
Historie van een fenomeen
west betuwe • De winter liep op haar laatste benen, de zon won beetje bij beetje aan kracht. Dat kwam goed uit. De bodem van het kolenhok, met de wintervoorraad van vijf mud antracietkolen, kwam in zicht.
Mijn moeder, van beroep huisvrouw, leefde helemaal op: de grote schoonmaak kon beginnen, het hele huis ging van boven tot onder op de schop. De ramen en deuren gingen wijd open.
Dit jaarlijks terugkerend ritueel was bepaald niet overbodig. Een winterlang was ons steenkoude huis nauwelijks geventileerd. Het verwarmen van het huis was kostbaar en we stookten niet voor de buitenlucht, zei mijn moeder.
De operatie voorjaarsschoonmaak begon op de bovenverdieping. De dekens werden naar buiten gesjouwd en uitgeklopt. Daarna werden ze op de klopstok (twee stevige staanders met daartussen een even stevig rondhout) gehangen om te luchten. Verbazingwekkend vond ik het om te zien hoeveel stof er bij het uitkloppen vrijkwam.
Ook de loodzware, met kapok gevulde matrassen en kussens werden met vereende krachten de smalle trap afgesjouwd en naar buiten gebracht.
Zo kwam de ene na de andere slaapkamer aan de beurt. Tijdrovend en vermoeiend. Mijn moeder verving de winterse moltonlakens door katoenen zomerlakens. Haar linnenkast was een toonbeeld van liefhebbende perfectie.
De voorkamer werd in de winter niet gebruikt. We brachten de winter door, in de met een kolenkachel verwarmde achterkamer. De lucht moet vervuld zijn geweest door het fijnstof uit de kachel, vermengd met de tabaksrook van mijn vader.
Naar de mores van nu moet het een stinkhol zijn geweest. Tuindeuren werden wagenwijd opengezet. De overgordijnen buiten op de klopstok gelucht. De vitragegordijnen kregen een sopje. Mijn moeder, ontzetting spelend, liet ons het donkerbruine sopwater zien. Kleden en traplopers worden opgerold en krijgen er buiten met de mattenklopper geducht van langs.
Binnen werden de schilderijtjes van de muur gehaald: het behang erachter was maagdelijk schoon gebleven.
Elk jaar werd tijdens de voorjaarsschoonmaak het bruingerookte en -gestookte plafond gewit. Het was voor mijn vader een uitdaging om in één keer het plafond streeploos wit te kalken. Dat lukt niet altijd en kostte dan een extra emmertje.
De kasten, groot en klein, werden één voor één uitgeruimd. Het oude papier mocht door mij van de kastplanken worden gescheurd en werd door mijn moeder door nieuw papier vervangen. Op de voorrand van de planken kwam een deftig kanten strookje. De inhoud van de kasten werd schoongemaakt en gepoetst.
Moeder zong de hele schoonmaak opgewekt tijdens het vaak zware werk, vooral als alle meubels in de boenwas werden gezet.
Tot slot werden de ruiten binnen en buiten gezeemd met warm water en een scheut spiritus. Het werd na gewreven met een oude krant en de lentezon scheen ongehinderd binnen door streeploze ruiten van mijn ouderlijk huis.
Historische Kring West Betuwe
Dit artikel werd u aangeboden door de Historische Kring West Betuwe. De Historische Kring West-Betuwe verenigt ruim 300 leden die belang stellen in regionale geschiedenis of in hun Betuwse voorouders. Het werkgebied van de Kring is het deel van de ‘Betuwe’ dat ongeveer wordt begrensd door Lek en Waal, Amsterdam-Rijnkanaal en Diefdijk. Buren, Culemborg en Tiel hebben eigen zetels van historische verenigingen