
Gerechtshof wijst onderzoekswensen af in zaak dodelijk ongeval Alblasserdam; inhoudelijke behandeling in september
NieuwsAlblasserdam/Den Haag – Het gerechtshof in Den Haag heeft maandag tijdens een regiezitting de onderzoeksverzoeken van justitie en van de verdachte afgewezen in de strafzaak tegen Abdelghafour El B. uit Papendrecht.
De man wordt verdacht van het veroorzaken van een fataal verkeersongeval op de Edisonweg in Alblasserdam in de nacht van 6 mei 2022. Daarbij kwamen Esmee (19) en Ilse (18) uit Alblasserdam, die op een scooter de Edisonweg overstaken, om het leven. De inhoudelijke behandeling van de zaak is nu vastgesteld op maandag 8 september. Daarmee lijkt na drie jaar van juridische procedures eindelijk een afronding in zicht.
Opnieuw
De zaak keerde vorig jaar terug op de rol na een vernietigend arrest van de Hoge Raad, die oordeelde dat het eerdere oordeel van het hof, waarbij El B. werd veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf, onvoldoende was gemotiveerd. Daardoor moet het hof de zaak opnieuw inhoudelijk beoordelen door het Gerechtshof Den Haag.
Bijrijder horen
Tijdens de regiezitting gaf het hof aan dat de inhoudelijke behandeling in september kan plaatsvinden zonder aanvullend onderzoek. Een verzoek van het Openbaar Ministerie om de bijrijder van El B. onder ede te horen bij de rechter-commissaris, werd afgewezen. Volgens de advocaat-generaal is het relevant om de bijrijder alsnog onder ede te horen, omdat hij mogelijk bereid is méér of anders te verklaren dan eerder.
“Het tijdsverloop kan daar verandering in brengen”, zo stelde het OM. De bijrijder was tijdens het ongeval direct aanwezig in de auto en zou mogelijk iets kunnen zeggen over het rijgedrag van El B. en over uitlatingen die zijn gedaan tijdens of direct na de rit. De bijrijder is destijds na het ongeval weggegaan.
Omgedraaide borden
Ook het verzoek van de verdediging om getuigen te horen over mogelijk omgedraaide snelheidsborden op de Edisonweg kreeg nul op het rekest. Volgens het hof bieden de verzoeken onvoldoende toegevoegde waarde. De voorzitter van het hof zei daarover: “Geen van de voorgestelde getuigen kan iets verklaren over de feitelijke situatie op het moment van het ongeval. Bovendien is kort na de aanrijding door de politie vastgesteld dat de borden gewoon op hun plaats stonden.” Volgens het hof kan tijdens de inhoudelijke behandeling worden besproken of de verdachte al dan niet in de veronderstelling verkeerde dat de snelheidsbeperking gold.
“Vind het heel erg”
De verdachte, die zich momenteel in de laatste fase van zijn detentie bevindt, was aanwezig tijdens de zitting. Hij krijgt met enige regelmaat verlof en is dus inmiddels al meerdere keren tijdelijk op vrije voeten geweest. In een korte verklaring zei hij: “Ik vind het heel erg voor de familie en de nabestaanden dat het allemaal zo lang moet duren.”
Doodslag
De advocaat-generaal gaf aan dat het Openbaar Ministerie nog altijd uitgaat van doodslag, omdat El B. volgens de aanklacht opzettelijk met veel te hoge snelheid en door rood licht is gereden. Hem wordt verweten dat het ongeluk door zijn schuld en zijn roekeloosheid is veroorzaakt. De advocaat van El B. betoogde dat zijn cliënt dacht dat de snelheidsbeperking niet gold, omdat er op dat moment geen wegwerkzaamheden meer waren. Volgens de verdediging is sprake van een ernstige inschattingsfout, maar niet van opzet of roekeloosheid.
Nabestaanden
De voorzitter van het hof stond aan het begin van de zitting nadrukkelijk stil bij de emotionele belasting van het proces voor de nabestaanden. “We zijn ons ervan bewust dat dit voor u heel veel energie kost, veel herinneringen oproept en u opnieuw confronteert met 6 mei 2022. Maar het recht moet zijn beloop hebben. Vandaag moeten we nogmaals kijken of er reden is voor aanvullend onderzoek. En dat betekent dat we opnieuw terug moeten naar die ingrijpende dag,” zo zei de voorzitter tegen de nabestaanden.
Inhoudelijke behandeling
De inhoudelijke behandeling staat gepland op maandag 8 september om 09.30 uur in Den Haag. Daarmee lijkt, ruim drie jaar na het ongeval, een afronding van het juridisch proces in zicht te komen.
Eerdere eisen en veroordelingen
In zowel eerste aanleg als hoger beroep eiste het Openbaar Ministerie een gevangenisstraf van tien jaar en een rijontzegging van tien jaar. De rechtbank Dordrecht legde uiteindelijk vijf jaar cel op. Het gerechtshof in Den Haag kwam in hoger beroep tot een straf van zes jaar gevangenisstraf en een rijontzegging van tien jaar.
Volgens het hof had El B. met zijn rijgedrag de aanmerkelijke kans op een dodelijk ongeval bewust aanvaard, waarmee sprake was van doodslag. De Hoge Raad vernietigde die uitspraak, omdat de motivering voor het opzet juridisch onvoldoende was onderbouwd, en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling.’
52 keer beboet
Na het ongeval kwam aan het licht dat El B. ook vóór de fatale nacht al bekend stond als veelpleger in het verkeer. Uit gegevens van het Centraal Justitieel Incassobureau bleek dat hij tussen januari 2018 en april 2022 maar liefst 52 keer is beboet voor uiteenlopende verkeersovertredingen.
De officier van justitie somde tijdens een eerdere zitting onder meer op: snelheidsovertredingen tot 48 kilometer per uur te hard, rijden door rood licht, rijden over de vluchtstrook, mobiel bellen achter het stuur, het negeren van een rood kruis, en zelfs een geval waarbij hij met 90 km/u door de bebouwde kom reed terwijl een voetganger opzij moest springen.
Volgens het Openbaar Ministerie gebruikte El B. zijn auto als een ‘wapen in het verkeer’. Na de aanrijding reed El B. eerst honderden meters verder. Daar besloot de man alsnog te stoppen en terug te lopen naar de aangereden tieners. De bijrijder ging er vandoor. Hij is hier niet voor vervolgd door justitie.
















