Lot uit de loterij
Iemand uit Tiel heeft 10,5 miljoen gewonnen in de Staatsloterij. Wie het is? Nou, ik in ieder geval niet en misschien is dat maar goed ook. Zoveel geld, het zou mijn innerlijke rust niet bevorderen. Integendeel, ik zou er bloednerveus van worden. Misschien is het daarom wel goed, dat ik nooit een bedrag van enige betekenis in de Staatsloterij heb gewonnen. Jarenlang meegespeeld en hooguit een paar eigengeldjes in de wacht gesleept. Ik ben gewoon geen gelukspiemel, denk ik. Ja, ik kocht ooit een paar lootjes in de kantine van Theole en won een handzaag. Een prijs die niet aan mij besteed is. Ik ben geen timmerman en zagen doe ik vooral ’s nachts in bed. Tot ongenoegen van mijn vrouw, die er overigens zelf ook wat van kan. En ik won ook nog eens een elektrische pan van ons aller Daalderop, Die doet het na bijna vijftig jaar, nog steeds. Volgens mijn kleinkinderen kun je hier de lekkerste tosti’s mee maken. Je moet de boterhammen dan wel omdraaien en dat lukt me zelden. De uitgelopen kaas blijft meestal aan de pan plakken. Het zijn dan tosti's met een soort handvat.
Ondanks die minimale opbrengst bleef ik trouw meedoen aan de Staatsloterij. Waarom? Het was een stukje bekoring, waar ik aan gehecht was. De bekoring van het knusse sigarenwinkeltje van Wim in de Tielse binnenstad, waar ik de loten kocht. Een paar dagen voor de trekking haalde ik mijn lot bij hem op. Wim was een goedzak, die mij graag een prijs had gegund. Als ik hem vertelde dat het al weer een “niet” was, verzachtte hij mijn kleine leed met een gratis sigaartje. De beste die hij in huis had. Een Olifantje uit een heel klein kistje van tropisch hout. “Hier hedde toch nog wat”, zei hij dan met een grinnikende lach.
Dampend met het geurige rokertje bleef ik dan altijd even kletsen. Over de Tielse politiek, over Theole. En ik vertelde hem de laatste mop. Er ontstond een intens en altijd weer plezierig kontakt, dat we beiden niet konden missen. Ik vond dat waardevoller dan een dikke prijs in de Staatsloterij. Zo ging dat destijds toen we nog tijd voor elkaar hadden en klanten nog geen nummer waren. Intussen had zijn bedrijvige vrouwtje weer een nieuw lot voor me klaar gelegd. Toch maar weer een keertje proberen, zei ze bij het afrekenen. Dat hoorde er ook bij. Ze heette niet voor niets Lot.
(reageren: jbeijer@upcmail.nl)