
Volkstuinen erg in trek, ook in Buren
NieuwsBUREN • Het moestuinseizoen begint weer. Sinds coronatijd zijn volkstuinen erg in trek, maar wat levert alle inspanning op? Inwoners van Buren die er zelf geen ruimte voor hebben, kunnen zich bij de gemeente inschrijven voor een plekje op een volkstuincomplex. Voor 40 euro per jaar (2023) kun je een lapje grond huren in Lienden, Ingen, Rijswijk of Buren. Liefhebbers moeten wel rekening houden met een wachtlijst. En gebruik van gif is verboden.
Adri Pater (56) uit Lienden wacht met ongeduld op het moment dat hij weer kan gaan zaaien. “We zijn er laat mee, het is erg nat dit jaar.” Adri kweekt al twaalf jaar groenten en fruit op een volkstuin van zo’n 160 vierkante meter, naast een fulltime baan als vertgenwoordiger. Zijn moestuin ligt aan de andere kant van het dorp en is gehuurd van de gemeente.
Met de paplepel
Tuinieren is hem met de paplepel ingegoten: “Vroeger had vrijwel iedereen een moestuin bij het huis. Ik hielp mijn vader graag, er was toch weinig anders te beleven. Dat is voor de generatie van mijn kinderen wel anders, al komt mijn zoon wel helpen als het nodig is, net als mijn vrouw trouwens. Zelf vind ik het heerlijk hier te zijn als ik vrij ben: lekker buiten, flink zweten, de planten zien opgroeien.”
Leren van elkaar
“Het is onderling ook gezellig, en je leert veel van elkaar. Van een mannetje van 96, die net was gestopt, kreeg ik zelfs een hoop gereedschap.” Lachend voegt hij toe: “In de winter ga ik naar de sportschool, maar niet bepaald van harte.”
Vanaf april is hij weer minstens twee keer per week in zijn tuin te vinden. Zijn gezin en familie ontfermen zich over de opbrengst. “Als je steeds kleine hoeveelheden tegelijk uitzet, is er variatie en hoef je niks weg te gooien.” Aardappelen en uien kweekt hij wel in grotere hoeveelheden, om op te slaan voor de winter. “Maar echt veel bespaar je er niet mee.”
Aan de Korne
Ook Burenaar Johan van ‘t Hoog (55) gaat het niet om de besparing. “Het rendement is niet groot, ik doe het vooral voor het plezier” vertelt hij. Samen met zijn vader heeft hij een stuk grond van zo’n 300m2 aan de Korne in gebruik, vlakbij zijn huis. Ze huren het van de lokale Kerkvoogdij, die hier nog een paar volkstuinen in bezit heeft.
Als kind hielp Johan zijn vader en opa al mee in hun moestuinen en daar heeft hij veel van opgestoken. Een eigen landje bleek wat teveel van het goede naast zijn baan en gezin, maar samen met zijn vader is het goed te doen, zeker nu hij parttime werktt. In het groeiseizoen is hij er zo’n 10 uur per week zoet mee. “Niet alleen werk hoor, ook lekker samen zitten!”.
Gifloos
Toen de gemeente Buren in 2019 het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in de gemeentelijke volkstuinen verbood, reageerden enkele gebruikers online kritisch op de bekendmaking: “Roomser dan de paus”, “Ze willen van de volkstuintjes af”.
Vijf jaar later zijn de landjes nog steeds populair en lijkt het verbod op gif breed te worden gesteund. “Ik weet graag wat ik eet”,zegt Johan. Lachend: “En slakken hebben ook rechten!” Voor Adri is de opbrengst iets belangrijker, maar ook hij gebruikt geen chemische middelen.”Nou ja, als het een heel nat jaar is, zoals nu, dan gebruik ik weleens kopersulfaat tegen schimmel, maar dat is bij biologische landbouw toegestaan.”
Andere tactieken
Dit soort ingrepen is overigens zelden nodig, omdat de mannen veel andere tactieken hebben om de grond en planten gezond te houden. Dat begint met het kiezen van rassen die veel weerstand hebben tegen ziektes en plagen. Vraatzuchtige slakken halen ze weg of houden ze tegen met barrières. Kolen worden met vitrage-achtige lappen stof beschermd tegen insecten. Veel van deze handigheidjes hebben ze geleerd van hun vaders, maar deze manier van tuinieren blijft wel een uitdaging.
Ziektes en beestjes
“Door klimaatverandering komen er andere ziektes en beestjes, en ook wordt het verschil tussen droge en natte tijden extremer”, aldus Johan. Adri ziet ook een verschil tussen de oudere en jongere generatie tuiniers: “Jonge mensen beginnen vol enthousiasme maar houden het vaak maar een paar jaar vol. Mijn advies: begin niet te groot, op maximaal 150 vierkante meter en doe het vooral samen met iemand anders.”
Corien Remijn