
Tennisser Rik Schreurs stijgt met stip: ‘moet veel spelen om beter te worden’
Sport 1.430 keer gelezenHAASTRECHT • Mentaal en fysiek sterker bestijgt Rik Schreurs de tennisladder. De speler uit Haastrecht groeide op bij Be Quick en komt nu uit voor TC Nieuwerkerk. Veel spelen is zijn sleutel tot succes.
Een bezig baasje is deze 18-jarige hbo-student vastgoedkunde aan de Hogeschool van Rotterdam. Rik Schreurs is namens tennisschool Return tennisleraar bij GLTC Be Quick en TC Nieuwerkerk en barmedewerker bij eetcafé Over de Brug in Haastrecht.
Je zou haast vergeten dat hij ‘s zomers de open toernooien in de Randstad afstroopt om punten te verzamelen en tegelijkertijd geldprijzen hoopt te toucheren. Een student kan immers alle inkomsten goed gebruiken.
‘Ik kan niet stilzitten’
“Stilzitten kan ik niet. Ik moet iets om handen hebben”, verklaart hij in het clubgebouw van Be Quick zijn dadendrang. Hij groet enkele jonge tennissers -leerlingen van Schreurs-, die hier bijeen komen voor deelname aan het Stroopwafeltoernooi.
Ook padelspelers betreden de kantine. De sport is voor menig tennisclub een redding, want het ledental neemt hierdoor fors toe. Schreurs heeft niet zoveel met padel. “Het gaat ten koste van je tennisvaardigheden. Ik doe het een enkele keer puur voor de fun. Speel ik een potje met mijn vader.”
Switchen is ook geen optie. Voorlopig gaat het immers met tennis naar wens voor de lange jongeling. Schreurs trapte het seizoen af met de overwinning in het Albert Heijn-toernooi van TV Moordrecht. Belangrijker vindt hij echter zijn zege op de als eerste geplaatste Patrick Speelman. Een duidelijk teken van vooruitgang.
“Ik wist dat het er aan zat te komen. Patrick is qua rating beter, maar ik stond lekker te spelen in Moordrecht. En als ik eenmaal in m’n ritme zit, komt er een bepaalde flow in mijn spel. Ik had daarna ook het Robey Open van TC Nieuwerkerk op mijn naam kunnen brengen. In de halve finale was ik echter te slordig om Julian Kool te kunnen bedwingen. Ik had een slechte dag. Daar loop je wel eens tegenaan.”
‘Ik ben fysiek en mentaal sterker geworden’
Rik Schreurs stond als peuter reeds op 3-jarige leeftijd langs de gravelbanen van Be Quick fanatiek tegen ballonnen te slaan. Ballonnen werden ballen en het ventje bleek voldoende aanleg te hebben om jeugdkampioenschappen naar zich toe te trekken.
Na de basisschool belandde hij daarom als middelbare scholier op het Thorbecke College in Rotterdam, waar studie en sport op elkaar zijn afgestemd. Tennisles bij Focus en later van clubtrainer en huidig collega Jeroen Camfferman brachten hem op een hoger niveau.
De overstap naar het team van Nieuwerkerk was een voltreffer. “Vorig jaar was ik enkelspeler op heren-3 niveau. Dat wilde ik ten minste behouden, maar nu heb ik 2.1 achter mijn naam. Ik ben zelfs even 1.9 geweest. Dat was een persoonlijk hoogtepunt. Ik ben fysiek en mentaal sterker geworden. Veel spelen is voor mij noodzakelijk om door te stoten. Ik merk dat ik niet teveel pauzes moet inlassen. Als ik een paar dagen niet getennist heb, zak ik meteen terug. Toch neem ik eind juli twee weken vakantie. Met vrienden ga ik naar Kreta. Even lachen, gieren en brullen in Chersonissos. Dat doen we elk jaar. Ik wil dat feest niet missen.”
Zijn oma behoorde tot de nationale tennistop
Het zit wel snor met zijn tennis-gen. Zijn oma Jenny Ridderhof behoorde destijds tot de nationale top. Ze werd in 1963 kampioen van Nederland en speelde met icoon Betty Stöve in het damesdubbel op Wimbledon. Als eerbetoon kregen beide tennissters sindsdien vrijkaartjes voor dit toptoernooi.
“Mijn oma is tien jaar geleden overleden, maar via Betty Stöve kreeg mijn moeder alsnog vrijkaartjes voor dit evenement. Daarom ga ik met familieleden twee dagen kijken in Londen. Dat is genieten voor een liefhebber. Weliswaar is mijn grote idool Roger Federer gestopt, maar wellicht zie ik hem als eregast in de Royal Box. Die staat naast de tribune waar wij ons bevinden. Het zou mooi zijn als ik hem de hand zou mogen schudden of een selfie kon maken. Zijn techniek was fenomenaal. Ik kan geen andere toptennisser noemen, die zo sierlijk speelde.”
Pieter van der Laan






















