toerekeningsvatbaar.

De kans op herhaling wordt als hoog ingeschat. Volgens de rechtbank moet er zelfs “ernstig rekening mee worden gehouden” dat de verdachte opnieuw een dergelijk misdrijf pleegt.

Om dit risico te beperken, is het volgens de onderzoekers van belang dat de jongen zijn verleden verwerkt en werkt aan zijn impuls-, emotie- en agressieregulatie, evenals zijn sociale en stressmanagementvaardigheden. Ook moet hij structuur krijgen in zijn vrije tijd.

Straf en voorwaarden

De rechtbank veroordeelt de Alblasserdammer tot een jeugddetentie van 180 dagen, waarvan 126 dagen voorwaardelijk, en een werkstraf van 60 uur.

Het onvoorwaardelijke deel van de straf heeft hij al in voorarrest uitgezeten. Dat betekent dat hij niet opnieuw de cel in hoeft, tenzij hij binnen twee jaar opnieuw de fout in gaat.

Schadevergoedingen

Verder moet de tiener schadevergoedingen betalen. Zo moet hij het slachtoffer van de mishandeling bij De Haven ongeveer 2.500 euro betalen, samen met de medeverdachte. Het slachtoffer bij de Witte Brug krijgt ruim 5.000 euro toegewezen. Dat is minder dan de circa 28.000 euro die door de advocaat was geëist.

Tot slot moet de Damdorper zich houden aan een reeks voorwaarden. Zo moet hij zich melden bij de jeugdreclassering, zich laten behandelen en werken aan een passende invulling van zijn vrije tijd. Ook geldt er een contactverbod met de slachtoffers.

Vrijspraak

Volgens justitie heeft de 16-jarige zich ook schuldig gemaakt aan de mishandeling van een meisje op 30 juli 2025 in Alblasserdam, door tegen haar been te schoppen.

Op dat punt komt de rechtbank echter tot vrijspraak, omdat niet bewezen kan worden dat de verdachte haar heeft mishandeld.

Hoger beroep

De verdachte en het Openbaar Ministerie hebben twee weken de tijd om in hoger beroep te gaan. Als zij dat niet doen, wordt het vonnis definitief.