• Jan Heikoop met de oorkonde vanwege 500.000 racefietskilometers.
• Jan Heikoop met de oorkonde vanwege 500.000 racefietskilometers. Foto: Jan Timmer

Jan Heikoop fietst 500.000 (!) kilometer bij elkaar

Sport

SCHOONHOVEN • De Krimpenerwaard is sinds kort een ‘halve miljonair’ rijker: Jan Heikoop. De 84-jarige Schoonhovenaar noteerde zijn 500.000ste kilometer op de racefiets.

Die mijlpaal bereikte hij in het bijzijn van zijn kleinzoon Djordy ter hoogte van Polsbroek. “Een bijzonder moment”, blikt Jan Heikoop terug. “Dat ik dit zou mogen meemaken, had ik nooit kunnen bevroeden toen ik ruim veertig jaar geleden mijn eerste racefiets kocht.”

De Waardrenner
In 1982 werd Jan Heikoop lid van toerclub De Waardrenner en begon hij met het vastleggen van de door hem afgelegde kilometers.

“Voorheen deed ik aan voetbal”, vertelt hij. “Maar daar kwam een einde aan in de nasleep van een kopduel tijdens een wedstrijd. Ik was wat dizzy en had hoofdpijn, maar besteedde er weinig aandacht aan. De hoofdpijn verdween echter niet, waardoor ik mijn voetbalactiviteiten moest staken. Later werd duidelijk waar de klachten vandaan kwamen: ik bleek met een verwaarloosde hersenschudding rond te lopen. Op een gegeven moment stelde een kennis voor om te gaan fietsen. Dat ben ik gaan doen. Het bijzondere was dat ik al rijdend van mijn hoofdpijn verlost raakte. Al gauw ging ik iedere avond op pad, meestal met een groepje van vijf andere enthousiastelingen. We deden dan een rondje Lekkerkerk met start en finish in Schoonhoven.”

Toerboekje
Ondertussen kreeg Heikoop de smaak goed te pakken en wilde hij meer. “Ik kocht een echte racefiets - een Union- en werd lid van toerclub De Waardrenner. Daar hoorde ook een toerboekje bij waarin je je ritten en het aantal kilometers dat je had afgelegd noteerde. Nee, mijn eerste officiële tocht kan ik me niet meer herinneren, mijn eerste langere rit weet ik nog wel. Die ging van Zevenhuizen naar Zeeland en weer terug; zo’n 200 kilometer. Dat was een flink end. Maar goed te doen hoor, want we reden kop over kop.

Zonder dat Jan Heikoop het door had raakte hij meer en meer bevangen door het wielervirus. Zodra de voormalige ambtenaar van de gemeente Schoonhoven uit zijn werk kwam, verwisselde hij zijn normale kleding voor een sporttenue en ging hij op de pedalen. Daarnaast ging hij op zoek naar interessante tochten in binnen- en buitenland.

Parijs-Roubaix
“Ik heb ze allemaal gereden: de grote klassiekers”, vertelt hij met pretlichtjes in zijn ogen. “Parijs-Roubaix, Omloop het Volk, Gent-Wevelgem, de Ronde van Vlaanderen, Amstel Gold Race, Luik-Bastenaken-Luik, Parijs-Brussel, Rund um den Henniger Turm, de Waalse Pijl en Milaan-San Remo. De eerste klassieker die ik reed was de zwaarste: Luik-Bastenaken-Luik. Ik reed met een heel verkeerd verzet en moest hele stukken lopen omdat ik niet goed bergop kon komen. Vooral La Redoute was een crime. Ik ben uiteindelijk in Luik aangekomen, maar vraag niet hoe. Ook mijn deelname aan de Waalse Pijl was pittig. Het was die dag een graad of 4 en ik moest veel klimmen. Dat vergde heel wat van me. Maar goed, ook die kon ik bijschrijven in mijn toerboekje.”

Wielerkerkje
Zijn deelname aan de Ronde van Lombardijen ziet Jan Heikoop als één van de absolute hoogtepunten uit zijn lange loopbaan op de racefiets. In gedachten ziet hij zich nóg fietsen door het mooie Italiaanse landschap. Ook zijn stop bij het beroemde wielerkerkje in Madonna del Ghisallo staat in zijn geheugen gegrift. En dan waren er de sportieve trips richting Scandinavië, waar hij met een groep gelijkgestemden deelnam aan de monsterrit Trondheim-Oslo, meer dan 500 kilometer lang. In een dik plakboek zijn alle foto’s te zien. Jan Heikoop bladert er doorheen met een mengeling van trots en enthousiasme.

Behalve alle mooie momenten en het plezier waren er ook tegenslagen in de vorm van valpartijen. En die bleven niet altijd zonder schade. Jan Heikoop liep verschillende breuken op aan heup, bovenbeen, arm, sleutelbeen, ellepijp, ruggenwervel en middenhandsbeentje. Elke keer krabbelde hij weer op en liet hij nieuwe kilometers noteren. Inmiddels al een half miljoen stuks. 

“De zes ton ga ik niet meer halen”, denkt hij. “Dat komt omdat ik het wat rustiger aan ben gaan doen. Ik stap nu nog twee keer per week op de racefiets en heb het grote werk achter me gelaten. Prima zo. Deze hobby heeft me veel gebracht en ik geniet er nog steeds van. Zolang het kan, ga ik door!”

Jan Timmer