• Niet alleen op, maar ook rónd de praalwagens van het Fruitcorso komt er steeds meer reuring.
• Niet alleen op, maar ook rónd de praalwagens van het Fruitcorso komt er steeds meer reuring. Foto: Rob Zantinge

Wagens Fruitcorso als lint door de Betuwe

Nieuws Fruitcorso

TIEL • Het Fruitcorso slaat een iets andere weg in. Figuratie op de corsowagens is er al een aantal jaren en ook rónd de optochtwagens komt er meer reuring. De Stichting 4Stromenland, organisator van het corso, is bezig ervoor te zorgen dat één van de grootste evenementen van de Betuwe aantrekkelijker en toekomstbestendiger wordt. Niet meer per se als Tiels corso, maar steeds nadrukkelijker als hét evenement van de Betuwe en omstreken.

In totaal dertien corsoclubs, drie in Tiel en tien in de omgeving, zorgen dit jaar samen met twintig wagens voor één van de langste corsostoeten ooit. Na ‘corona’ leeft het Fruitcorso dan ook meer dan ooit tevoren. “De sociale kracht zit ‘m vooral in die dertien corsoclubs die we hebben”, zegt Willem Gradisen, voorzitter van Stichting 4Stromenland. 

Ontmoeting van generaties

“Die mensen hebben ook niet ingeleverd. Ze slagen er nog steeds in om de jeugd te bereiken en kinderen, jongeren, brengen hun ouders mee. Het is een ontmoeting van generaties.”

Sociale contacten

“Veel ouderen, soms alleenstaand, ontlenen daar maandenlang hun sociale contacten aan en ontmoeten ook andere generaties”, aldus Gradisen. “Dat is wel de kracht. En die component moeten we, met waar we nu mee bezig zijn en met de vernieuwingen waar we aan zitten te denken, beter uitnutten.”

Verbinden met cultuur

Ook volgens 4Stromenland PR-man Mark Hofman maakt het Fruitcorso de laatste jaren mooie ontwikkelingen door. “Je ziet niet alleen meer figuratie op de wagens, maar ook meer acts rónd de wagens”, zegt hij. “Ik zag bijvoorbeeld op de Buren Toen Theater-app een berichtje dat mensen zich kunnen aanmelden om mee te doen bij de corsowagen van Buren. Dat is precies hoe wij er naar kijken; dat het corso ook heel mooi is om te verbinden met cultuur en sport. Dat kan elkaar versterken.”

Meer aansluiting met regio

Hofman schetst ook nog een ander scenario. “Je zou je ook voor kunnen stellen dat je probeert wat meer aansluiting met de regio te maken, ook fysiek”, zegt hij. “Kijk, bij de Tour de France is Parijs áltijd de finishplaats en bij het Fruitcorso zou je kunnen zeggen: Tiel is áltijd de plaats waar de finish is. Maar je zou wel het ene jaar in Culemborg kunnen starten, het jaar erna in Maurik, vervolgens in Echteld, enzovoort.”

“Het mooie daarvan zou kunnen zijn dat het corso dan als een lint door de regio rijdt. En dat er misschien wel dorpen zijn waar ze nu geen corsowagen bouwen, maar waar de corsokoorts toeslaat. Of waar oogstfeestachtige initiatieven ontstaan, omdat die corsowagens langskomen. Daar zou zómaar wat moois uit kunnen ontstaan.”

Overal voor openstaan

Maar is, als het Fruitcorso in Culemborg start en in Tiel moet eindigen, die afstand niet wat te groot? “Eigenlijk ben ik, net als in m’n werk, niet geïnteresseerd in waarom het níet kan, maar hoe het wél kan”, reageert Hofman. “De corsowagens moeten natuurlijk ‘s morgens vroeg op de plek zijn, dus je moet uitzoeken hoe dat zou kunnen.”

Leeg vel

“Misschien moeten de wagens al wel op vrijdagavond in Culemborg aankomen. Als je vervolgens op zaterdag om tien uur start, dan zijn ze op tijd in Tiel. Het is natuurlijk allemaal nog speculeren, maar als je een transitie wilt doen, dan moet je eigenlijk zeggen: Helpers weg, een leeg vel en overal voor openstaan.”

Platte kar met appels

Willem Gradisen vult lachend aan: “Als je naar de wagens van het eerste corso kijkt, van 1961, dan denk je bij jezelf: Die hebben ze op een maandagmiddag in elkaar gezet. Die hadden helemaal geen bewegende delen. Dat was een platte kar en daar werden appels of ander fruit op gelegd, maar die optocht trok wél dertigduizend bezoekers.”

Bakens verzetten

“Nou, dat gebeurt niet meer”, zegt Gradisen, “dus je zult nu echt wel na moeten denken over hoe je daarin kunt innoveren en de bakens kunt verzetten. We willen hoe dan ook een toekomstbestendig corso bereiken. Daarnaast vragen wij bedrijven en de overheid mee te denken, want hoe je het ook wendt of keert; dit gebied heeft fruit nog steeds als branding. Het corso is dus nog steeds heel belangrijk voor dit gebied.”