• De Tielse oud-wethouder Willem Gradisen (foto) neemt het stokje over van Laurens Verspuij:
• De Tielse oud-wethouder Willem Gradisen (foto) neemt het stokje over van Laurens Verspuij: "Ik heb er zin in." Foto: aangeleverd

Willem Gradisen nieuwe voorzitter Stichting 4-Stromenland

Nieuws

TIEL • Willem Gradisen is de nieuwe voorzitter van Stichting 4-Stromenland, organisator van het jaarlijkse Fruitcorso in Tiel. De oud-wethouder van Tiel, die aan zijn laatste half jaar als burgemeester van de Limburgse gemeente Mook en Middelaar bezig is, volgt Laurens Verspuij op. Verspuij vervulde de functie vijf jaar.

Willem Gradisen gaat op 1 juni met pensioen. Voor Tiel en de regio Rivierenland is hij zeker geen onbekende. Zo was Gradisen bijna zestien jaar wethouder en locoburgemeester van de gemeente Tiel. Bovendien was hij zanger/gitarist van de Funband, samen met onder meer de overleden John van Buren.

Goed gevoel
Willem Gradisen had niet veel bedenktijd nodig: “Een delegatie van het bestuur kwam praten en ik had meteen een goed gevoel”, zegt hij. “Ik heb er zin in. Tot 1 juni moet ik het combineren met mijn burgemeesterschap, maar de drukte als voorzitter begint vooral daarna.”

Het Fruitcorso kent de Tielenaar als zijn broekzak: “Eerst woonden we dichtbij de binnenstad, later verhuisden we naar een plek vlakbij het parcours. Vanaf mijn jeugd is mij het corso bekend.” Overigens woont de kersverse voorzitter met instemming van de Mookse gemeenteraad weer in Tiel.

Drukker op school
Laurens Verspuij draagt het stokje dus over: “Het is goed dat er na vijf jaar weer iemand anders is. Het wordt drukker met mijn werk op school.” Toch blijft hij betrokken: “Corso is niet uit het oog en zeker ook niet uit het hart. Ik blijf betrokken bij het thema duurzaamheid, waar de laatste jaren al flinke stappen gezet worden.”

Verspuij blikt tevreden terug op zijn periode en roemt de inzet van alle vrijwilligers. “Het is ook mooi dat de corsocultuur de erkenning krijgt, die ze verdient. Denk aan het immaterieel erfgoed en later zelfs UNESCO.”