Pieter van Bruggen: ‘Wat me typeert is dat ik goed met iedereen door een deur kan.’
Pieter van Bruggen: ‘Wat me typeert is dat ik goed met iedereen door een deur kan.’ Foto: Anne Marie Hoekstra

Lijsttrekker Pieter van Bruggen: ‘ChristenUnie wil gemeenschappen in alle kernen versterken’

Nieuws Gemeenteraadsverkiezingen Molenlanden 2026

Wat zijn de drie belangrijkste speerpunten van de ChristenUnie voor de komende vier jaar?

Lijsttrekker Pieter van Bruggen: “De drie belangrijkste speerpunten zijn: een thuis voor iedereen, een betrouwbare overheid en een toekomst voor iedereen. Bij een thuis voor iedereen gaat het over meer dan woningbouw. Het gaat ook over het gemeenschap zijn met elkaar, kwaliteit van schoolgebouwen, dorpshuizen, zorg. Bij een betrouwbare overheid gaat het met name om een luisterende overheid, een overheid die goed en duidelijk communiceert met haar inwoners, aangeeft wat wel en niet kan, welke ruimte een gemeente heeft om mee te bewegen met initiatieven. Het gaat hierbij ook om veiligheid, denk aan politie, en de menselijke maat. Regels moeten duidelijk zijn, maar er moet in uitzonderlijke gevallen ook ruimte zijn om daarvan af te wijken. Bij het derde speerpunt gaat het onder andere over de vraag: is Molenlanden nog een fijne gemeente om in te leven in 2050? We willen lokaal ondernemerschap versterken, onder andere met een loket voor ondernemers. Het gaat ook over het landelijk gebied, de boeren, voldoende biodiversiteit, groen in de kernen, schaduwplekken en speeltuinen.”

Waarin onderscheidt de ChristenUnie zich van andere partijen?

“Wij zijn een uitgesproken christelijke partij. Sociaal christelijk, voor iedereen in Molenlanden. We willen gemeenschappen versterken, met aandacht voor de kwetsbaren. We hebben ons bijvoorbeeld sterk gemaakt voor het aanpakken van eenzaamheid en willen het ondersteuningsfonds voor energiekosten weer in het leven roepen voor de minima. Daarvoor vinden we helaas weinig draagvlak in de raad.”

Waarin heeft de CU de afgelopen vier jaar het verschil gemaakt?

“Het ondersteuningsfonds dat ik net noemde is een punt dat er uitspringt. Verder hebben we de dorpshuizen in de omgevingsvisie weten te krijgen als een belangrijke voorziening. Als er geen dorpshuis is, kun je bij nieuwbouw van een school bekijken of je daarin een ruimte voor het dorp kunt realiseren. Bij onze inzet voor woningbouw kijken naar flexibilisering van regels, bijvoorbeeld het eenvoudiger maken van tijdelijke woonvormen. Verder is onze inzet voor de komende periode dat gebouwd wordt waar de behoefte ligt.”

Wat had de afgelopen vier jaar – met de kennis van nu – wellicht anders gekund?

“We hadden scherper moeten zijn op een wat meer actieve houding van de gemeente, als het gaat om passende woningbouw, en het eenvoudiger maken van regels, en het kijken of je vergunningsprocedures kunt versnellen.”

Heeft de CU ambities voor een rol in de coalitie?

“We zitten sinds het begin van Molenlanden in de oppositie. Bij een aantal dingen loop je er dan natuurlijk tegenaan dat je daar niet zomaar de meerderheid voor hebt. En dat je er heel hard voor moet werken om een meerderheid voor te krijgen. Soms lukt dat en soms helaas niet. We denken dat we een meerwaarde kunnen bieden om de gemeente en het bestuur van Molenlanden te versterken. We hebben wethouderskandidaten, maar die benoemen we nog niet. Het gaat om mensen die soms ook andere functies hebben en nu het nog onzeker is nog niet naar voren willen stappen. En omdat het afhankelijk is van een plek die je mogelijk krijgt in een coalitie; in het samenspel met andere partijen of de portefeuilles die je krijgt maakt het uit welke kandidaat je neer zou zetten.”

Waarom heeft u besloten lijsttrekker te worden?

“Ik zit nu twee periodes in de raad. Harry Stam was de twee vorige periodes lijsttrekker. Hij was bereid om een stapje terug te doen. Ik had ambitie om lijsttrekker te worden, omdat het me mooi lijkt om daarin te groeien, meer het boegbeeld te zijn, meer naar buiten te treden met waar onze partij voor staat. Maar ook mogelijk straks in een coalitieonderhandeling iets voor elkaar te krijgen. En daarbij voelt het heel fijn dat ik de afgelopen ruim zeven jaar al in de Raad heb gezeten, in een hele fijne fractie. Ik heb veel geleerd en voel de steun voor de volgende stap. Uiteindelijk doe je het wel gewoon met elkaar.”

Wat typeert u als politicus en wat is uw persoonlijke drijfveer om zich in te zetten voor deze gemeente?

“Wat me typeert is denk ik dat ik goed met iedereen door een deur kan. Ik hoop ook dat anderen dat zo zien, natuurlijk. Het lukt me vaak goed om met leden van andere fracties samen te werken, een goede persoonlijke verhouding met ze te hebben. En op die manier eerder dingen voor elkaar te krijgen. Wat mij helpt is dat ik ook als jurist werk voor de gemeente Dordrecht. Dat geeft me vaak een voorsprong in kennis van regelgeving, dat maakt het soms voor mij makkelijker om voorstellen uit te werken. Want of je het nou leuk vindt of niet, alles hangt in overheidsland vast aan regels en ik weet mijn weg daar in te vinden. En verder: juist de gemeentepolitiek staat het dichtst bij de mensen, het gaat over je eigen dorp.”