
Rode loper gaat langs N214 uit voor otter
Geurt Mouthaan
Alblasserwaard - Nieuw asfalt gaat samen met een duw in de rug voor de natuur. Het grootschalige onderhoud van de N214 biedt de ruimte om met faunapassages ruim baan te maken voor de otter.
De N214. Een cruciale verbinding voor de gemiddelde Alblasserwaarder. Maar voor dieren is het vaak een dodelijk obstakel. Met speciale nieuwe looproutes bij bruggen en duikers gaat de kans om te overleven fors omhoog.
Drijvende krachten zijn de ecologen Arie Kolders uit Sliedrecht en Richard Slagboom uit Nieuw-Lekkerland. “In 2016 raakte ik via mijn werkgever, Van der Helm Milieubeheer, betrokken bij het groot onderhoud van de provincie aan de N214”, blikt Kolders terug. “Daarbij hebben we de wettelijk verplichte onderzoeken gedaan naar onder meer de aanwezigheid van beschermde soorten als roofvogels, de heikikker en de grote modderkruiper.” In de onderlinge gesprekken kwam de otter ter sprake. “We zeiden tegen elkaar: hoe tof zou het zijn als we juist voor de otter de omstandigheden kunnen verbeteren.”
Het plan om de rode loper uit te rollen ontstond in 2020. De provincie gaf groen licht om het verder uit te werken en stelde geld beschikbaar om het te koppelen aan het groot onderhoud. “Onder bruggen en duikers hebben we loopstroken gemaakt voor otters, maar ook voor andere kleine grondgebonden dieren als bunzingen en hermelijnen en amfibieën en reptielen. Met struweelbosjes bij de ingangen zorgen we voor dekking en om strijklicht van auto’s tegen te gaan. Dat gebeurt op land dat in eigendom is van de Provincie Zuid-Holland, maar ook verschillende (agrarisch) ondernemers verlenen hun medewerking.”
Voor advies op maat klopten de twee initiatiefnemers aan bij Hans Blom van Stichting Otterstation Nederland. De inwoner van Hoornaar werkte graag mee. “Ik ben er ontzettend blij mee. De Europese otter was ooit een veel voorkomend dier in de Alblasserwaard, maar is in de jaren zestig uitgestorven. In 2002 zijn enkele tientallen otters uitgezet in nationaal park Weerribben-Wieden en sindsdien hebben ze zich verspreid over Nederland. In de Krimpenerwaard hebben we al meerdere bewijzen dat ze daar zijn. De Alblasserwaard vormt een belangrijke verbinding naar het zuidwesten van ons land.”
Hij benadrukt het belang van de passages en licht meteen toe waarom die over land gaan. Foto’s en filmbeelden van otters laten over het algemeen een dier zien dat dol is op water. Maar dat is een vertekend beeld. “Water gebruiken ze vooral om te jagen. Daar verliezen ze juist de meeste energie. Verplaatsen doen ze waar mogelijk over land, langs oevers. Nu moet een otter nog, als hij bij een brug of duiker in de N214 terechtkomt, de weg oversteken.”
Een groot risico. “Een kwart van de populatie van otters in Nederland wordt jaarlijks doodgereden. Door rasters, de hekwerken die zijn geplaatst, leiden we ze naar de passages toe voor een veilige oversteek.” Kolders vult hem aan: “Daarom hebben we op meerdere plekken ook in de oevers in- en uittredeplekken aangebracht, om het zo begaanbaar mogelijk te maken.” Dat zulke speciale routes werken, ziet Blom elders in het land in de praktijk. “Otters wijzen elkaar ook de weg met geursporen die ze op grote afstand in de omtrek ruiken.”
De faunapassages zijn niet de enige duw in de rug voor de groene rand langs de N214. Prominent te zien zijn bijvoorbeeld de opgestapelde forse boomstammen. “Daarin zijn gaatjes, met verschillende doorsnedes, geboord voor metselbijen en andere insecten”, vertelt Arie Kolders. “Aan de voorzijde is leemhoudend zand aangebracht, waar zandbijen hun nesten in kunnen maken.” Zeker zo belangrijk: Slagboom en Kolders zijn bezig met een ecologisch beheerplan. “Want inrichting is twintig procent en beheer tachtig procent van het succes. Op de langere termijn moet je zorgen dat deze nieuwe voorzieningen voor de natuur in stand blijven.”