Mooi-zaiek
Mijn trouwe lezers zullen het wel weten; ik sta niet gauw te juichen. Eerst zien en dan pas geloven, is doorgaans mijn parool. In de wereld om ons heen wordt zoveel beloofd, waar je nooit meer iets van hoort. En oplossingen bedacht, die niet uitvoerbaar zijn. Toch zijn er momenten dat mijn nuchtere instelling het verliest van de emotie. Vorige week was er zo’n moment. Corsowagenbouwers zijn in een oude garage in Drumpt al maanden bezig met het kunstwerk “Versteend Fruit. Ode aan het Fruitcorso”. Ze plakken duizenden glassteentjes op panelen die straks als een kleurige mozaïek op het Hoogeinde in Tiel worden geplaatst. Ik stond er bijna versteend bij te kijken. Wat een onvoorstelbaar mooie creatieve prestatie.
Een prestatie die nog meer glans krijgt omdat een groep van dertig asielzoekers er al maanden dapper aan mee plakt. In hun eigen stad, op pakweg vijfduizend kilometer van de Betuwe, resteren door de oorlog slechts de puinhopen. Alle kleur is er verdwenen. Glas is er nog wel, de straten liggen bezaaid met duizenden glasscherven uit hun vernielde huizen. Nu doen ze hun best om de stad Tiel meer kleur te geven. Ik tik deze regels met enige ontroering. Ik kan het zo slecht verdragen dat we van de ontheemde mensen, die totaal berooid in COA-kamertjes zitten te verpieteren, zo’n probleem maken. Vorige week las ik in de krant dat asielminister Faber bij de azc’s borden wil laten plaatsen. Zogenaamde terugkeerborden. Er moet dan op komen te staan dat de mensen hier zo snel mogelijk het land uit gejaagd zullen worden. “Asielzoekers pesten”, noemde Caroline van der Plas deze actie. Als dat schitterende mozaïek in de Tielse binnenstad klaar is, zou ik er ook wel een bord bij neer willen zetten. De tekst heb ik alvast op papier gezet:
“De bouwers van het corso hebben dit gemaakt. Onze asielzoekers zijn hierbij aangehaakt. Samenwerken met een schitterend resultaat Dat krijg je, als je mensen in hun waarde laat.”
Eerst dacht ik dat het misschien wel een goed idee zou zijn om minister Faber uit te nodigen om dit bord te onthullen. Nee, toch maar niet doen. Het lijkt me vergeefse moeite. Ze zal toch niet komen opdagen. Waarom? Het zal het bord voor de kop wel zijn.
(reageren: jbeijer@upcmail.nl)