Jan-Willem de Winter geeft uitleg over De Waterbraker.
Jan-Willem de Winter geeft uitleg over De Waterbraker. Foto: Geurt Mouthaan

De Waterbraker, Walbout, D’n Ruigenhil, ze vielen allemaal af

Alblasserdam - d’Ouwe Kabel had als naam geduchte concurrentie. Voor de benaming van het transferium moest de jury kiezen uit meer dan vijftig inzendingen.

Wethouder Ramon Pardo benoemde er drie tijdens de officiële opening van het nieuwe parkeerterrein voor de molens van Kinderdijk in Alblasserdam. De inzenders kregen het ‘slechte nieuws’ dat hun voorstel niet was gekozen, maar ze kregen wel de kans er iets over te vertellen.

De eerste was De Waterbraker. Jan-Willem de Winter wilde er de herinnering aan de molen met die naam in ere houden. “Hij stond op deze locatie”, vertelde hij. “In de jaren dertig werd De Waterbraker gesloopt. Een zekere meneer Smit probeerde jarenlang om met de opgeslagen materialen de molen te herbouwen. Maar toen de gemeente Alblasserdam daarmee aan de slag wilde gaan, bleek alles zoek.”

Met een knipoog: “Daarom mijn verzoek aan het huidige gemeentebestuur: speur alsnog de onderdelen op voor de herbouw van De Waterbraker.”

Van de kant van Vincent Prins kwam de suggestie van Walbout. “Dat was de naam van een opziener, die omkwam tijdens een bedrijfsongeluk bij de aanleg van de brug over de Noord”, lichtte hij zijn keuze toe. Nummer twee, ingediend door Ep Huttinga, was D’n Ruigenhil, de naam van de straat die grenst aan het transferium. “In mijn jeugd logeerde ik bij mijn oom aan de Ruigenhil. Ter ere van hem heb ik deze naam ingediend.”