• Gerard en Adri Swart vertellen, met een oude foto van Marco en Erica én een foto-album vol prachtige portretten op tafel, over hun vier geadopteerde kinderen.
• Gerard en Adri Swart vertellen, met een oude foto van Marco en Erica én een foto-album vol prachtige portretten op tafel, over hun vier geadopteerde kinderen. Foto: Rob Zantinge

Het bijzondere adoptieverhaal van Adri en Gerard Swart uit Tiel

Nieuws

TIEL • Drieënhalve week geleden waren Gerard en Adri Swart uit Tiel zestig jaar getrouwd. Tijdens een bezoek van de burgemeester en de Kontakt-redacteur vertelden zij over hun vier adoptiekinderen, onder wie de 50-jarige Albert Sup-Dong. Hij werd door het echtpaar geadopteerd toen hij elf maanden was. 

“Begin jaren zestig had de schrijver Jan de Hartog, die in Amerika woonde, twee geadopteerde kinderen uit Korea”, vertelt Alberts adoptievader. “Hij voelde zich een beetje schuldig, want daar waren tijdens de Koreaanse oorlog veel Amerikanen.”

“Net als hier in de Tweede Wereldoorlog kregen die Amerikaanse soldaten in Korea kennis aan een vrouw of een meisje; Alberts officiële moeder was ook nog maar een meisje. Die Amerikanen waren gewoon getrouwd, lieten hun gezin in Amerika achter. Zodoende is Albert geboren. Maar toen de oorlog afgelopen was, moesten die Amerikanen allemaal terug.”

Schijnhuwelijk

“Ze gingen ook een schijnhuwelijk aan”, voegt Alberts adoptiemoeder Adri eraan toe. “Maar die vrouwen dachten dat dat voorgoed was. De moeders bleven met de kinderen zitten en werden verstoten uit de familie, want het was een schande dat ze een kind van een Amerikaanse soldaat hadden. Koreanen accepteerden bovendien geen buitenechtelijke kinderen.”

Geen toekomst

Voor halfbloed-Koreanen was er in Korea dus geen toekomst. Jan de Hartog richtte in Amerika een adoptiebureau op. “Omdat hij zich schuldig voelde”, aldus Gerard Swart, “want het waren toch halve Amerikanen. Nederland heeft, omdat De Hartog van oorsprong Nederlander was, een tak van die organisatie overgenomen.”

Adri en Gerard kwamen met die organisatie in contact en uiteindelijk ook met Sup-Dong. “Wij gaven hem de extra naam Albert, want we wilden hem niet met alleen zijn Koreaanse voornaam door Nederland laten gaan”, aldus Swart. “Maar hij moest wél iets van zijn eigen identiteit blijven houden.”

Oema

De adoptieouders van Albert herinneren zich de eerste dagen van Albert Sup-Dong. “Hij kon al zitten en het was een heel rustig jochie”, aldus Adri Swart. “Na een dag of drie beurde ik ‘m op en drukte hij zijn neusje tegen mijn neus. Oema zei hijIk denk dat dat in het Koreaans mama betekent. Dat vond ik zó grappig. Hij voelde zich geaccepteerd en het was goed. Dat vergeet ik nooit meer.”

Gehandicapte dochter

Een belangrijke reden om Albert te adopteren was het feit dat Gerard en Adri een meervoudig gehandicapte dochter hadden, de toen 5-jarige Erica. Ze werd slechts 30 jaar. “Erica was een ontzettend lief kind, we hebben haar altijd thuisgehouden”, aldus Adri. 

“Ze kon helemaal niks, maar haar gezichtje sprak boekdelen. Ze straalde wat uit en íedereen was gek met haar. We zijn tot adoptie overgegaan, omdat we niet wilden dat Erica altijd alleen was. Twee andere kinderen van ons overleden namelijk al een paar dagen na hun geboorte.”

Nóg drie kinderen

Na Albert Sup-Dong adopteerden Adri en Gerard Swart nóg drie kinderen. “Een kind adopteren was destijds moeilijk, omdat we een gehandicapt kind hadden”, vertelt Adri. “Instanties vonden dat een bezwaar.”

Toch kon uiteindelijk, na veel vijven en zessen, de 5-jarige Janneke worden geadopteerd. Zij werd in een ziekenhuis in het Zwitsere Bazel geboren “Janneke had een Italiaanse vader en een Nederlandse moeder”, vertelt Adri. “De vader was onbekend, dus kreeg ze de nationaliteit van haar moeder”, voegt Gerard eraan toe.

Ambonees jongetje

Marco werd het derde adoptiekind van Adri en Gerard Swart. “Marco was een heel klein Ambonees jongetje van tien maanden. Hij zat in een kindertehuis van het Leger des Heils in Apeldoorn.”

De 5-jarige Jessica uit Rwanda is de laatste in het rijtje adoptiekinderen. “We waren lid van de Belgische organisatie De Vreugdezaaiers. Die adverteerde met goede pleegouders gezocht, omdat er weer een vliegtuig vol kinderen uit Rwanda kwam”, vertelt Gerard Swart lachend. “Die baby’s vlógen weg, want iederéén wilde een baby hebben. Jessica was dan ook, vanwege haar leeftijd, moeilijk te plaatsen en toen zeiden we: Ach, wat maakt het ook uit.”

Mantelzorger

Op Albert Sup-Dong na wonen alle kinderen buiten Tiel. Albert woont bij z’n ouders. Hij is mantelzorger voor zijn adoptievader, die een ernstige vorm van hartfalen heeft.