Vogelvrij

En? Geniet je een beetje van je nieuwe huis? Dat is natuurlijk dé vraag die met stip op nummer één staat in mijn smalltalk top drie van dit moment. Hoe eerlijk mag mijn antwoord zijn? Met zoveel mensen in dit land die dromen van een eigen huis, maar voor wie dit ideaal met de dag verder buiten handbereik lijkt. Studenten die geen kamer kunnen vinden. Ongedocumenteerden die genoegen moeten nemen met de straat en steeds meer mannen en vrouwen die na een scheiding noodgedwongen op de bank slapen.
In een tijd waarin nee mij een onacceptabel antwoord lijkt op deze vraag, is het creatief zoeken naar een passende reactie. En dus vertel ik lachend hoe de neuronen in mijn hersenen nog altijd voorgeprogrammeerd staan op een lichtknopje dat zich links op het toilet bevindt, in plaats van het huidige rechts. Oké. Iets minder grappig was de invasie van wespen die via een gat in de muur mijn toekomstige slaapkamer wisten te kraken. Net als de regen en de wind die met het invallen van de herfst over mijn dak raasden, waarna de eerste lekkage een feit was.

Maar toch. Ik heb tenminste een dak. Ik heb tenminste een slaapkamer met een bed. En misschien nog het belangrijkste: ik heb buren door wie ik meer dan warm onthaald ben. In mijn stadje kun je gelukkig vredig naast elkaar wonen, zonder dat de rest van de wereld een mening heeft over wie je buurman wel of niet zou moeten zijn. Meer dan een hot item nu een nieuwe oorlog zich heeft aangediend. Na het lezen van de krant en wat doomscrollen op social media, hunkerde ik weer naar de warmte en veiligheid van mijn eigen bed. Ondertussen kwam de regen met bakken naar beneden, wat voelde alsof de hemel huilde om zoveel mensen die geen plek gegund wordt op deze wereld. En ik huilde stiekem mee. Vooral om al de kinderen die letterlijk en figuurlijk hun huizen uitgeschoten worden.

Tussen mijn gordijn van tranen door, zag ik vlakbij het raam van mijn slaapkamer plots dat vogeltje wanhopig fladderen. Het hing ondersteboven aan één pootje dat klem zat tussen mijn dak en de goot. Het voelde als een vredesmissie op deze ellendige aardbol, toen mijn man even later uit het raam hing om het arme beestje te bevrijden. Het vloog dankbaar weg, zoals vogels graag doen. Niet teruggefloten, niet neergeschoten. Over de muur en in mijn gedachten over het hedendaagse ijzeren gordijn. Omdat het nu eenmaal soms in het oosten en soms ook in het westen wil zijn.