Afbeelding
Foto: 123RF

Docent en imker over de kunst van bijenhouden: ‘Er komt heel wat bij kijken’

Nieuws

SLEEUWIJK • Roelof Stienstra, sinds 2000 docent scheikunde op het Altena College, kreeg meer vrije tijd toen zijn vier kinderen het huis uit gingen. Stienstra besloot zijn tijd onder meer te vullen met een nieuwe hobby: bijenhouden. Honingbijen zijn de belangrijkste natuurlijke bestuivers op aarde, maar door verschillende factoren is hun populatie de afgelopen jaren sterk afgenomen.

Imkers zijn onderdeel van een belangrijke milieucirkel. Het is essentieel voor ons ecosysteem om de bijen te helpen groeien en zich te vermenigvuldigen. Zonder bijen zullen meer dan honderd plantensoorten verdwijnen, wat ernstige gevolgen heeft voor de dierenpopulatie en het gehele ecosysteem.

Stienstra besteedt een dag per week aan het imkeren. “Als het tijd is om honing te oogsten, moet ik die van de volken afhalen, slingeren en in potjes stoppen.” Het klinkt als een leuk karwei, maar er komt meer bij kijken. “Je moet de kasten onderhouden: verven, schoonmaken en wax omsmelten. Er komt heel wat bij kijken.”

Kast bij school

Een van zijn kasten staat bij de school. In totaal heeft Stienstra veertien kasten op verschillende locaties, waaronder bij collega’s in de achtertuin. “Als je tien volken naast elkaar zet, vliegen ze rond de kast en concurreren ze met elkaar. Dat is niet ideaal, dus het liefst zet je maximaal vier kasten bij elkaar.” 

Vol enthousiasme vertelt Stienstra verder: “De bijen verzorg ik meestal alleen. Soms kijkt een collega mee. Dan neem ik een extra imkerjas en handschoenen mee, zodat ze kunnen meekijken. Dat is altijd leuk.”

Een hobby die evenveel kost als oplevert

Collega’s en leerlingen reageren enthousiast op deze hobby. “Degenen bij wie ik kasten in de achtertuinen heb staan, vinden het echt leuk. Je ziet de bijen binnenkomen. Als ze niets meenemen, hebben ze waarschijnlijk nectar. Stuifmeel kun je goed zien aan de bolletjes op de pootjes. Je merkt ook hoeveel ze vliegen. Elke dag gedragen ze zich anders.” 

Stienstra verkoopt de honing. Het is een hobby die evenveel kost als oplevert. Autorijden, glazen potjes en kasten kosten geld. Een nieuwe kast kost tussen de driehonderd en vierhonderd euro, maar jaarlijks krijg je honderden euro’s per kast terug door de honingverkoop.

In Nederland sterft gemiddeld een kwart van de bijenvolken in de winter. Bijen overwinteren als groep om elkaar warm te houden. Een bijenvolk moet minstens vijfduizend bijen hebben om de winter te overleven. Bijensteken zijn ook een normaal onderdeel van het imkeren.

Speciale momenten

Als imker maak je bijzondere momenten mee. “Ik vond het erg bijzonder om een zwerm bijen uit een kast te zien vertrekken. Het doel van een bijenvolk is niet om honing voor de imker te maken, maar om zichzelf in stand te houden en zich te vermenigvuldigen. In het vroege voorjaar, als er veel nectar en stuifmeel is, legt de koningin veel eieren. Als het volk groot genoeg is, splitsen ze zich en bouwen ze koninginnencellen.”

“De koningin vertrekt met een deel van de bijen, en ze zoeken samen een nieuwe plek. De overgebleven bijen blijven achter met jonge larfjes totdat de nieuwe koningin geboren wordt. Na haar bruidsvlucht begint ze met het leggen van eitjes om een nieuw volk op te bouwen.”

Cursus bijenhouden

Binnen het Altena College is het mogelijk om Altena+ te volgen, waarvan bijenhouden een onderdeel is. Stienstra’s passie voor bijen en zijn kasten vormen een uitstekende basis voor deze lessen. Je leert hoe een bijenvolk leeft en hoe je zelf bijen kunt houden. Na een aantal theorielessen, krijg je in het voorjaar praktijklessen en is er mogelijk een honingoogst.

Samenwerking Altena College en Het Kontakt
Al enkele jaren krijgen leerlingen van het Altena College in Sleeuwijk de kans om hun interviews voor het vak Nederlands te publiceren in Het Kontakt. Uit diverse klassen van het atheneum zijn drie winnende verhalen geselecteerd. Deze week wordt het verhaal van Julia Russchen en Annika Knol gepubliceerd, dat gaat over docent en bijenhouder Roelof Stienstra.