
Bart Crouwers: de cranberry-pionier
gouderak • Het is prachtig fietsweer, een Hollandse lucht met mooie wolkenpartijen. Kwakende kikkers, insecten zoemen zacht op de kruidige zoete geur van een verdwaalde kamperfoelie. Een zilverreiger met een opgetrokken poot en een kiekendief die voor zijn eten kort bidt en dan naar beneden schiet als een Japanse kamikaze. Een enkele druppel regen valt uit de zilveren wolken als ik de afslag naar de Lange Tiendweg neem. Geen Schotse hooglanders vandaag, sowieso staan er weinig dieren in de wei. Al snel verandert het landschap, weilanden maken plaats voor de cranberrievelden van Bart Crouwers.
Weinig plichtplegingen, een korte begroeting. Bart neemt mij al snel mee naar de stroken met vijf verschillende cranberrie-soorten. De man spreekt weinig, stelt opvallend goede vragen en daarmee mij snel op mijn gemak. Voor mij een verademing in een wereld waarin alleen de mening van 'men' lijkt te tellen.
Bart is wetenschapsfilosoof en een vrijbuiter, een bijzondere combinatie. Experimenteren, pionieren, innoveren. Wetenschap is ontdekken wat er altijd al is. Een intiem proces van afstand nemen. Tasten, testen soms in dichte mist. En geduld betrachten in een wereld die geregeerd wordt door ongeduld. Niet te snel willen ingrijpen, ook al was dat in het begin niet eenvoudig. De grond was nog niet zuur en schraal genoeg om het experiment met de cranberries te doen slagen en het onkruid tierde welig.
Hij vertelt hierover, over het begin, ongeloof, soms vertaald in tegenwerking van mensen die traditioneel zijn opgevoed. "We moeten af van dat vijanddenken", zegt hij. Iedereen heeft een mening. De boeren, de natuurvorsers, de gemeente, de landschapsarchitecten. "Zo doen we dat hier nou eenmaal." Tot er iemand komt, die dat betwijfelt en andere mogelijkheden ziet. En realiseert. Vorig jaar ruim 1.200 kilogram, dit jaar waarschijnlijk rond de 2.000 kilo cranberries van uitzonderlijke klasse die hun weg weten te vinden naar mensen, restaurants, winkels die niet anders dan kwaliteit willen. De verwachting is dat over drie jaar de productie van cranberries rond de achtduizend kilo zal liggen. Trots vertelt hij over de restaurants en groenten- en delicatessewinkels die zijn bessen afnemen. Kwaliteit trekt kwaliteit aan.
Bart vertelt over de succesfactoren. Over het belang van schrale, zure grond en de samenwerking met planten en schimmels. Louis Le Roy, de bouwer van de ecokathedraal in Oranjewoud spreekt over die symbiose als 'levensvoorwaardelijke verbindingen die niet verbroken mogen worden'.
"Dat is van belang want we zien dat soorten kunnen sterven als samenwerkingen verbroken worden", zegt Bart en hij schetst het verschil tussen de plantensoorten en de overwoekering van onkruid van een paar jaar geleden naar de sterk toegenomen biodiversiteit anno nu. Op de velden van Bart en zijn compaan Gerard Harleman zijn maar liefst 155 verschillende plantensoorten waargenomen, terwijl dat bij de nabije buren slechts rond de 20 ligt. Ook weidevogels komen in groten getale op de percelen af, die na een paar jaar experimenteren een bijzondere balans laten zien tussen gezond water en gezonde grond. Blaasjeskruid en krabbenscheer doen het geweldig in de sloten tussen de velden vol cranberries. Het duurt even maar dan heb je ook wat. "Het is toch fantastisch dat we over honderd jaar hier nog steeds volop cranberries kunnen plukken. Die ook nog eens, wetenschappelijk bewezen, een grote invloed hebben op onze gezondheid. En natuurlijk zien veel mensen op tegen een drastische omschakeling van hun bedrijfsprocessen. Dat is de grote uitdaging van deze tijd."
En dat dit kan slagen, wordt hier getoond. Je moet er alleen even bij blijven voor het beste resultaat. En niet te snel willen. Als je weet wat je wilt vinden en dat lukt je niet, geef dan de tijd de ruimte. Ook al zullen weersomstandigheden hun tol eisen, planten doodvriezen, bloemen verdorren of verdorsten, knollen bederven, worteltjes worden opgevreten…, het resultaat mag er zijn. Wat een bijzonder en succesvol proces, waar ook de kinderen van onze kleinkinderen van zullen genieten.
Alje Bosma