
Sleeuwijkse wisseling van de wacht: ‘KNVB maakt het dorpsclubs niet gemakkelijk’
SportEETHEN/SLEEUWIJK • Een Sleeuwijker wordt de nieuwe trainer van GDC, terwijl de huidige trainer van GDC de overstap maakt naar Sleeuwijk.
Maarten de Bruijne wordt de nieuwe trainer van GDC. De Sleeuwijker maakt de overstap van VVAC naar de Eethense derdeklasser. Hij is de opvolger van de ervaren Gerrit Molenaar, die de stap naar Sleeuwijk maakt. Hij tekent bij de tweedeklasser een contract voor een jaar.
De ervaren Molenaar was eerder als trainer verbonden aan clubs als Sliedrecht, ASV Arkel, Herovina, Be Ready, RKC Waalwijk, Willem II en Kozakken Boys (bij de laatstgenoemde drie in de jeugdopleiding), ASH, HSSC’61 en nu voor het vierde jaar bij GDC. Voordeel is dat Molenaar de streek kent. De inwoner van Hank is bovendien binnen tien minuten op het Sleeuwijkse sportpark De Roef.
Ongeslagen lijstaanvoerder
De weg van de veel jongere Maarten de Bruijne is heel wat korter. VVAC is zijn eerste club als hoofdtrainer. Toch maakte hij, nu in het derde seizoen in de Alblasserwaard, al genoeg mee. Vorig seizoen redde hij het net niet door de versterkte degradatieregeling en degradeerde in de finale van de nacompetitie met Voetbalvereniging Alblasserwaard Centrum naar de vierde klasse. Daarin is hij met zijn team nu de ongeslagen lijstaanvoerder en zou straks zomaar een derdeklasser kunnen achterlaten.
Club met een eigen gezicht
Sleeuwijk en Gerrit Molenaar snuffelden al eerder aan elkaar. “Dit is een mooie club om als trainer te werken. Een club met een eigen gezicht en veel eigen jeugd, die om opleiding vraagt. Dan kan zo’n club een keer bij mij uitkomen. Ik begrijp dat spelers vanuit de regio graag bij Sleeuwijk aansluiten. Dat gebeurt ook regelmatig, met spelers als Toine van der Pijl en Dylan van der Pluijm. Er staat een homogene groep, die veel voor elkaar over heeft.”
Geen vergoedingen aan spelers
De ster van coming man Maarten de Bruijne rijst snel. Een handvol clubs wilde graag met de voormalig middenvelder van Sleeuwijk en Altena in gesprek.
“Zeker een luxepositie, want er zijn veel trainers die niet aan een club kunnen komen. Ik schijn iets te hebben afgedwongen. Bij verschillende clubs kon ik aan de slag.”
De Bruijne ziet een parallel tussen VVAC en GDC. Beide clubs krijgen spelers uit vijf verschillende dorpskernen binnen. “Het niveau van de eerste elftallen lijkt mij vergelijkbaar. Het zijn nette clubs, die nooit zullen overgaan tot het geven van vergoedingen aan spelers. Ik hou ervan om met een groep hard te werken en samen een band op te bouwen.”
Molenaar kent alle clubs uit de regio op zijn duimpje. “De KNVB maakt het de dorpsclubs niet gemakkelijk. Zij kunnen vrijwel allemaal slachtoffer worden van die versterkte degradatieregels. En het is niet eerlijk, want kijk bij clubs als Dongen waar talenten van het O23-team gewoon bij het eerste zaterdagteam mogen aansluiten. De KNVB staat dat toe.”
Serieus in de problemen
Molenaar zit veertig jaar in het vak. Niet voor niets kreeg hij vorig voorjaar van de KNVB de zilveren speld. Dat is voor de inwoner van Hank, in het dagelijks leven hoofd logistiek bij de Koninklijke Militaire Academie in Breda, de beloning voor veertig jaar lang (jonge) spelers opleiden. ‘Als de jeugd verandert, moet je mee veranderen’, was altijd zijn credo. Zelfs hij krijgt steeds meer moeite om de ontwikkelingen te volgen.
“Bij GDC zit ik nu serieus in de problemen. Door blessures en schorsingen mis ik zes spelers en onlangs kreeg ik te horen dat er ook nog een paar op wintersport gaan. Ik weet straks wel waar wij uitkomen. Dat wordt niet gemakkelijk.”
‘Ik ga voor mijn eerste kampioenschap’
Maarten de Bruijne gaat met VVAC voor de titel, maar zal de verrichtingen in Eethen met meer dan gemiddelde belangstelling volgen.
“Ik heb er vertrouwen in dat GDC zich op het huidige niveau handhaaft. De verschillen zijn in die klasse heel klein. Een paar keer winnen en je staat bovenin. Een paar verliespartijen en je zit weer bij de groep degradatiekandidaten. Het wordt superspannend, maar ik werk nu nog bij VVAC en ga voor mijn eerste kampioenschap.”
Wout Pluijmert






















