INGEZONDEN: 'Tiel is nie viel en wordt 't ook niet'
Met veel plezier heb ik het artikel 'Winkels binnenstad straks bij elkaar' gelezen.
Een paar jaar geleden is er een centrummanager aangesteld voor Tiel. Jan Beijer heeft hier toen zelfs een column aan gewijd, waarop ik geregeerd heb. Ook toen was men al druk bezig winkels naar het kerngebied te halen. Volgens mij is alleen Brilsz toen verhuisd.
In het centrum van Tiel ga je niet gezellig winkelen. Je gaat er een boodschap doen. En als die gedaan is ga je als de bliksem weer naar huis, waar het wel gezellig is. Als je wilt winkelen is het aanbod in Tiel veel en veel te mager.
Als ik kleding, schoenen en dergelijke nodig heb ga ik naar Veenendaal, wat een gezellig centrum is met heel veel winkelaanbod. Wij slagen daar bijna altijd. Mochten we daar niet slagen, dan zit je zo in Nijmegen, Arnhem, Utrecht of Den Bosch. Maar Veenendaal heeft het bijna altijd; leuke winkelstraat en een leuke corridor.
'We gaan het kernwinkelgebied verkleinen'. Ik zou zeggen: doe geen moeite, dat gebeurt straks vanzelf wel. In Tiel hebben we geen behoorlijke sportzaak. Afgezien van Blijdesteijn geen goed gesorteerde dames-herenmodezaak, slechts één schoenenzaak, in Veenendaal is er een veelvoud van. In de andere genoemde steden is het aanbod nog groter.
Maar met name de laatste zin triggerde mij enorm. Je moet dan wel kijken naar welke mensen er in het centrum gaan wonen? Kapitaalkrachige mensen?
Toen brak mijn klomp. Welke kapitaalkrachtige mensen zouden in het winkelcentrum willen wonen? Zou er nog niet dood gevonden willen worden.
Abraham Meer