Veertig

Ze hebben natuurlijk een veel grotere auto dan ik. Dus als ik het gat op de weg voor hen wil vullen met mijn koekblikje, vinden zij dat al te brutaal en zetten het gas erop. Mijn intuïtie verzekert me dat ik beter terugdeins naar rechts. Met een noodgang haalt de zwarte Audi in en blijft intimiderend naast me hangen. Ik waag een blik naar links en wat ik zie is een ogenschijnlijk keurig echtpaar op leeftijd. Ik schiet in de lach om het absurde tafereel. 

Voor sommige mensen gelden de regels van fatsoen niet, spreek ik mezelf zogenaamd ernstig toe. Ik zie de man opgefokt achter het stuur zitten. De minachting van zijn vrouw op de bijrijdersstoel spat dusdanig van haar gezicht, dat mijn autoruit dreigt te springen. Negeren lijkt mij de beste optie. Voortijdig sterven als gevolg van een verkeersruzie zou het niet waard zijn. Zeker niet nu ik vandaag weer een decennium aftik. Veertig jaar mag dan best oud voelen, maar is alsnog veel te jong om dood te gaan. 

Toch ben ik erop bedacht dat het een keer stopt, want de dagen gaan snel. Steeds sneller. Weer een jaar erbij, is onherroepelijk ook een jaar eraf van wat ik nog te gaan heb. Een gedachte die onrustig maakt. Via de achteruitkijkspiegel check ik of mijn frons niet is blijven staan. Groeien er al haren uit mijn kin? Ik spot twee grijze exemplaren op mijn hoofd. Leven is sterven, denk ik. Elke dag een beetje. Glimlachend bij deze geruststellende gedachte, tover ik kraaienpootjes tevoorschijn. Want omgekeerd geldt hetzelfde. Sterven is leven.

Ondertussen rijd ik verder over de snelweg van ambitie. Voortdurend ingehaald door mensen die zich heer en meester voelen over de linker rijbaan. Zonder enig benul van de chaos die ze achterlaten. Of het kan ze simpelweg niets schelen. Mijn middelvinger jeukt, maar wat win ik daarmee? Het is niet de indruk van mezelf die ik achter wil laten. Ik weet hoe ik wil rijden, waar ik vandaan kom en ook waar ik naar toe wil. Van die route wijk ik niet, al blijf ik de rest van mijn leven rechts rijden. Wel neem ik de afslag voor een nodige tussenstop in mijn moestuin aan de Linge. Daar schuil ik onder de treurwilg en stop ik bollen in de koude grond. Ik heb maar beperkt invloed op wat de toekomst brengt, maar des te meer op wat ik achterlaat. Straks als het lente wordt en de koekoek een oneindig uur slaat.