Henk bezit nog altijd de timmermanskist uit zijn tienerjaren.
Henk bezit nog altijd de timmermanskist uit zijn tienerjaren. Foto: Anne Marie Hoekstra

Reghthuys zet timmerman in schijnwerpers

Anne Marie Hoekstra

Giessenburg – De ambachtslieden van weleer werkten zonder goede arbo-regelingen en waren veelzijdig. Dat blijkt uit de verhalen van timmerman Henk van der Wolf (83) uit Giessenburg.

Met een gereedschapskist van ongeveer 35 kilo op zijn transportfiets ging Henk als tiener al op pad. “Die kist droeg je op je schouders naar binnen”, vertelt hij in de woonkamer van zijn geboortehuis aan de Doetseweg. Samen met zijn vrouw woont hij op de plek waar zijn vader in 1957 een timmermanswerkplaats opende. Museum Het Reghthuys besteedt in een tijdelijke expositie aandacht aan het ambacht.

Slot gerepareerd

De werkplaats bij Henks woonhuis is nog intact en volop in gebruik. “Pas werd ik nog gebeld door mensen die hun deur niet meer open kregen. Op zaterdagavond na tienen heb ik hun slot gerepareerd.” Hij laat laden en kisten vol onderdelen zien. Haken, schroeven, moeren, bouten, rubberen ringen en meer. Dorpsgenoten weten hem te vinden als ze iets moeten repareren en onderdelen missen. Henks vrouw Janny: “Heel de buurt komt bij mijn baasje.”

Henk bezocht de ambachtsschool. “Eigenlijk was het mijn bedoeling om in de restauratie te gaan, eventueel ook met beeldhouwwerk. Maar ik kwam van school af en mijn vader zei: ‘Het is hartstikke druk, kom eerst maar even hier werken’. Toen is het er nooit meer van gekomen om weg te gaan. We deden vooral werk voor particulieren, zijn nooit hoofdaannemer geweest.” Berustend: “Vroeger was het meestal: wat je vader deed, volgde je na. Ook mijn broer Jaap werkte in het bedrijf.”

Gemoedelijk

Hij werkte met plezier. “Het was altijd leuk. Je kreeg koffie van de mensen, alles was zo gemoedelijk toen. We hebben huizen gebouwd, ook bungalows en drie ruilverkavelingsboerderijen. Voor die boerderijen hebben we geen prijs op hoeven te geven. We mochten ze gewoon maken, zo vertrouwd waren we in de omgeving. Mensen wisten dat ze waarde voor hun geld kregen.”

Al jong ontwikkelde Henk zich tot een veelzijdig vakman. “Ik had een goede leermeester: mijn vader. Later heb ik ook nog veel bijgeleerd, want als ik in verbouwingen zat en nieuwe kozijnen moest zetten, werd ik ook aan het metselwerk gezet. Raamdorpels maken bijvoorbeeld. En als er klanten waren die een nieuwe keuken kochten, moest Henk hem zetten. Ik legde ook waterleidingen en elektra aan en zette tegels in de specie. Hoe ik dat leerde? Eerst kijken en gewoon eraan beginnen.” Hij lacht. “Het is altijd goed afgelopen.” Janny: “Ze noemen hem Willy Wortel. In het dorp zeiden ze dat de Van der Wolfven vakmensen waren.”
Een dieptepunt was het plotselinge overlijden van zijn vader. “Hij is verongelukt bij de spoorwegovergang in de Neerpolderseweg, in 1978. Hij was 68 jaar. Ik heb er veel moeite mee gehad, omdat ik altijd met mijn vader op pad ging. Nog jaren droomde ik dat ik met hem aan het werk was. Het was een heel grote klap.”

De Vries Robbé

Met zijn broer Jaap zette Henk het bedrijf voort. “Mijn vader had kort voor zijn overlijden een boerderij met dubbel woonhuis gekocht, zodat Jaap en zijn vrouw en Janny en ik met ons trouwen een huis zouden hebben. Dat was op Doetseweg 17 en 19. Mijn vader dacht daar een grotere werkplaats neer te zetten. We hebben dat huis verbouwd en zijn er gaan wonen en werken, maar later heb ik mijn ouderlijk huis van mijn moeder gekocht. Ik slaap nu in de slaapkamer waar ik geboren ben.” Het contact met broer Jaap was niet optimaal. “In 1987 ben ik daarom uit de zaak gegaan. Toen ben ik als onderhoudsman bij D.C. Klop gaan werken, aan de Spijksedijk in Gorinchem. Ik werd daar heel vrij gelaten en heb het daar zó naar mijn zin gehad.”
De expositie in Het Reghthuys is elke woensdag- en zaterdagmiddag te zien, tot en met zaterdag 26 september. Het adres: Dorpsstraat 10, Giessenburg.