
‘Precies goed. Ook de privacy is prettig’
AlgemeenLEKKERKERK • Dankbaar. Dat woord komt steeds terug in het verhaal van Nataliya Tesinkevych, gevlucht uit Oekraïne en nu woonachtig in Lekkerkerk.
Veertig verjaardagen vierde ze in Kiev, de hoofdstad van Oekraïne. Nummer 41 beleefde ze in Lekkerkerk, waar ze samen met haar dochter Solomia, haar schoonmoeder en een tante woonachtig is in de opvanglocatie op het voormalige ijsbaanterrein.
“Ik ben blij met deze plek”, zegt ze. “Al hadden we het de voorbije maanden ook erg goed getroffen met Wim Lagendijk, bij wie we met zijn vieren mochten wonen in zijn huis in Haastrecht. Wim gaf ons zoveel warmte, stond met alles voor ons klaar. We hadden allemaal tranen in ons ogen toen we afscheid namen van deze fijne plek en naar Lekkerkerk verhuisden. Wim is gaan voelen als familie.”
In de gemeentelijke opvanglocatie in Lekkerkerk heeft Nataliya het, ondanks haar grote verdriet over de situatie in haar vaderland en alle onzekerheden die daarmee samenhangen, naar haar zin. “Solomia en ik hebben onze eigen unit met slaapgelegenheid, badkamer en een eenvoudige keuken”, vertelt ze. “Precies goed. Ook is de privacy is prettig. Je kunt je terugtrekken in je eigen woning als je dat wilt.”
Meer units
De gemeentelijke opvanglocatie op het oude ijsbaanterrein van Lekkerkerk staat er inmiddels een paar maanden en biedt plaats aan 40 Oekraïense vluchtelingen. “Medio oktober komen er nog 20 units met zestig bedden bij”, vertelt Tanja van Düren, projectleider Oekraïne van gemeente Krimpenerwaard. “De omwonenden zijn hierover onlangs ingelicht”, zegt wethouder Wisja Pannekoek. “Daar werd door hen op gereageerd van gematigd positief tot zeer enthousiast.” Tot nu toe heeft gemeente Krimpenerwaard zo’n 140 Oekraïense vluchtelingen ondergebracht in gemeentelijke opvanglocaties. “De Veiligheidsregio heeft ons vervolgens nog zestig vluchtelingen toegewezen voor wie tijdelijke woonruimte gezocht moet worden”, geeft wethouder Irma Bultman aan. “Of het daarbij blijft is lastig te zeggen.” Zo’n 240 vluchtelingen verblijven bij Krimpenerwaarders in huis. De huidige tendens is dat een deel daarvan zal instromen in gemeentelijke opvanglocaties. Martijn Wiegerinck is locatie-manager van de gemeentelijke opvang op de oude ijsbaan van Lekkerkerk. “Ik sta de bewoners van de units met raad en daad bij in hun dagelijks leven en wijs ze de weg naar de instanties”, vertelt hij. “Nee, over de oorlog praat ik niet met ze. Ik ben er vooral om de mensen te helpen hun weg te vinden in hun nieuwe leefomgeving.”
Vrijwillig
Nataliya Tesinkevych vluchtte samen met haar dochter, schoonmoeder en tante van Kiev naar Nederland. Op 7 maart jongstleden kwamen ze daar aan. Haar man bleef achter in Kiev, waar het gezin een appartement in het oostelijk deel van de stad heeft. “Hij werkt daar als copywriter”, vertelt Nataliya. “Veel werk heeft hij niet vanwege de omstandigheden in Oekraïne. Een deel van zijn beroep oefent hij daardoor vrijwillig uit. Voor mij geldt hetzelfde. Ik was in Kiev vijftien jaar werkzaam voor een leasemaatschappij en switchte daarna naar een baan in de marketing van agriculturele producten. Vanuit Lekkerkerk zet ik mijn werkzaamheden voort. Op vrijwillige basis, want de economie van mijn land ligt voor een groot deel op zijn gat.”
Nataliya Tesinkevych beseft dat de oorlog in Oekraïne nog een tijd kan duren. Het maakt haar verdrietig. “Ieder mens denkt na over de toekomst. Ik ook. Het is allemaal zo onzeker en er is zoveel leed in mijn land. Ik probeer er hier in Nederland het beste van te maken. Solomia zit op school in Bergambacht. Dat is fijn. Ik heb mijn werk en ben begonnen aan een cursus Nederlands. Ik vind het belangrijk om naast mijn beheersing van het Engels, ook in die taal te kunnen communiceren. Ik ben nu zes maanden in Nederland en in al die tijd heb ik alleen maar positieve ervaringen met de mensen hier. Daar ben ik zeer denkbaar voor; dat wil ik absoluut gezegd hebben. Als het ooit vrede is in Oekraïne, dan ga ik heel wat Nederlanders uitnodigen om naar mijn land te komen. Ik wil namelijk zo graag iets terugdoen voor alle liefde die wij mogen ontvangen.”
Jan Timmer