De oom van Flipje
Met dat fantastische fruitcorso in zicht, dacht ik even weemoedig terug aan de jaren dat Tiel nog een echte industriële fruitstad was. De geur van gekookte appels en peren dwarrelde er toen door de straten. Het was alles fruit wat de veilingklok sloeg. Helaas is er bitter weinig tastbaars van over. Hooguit een paar kookketels van jamfabriek De Betuwe, die een plaatsje in het Flipjemuseum hebben gekregen.. Waar zijn al die andere spullen van de jamfabriek gebleven? Opgekocht door de familie van Frans Duits? Ik weet het gewoon niet. Maar triest is het wel. Onlangs liep ik rond in het Belgische stadje Borgloon. Het ligt in de streek Haspengouw, die Belgische Betuwe zullen we maar zeggen. Overal fruit, vooral peren. Borgloon heeft ook een standbeeld van een fruitmascotte, die je met een beetje fantasie een rijke oom van onze Flipje zou kunnen noemen. Oom Strooplekker. Hij pronkt op een sokkel voor het stadhuis. Net als Flipje is hij geschapen uit fruit, een fors uitgevallen appelhoofd met een strooppot erop en een lijf van een omgekeerde peer. Er is ook een opmerkelijk verschil. Flipje heeft lege handen, maar de Strooplekker houdt een dik pak bankbiljetten vast. Kennelijk hebben de bestuurders van Borgloon genoeg geld achter de hand. Genoeg om hun uit 1899 daterende stroopfabriek, die de appels en de peren verwerkte, compleet in zijn glorie te herstellen. Helemaal gerestaureerd, tot aan de schoorsteen toe. De hele productie-installatie is zelfs nog intact. Alles staat er nog. Kijk, en daar ben ik nou “stik jaloers” op, zoals ze in de Betuwe zeggen. De stroopfabriek is nu een van Belgisch grootste publiekstrekkers wat industrieel erfgoed betreft.
Onze Tielse jamfabriek heeft het niet overleefd. Nakaarten heeft geen zin. Vooruitkijken wel. We zijn nu bezig met de sloop van de oude Tielse veiling en de Metawa fabriek. Ik ben bang dat deze gebouwen hetzelfde lot treft als de jamfabriek. Dat de slopershamer niet van ophouden weet. Volgens de gemeente zijn er een paar waardevolle elementen veilig gesteld. Dat is toch nog wat. En wat gebeurt daar dan mee? De gemeente weet het zelf niet. Er moet nog over nagedacht worden. Dat kan nog wel even duren. Sjonge, wat een stroperige aanpak. Dat doen ze in Borgloon beter. Compliment voor de Strooplekkers van die stad. En dat zeg ik niet om ze stroop om de mond te smeren.
(reageren: jbeijer@upcmail.nl)