Carla (rechts) tijdens één van de vele reizen naar Sri Lanka.
Carla (rechts) tijdens één van de vele reizen naar Sri Lanka. Foto: Aangeleverd

Medi-Aid uit Ameide in actie voor Sri Lanka na allesverwoestende orkaan

Madelief Helmhout 

Ameide - Hulpverleningsorganisatie Medi-Aid uit Ameide heeft het druk. Al zo’n 25 jaar biedt de stichting materiële en financiële steun aan de allerarmsten in Sri Lanka. Maar door orkaan Ditwah - waarbij honderden doden vielen en ruim een miljoen mensen zijn getroffen - zet de organisatie momenteel een tandje bij.

De kleine, volledig door vrijwilligers gerunde stichting ontstond eind jaren negentig. Voorzitter Martin Joziasse bezocht Sri Lanka voor het eerst in 1999, tijdens een reis naar het Dutch Welcome Village, een verzorgingshuis voor ouderen, om de behoeften te inventariseren. De armoede en het schrijnende tekort aan basisvoorzieningen maakten diepe indruk.
“We kwamen allebei uit de ouderenzorg en zagen jarenlang hoe goed we het in Nederland hebben,” vertelt Carla, de echtgenote van Martin en tevens bestuurslid van de stichting. “Toen we Sri Lanka bezochten en zagen hoe blij mensen er zijn terwijl ze eigenlijk niets hebben, raakte het ons. We ontwikkelden een liefde voor het land en de mensen.”

Het begin van de stichting

In eerste instantie richtte Medi-Aid zich op de scholing van kansarmen en het transporteren van afgeschreven zorgmaterialen uit Nederland. Van ziekenhuisbedden en couveuses tot rolstoelen en schoolmeubilair: jarenlang vertrokken er containers vol bruikbare spullen. Inmiddels is die vorm van hulp kleinschaliger. De opslagruimte die Medi-Aid gebruikte bestaat niet meer, en na de coronacrisis stegen de prijzen van containers tot een onhaalbaar niveau Alleen wanneer een project erom vraagt wordt nog een enkele container verscheept, in nauw overleg met de Sri Lankaanse bestuursleden van de stichting.
De stichting werkt aan diverse projecten en zoekt daar telkens passende mensen en fondsen bij. Het bestuur bestaat uit zeven leden en jaarlijks reizen Martin en Carla naar Sri Lanka om de projecten te bezoeken. “We kijken dan waar behoefte aan is, maar vooral of bestaande projecten nog goed werken,” zegt Martin.

Hij benadrukt dat initiatieven voortkomen uit hulpvragen vanuit de inwoners zelf. “De projecten worden vervolgens lokaal opgezet en uitgevoerd. Wij leveren wat ze nodig hebben om het mogelijk te maken.”

Bijzondere projecten

Een recent voorbeeld van zo’n lokaal gedragen initiatief is de school voor kinderen met speciale behoeften, die in 2021 werd gerealiseerd zodat ook kinderen met een beperking les konden volgen. Het project werd deels door de lokale gemeenschap, deels door Wilde Ganzen en deels door Medi-Aid gefinancierd. De school biedt inmiddels plek aan zo’n 25 kinderen en groeit gestaag door. “Op deze school worden kinderen getest op wat ze wél kunnen, niet op wat ze niet kunnen.”

Ramp in Sri Lanka

Die vooruitgang steekt des te meer af tegen de huidige ramp in Sri Lanka. Eind november trok orkaan Ditwah over het land, met de zwaarste aardverschuivingen en overstromingen in jaren tot gevolg. Er vielen honderden doden en honderden mensen worden nog vermist. Scholen zijn gesloten, wegen en bruggen verwoest en hele dorpen staan onder water. “Het ging net beter met het land,” zegt Carla. “De infrastructuur is de afgelopen vijf jaar echt verbeterd. En nu is er weer zoveel verwoest, zoals wegen die opnieuw moeten worden gebouwd. Economisch is het naast de menselijke ellende dus ook echt een klap.”

Fondsenwervingsactie

Martin en Carla kennen geen directe slachtoffers, maar de ramp raakt hen diep. Daarom is een fondsenwervingsactie gestart, waarbij geld rechtstreeks naar het Sri Lankaanse bestuur van de stichting gaat. Daar worden noodpakketten mee bekostigd, samengesteld en lokaal verspreid. “We kunnen ondanks het noodweer altijd geld overmaken,” zegt Martin opgelucht. “Het komt direct terecht waar het zo hard nodig is.” Via sociale media roept de stichting inwoners, bedrijven en organisaties op om bij te dragen. “Elke euro telt en kan het verschil maken voor mensenlevens.”