
Corie Grootendorst 'Polderdichter van de Krimpenerwaard'
Algemeen 1.362 keer gelezenHAASTRECHT • Geestig, spitsvondig en met herkenbare voorvallen uit de dagelijkse praktijk. Zo omschreef de jury van de verkiezing 'Polderdichter van de Krimpenerwaard' de poëzie van winnares Corie Grootendorst uit Haastrecht.
Zij ontving in zaal De Zaag in Krimpen aan de Lek van organisator KrimpenerKunstwaard een onbekend geldbedrag en alvast drie uitnodigingen om lokale evenementen bij te wonen.
De 63-jarige polderdichteres maakte een overtuigende indruk en sprak met heldere stem. Als trouwambtenaar van de gemeente Vlist is ze wel gewend om gezelschappen te boeien. De natuur rondom Haastrecht en de gebeurtenissen op haar tuin bij volkstuinvereniging de Belt zijn voor haar een inspiratie.
Veenmol
Corie Grootendorst won al eerder in haar woonplaats tijdens een eerbetoon aan de dichter Henk Kooijman de publieksprijs met een fraai gedicht over het Doove Gat. Het publiek in De Zaag liet ze meegenieten over het leven van een veenmol.
Jurylid Fred van Wijnen was onder de indruk van haar humoristische invallen. “Ze leek ons ook goed in staat om evenementen in de Krimpenerwaard in gedichten te vervatten. Een leuke, vlotte vrouw. Dat aspect hebben we meegenomen in de beoordeling.”
Schrijver-journalist Van Wijnen was zeer te spreken over de poëtische kwaliteiten van de dorpsdichters uit alle hoeken en gaten van de Krimpenerwaard. “Zelf ben ik een grotere liefhebber van proza, maar het viel me op dat veel gedichten diepgang hebben. Jammer genoeg was één van de mooiste zinnen gejat, maar de dichter had dat ons ook tevoren kenbaar gemaakt. Wat dacht je van ‘het schoonste water is een traan, die je laat van geluk’. Daar kan je mee thuiskomen, maar -zoals gezegd- het betrof een geleende zin. De betrokkene heeft ook niet de finale gehaald.”
De organisatoren van het vierde festival waren verheugd over het grote aantal deelnemers. Volgens voorzitter Gerjo Goudriaan werd een record gebroken. “Een zeldzaam hoge opkomst. Dat geeft de burger moed.”
Groene schijn
Dat record had nog scherper kunnen worden gesteld als nummer elf zich niet op het laatste moment had teruggetrokken. Daar tegenover stond de gulle medewerking van een kandidaat, die vanaf zijn vakantieadres in Frankrijk via Skype zijn gedicht oplas. Bert Hazeleger uit Krimpen aan den IJssel belde exact om half negen in om vanuit een duistere dorpskroeg ‘Groene schijn’ voor te dragen. Hoewel hij dat vol verve deed, bereikte hij net niet de finale. Dat gold wel voor Roel Botter (Bergambacht), Hanna van Halm (Haastrecht), Hugo Haël (Krimpen aan den IJssel) en Ouderkerker Cees van Vliet, voormalig secretaris van voetbalvereniging Spirit.
In een hoog tempo kwamen paddenstoelen, koeien, sloten, waterpartijen en eendenkooien voorbij in lange verzen of via korte, krachtige statements. Christel van Herk uit Bergambacht gaf haar gedicht niet ten onrechte de titel ‘Eenvoud’.
De tien kandidaten hadden zich nauwgezet aan hun opdracht gehouden om zoveel mogelijk Krimpenerwaardse activiteiten in hun gedichten op te nemen. Ieder trapte af met één gedicht, waarna de jury in conclaaf ging om met de vijf geselecteerden door te gaan naar de eindstrijd. Daarin moesten de finalisten nog eens twee gedichten voordragen. Uiteindelijk won Corie Grootendorst.
Kers
“Een spannende, maar ook leuke bezigheid”, stelde presentatrice Ciny Snoek, die twee jaar werd uitverkozen tot ‘polderdichter’. “Poëzie is prachtig en voordragen is wat mij betreft de kers op de taart. Ik kwam met mijn gedichten op plekken, waar ik normaal nooit zou komen. Zo mocht ik mee op een reisje over de Lek met de raderboot ‘Kapitein Kok’, was ik op talrijke recepties en werd ik gevraagd om de liedtekst te schrijven voor het 750-jarig bestaan van Ouderkerk aan den IJssel. Poëzie opent veel deuren.”
Het winnende gedicht ‘Biddag-dankdag’:
Duikt een muizig nonnenkopje op aan het hek:
Heb een vierkante meter over voor uw medemens.
Plant een kool voor moeder Teresa.
Zo gezegd zo gedaan.
Zon, regen en zorgzame schoffels
doen wat ze kunnen.
De kolen groeien als kool.
Maanden vliegen voorbij.
Dankdag voor het gewas.
De zusters van de moeder aan de ‘s Gravendijkwal
vullen hun vrieskisten met onze kolen.
En niet alleen onze kolen!
Zij knakken te dikke prinsessenbonen.
Snijden de beste stukken uit beurse appeltjes.
Zij koken tegen de klippen op
voor al wie honger heeft in Rotterdam.
Zij kijken een gegeven paard niet in de bek.





















