
De juiste schroef voor iedere klus: zo kies je het juiste bevestigingsmateriaal
Zakelijk-nieuws-landelijkEen kast die scheef aan de muur hangt of een plank die na een winter loszit, is vaak terug te voeren op één ding: de verkeerde schroef. Het aanbod lijkt eindeloos, met verschillende koppen, draden, lengtes en coatings. Toch is de juiste schroef kiezen geen kwestie van gokken. Wie weet in welk materiaal geschroefd wordt, welke belasting de verbinding krijgt en in welke omgeving die zit, maakt in een paar stappen de goede keuze.
Waar een schroef uit bestaat
Elke schroef heeft dezelfde basisonderdelen: een kop, een schacht met schroefdraad en een punt. De vorm van elk van die onderdelen bepaalt waarvoor de schroef geschikt is. Een scherpe punt en grove draad zijn gemaakt voor hout, terwijl een boorpunt zich direct door dun plaatstaal werkt.
Bij de schroefdraad is het verschil tussen deeldraad en volledige draad belangrijk. Een schroef met deeldraad heeft een glad stuk onder de kop, waardoor twee delen hout stevig tegen elkaar worden getrokken. Een volledige draad grijpt over de hele lengte in het materiaal en wordt vaak gebruikt bij het bevestigen van beslag of in plaatmateriaal.
De maat van een schroef wordt aangeduid met diameter maal lengte in millimeters, bijvoorbeeld 4x40. In een assortiment schroeven wordt die aanduiding vrijwel altijd vermeld, samen met het type kop en de aandrijving. Een veelgebruikte vuistregel is dat de schroef minstens twee keer zo lang is als de dikte van het materiaal dat wordt vastgezet, zodat er voldoende draad in de ondergrond grijpt.
Kop en aandrijving
Een verzonken kop komt gelijk met het oppervlak te liggen en is de standaard bij hout en plaatmateriaal. Een bolkop of cilinderkop blijft zichtbaar boven het materiaal en wordt gebruikt bij beslag zonder verzinkgat of wanneer de schroef in het zicht blijft. Constructieschroeven hebben vaak een brede tellerkop, die een groter draagvlak geeft en voorkomt dat de kop in het hout wordt getrokken.
De aandrijving is de uitsparing in de kop waarin de bit valt. Kruiskopschroeven bestaan in twee varianten: Phillips (PH) en Pozidriv (PZ). Die lijken sterk op elkaar, maar met een verkeerde bit is de kop snel beschadigd, dus het loont om goed te kijken welke variant in de verpakking zit.
Torx (TX), met een stervormige uitsparing, wordt steeds vaker toegepast. De bit zit stevig in de kop en schiet minder snel uit, waardoor een accuboormachine meer kracht kan overbrengen. Vooral bij lange schroeven en hard materiaal maakt dat een merkbaar verschil.
Schroeftypen per materiaal
Spaanplaatschroeven zijn de allrounders voor hout en plaatmateriaal zoals spaanplaat, MDF en multiplex. Ze hebben een scherpe punt en een relatief grove draad en zijn geschikt voor het meeste klus- en montagewerk in huis. Voor vlonders en ander buitenhout bestaan speciale vlonderschroeven, vaak van roestvast staal en met een kop die netjes in het hout verzinkt.
Voor gipsplaat zijn snelbouwschroeven ontwikkeld. De variant met grove draad is bedoeld voor bevestiging op houten regels, de variant met fijne draad voor metalen profielen. De kop is zo gevormd dat het karton van de plaat niet scheurt wanneer de schroef op diepte komt.
In steen en beton is een gewone schroef niet genoeg: daar is een plug nodig die in een voorgeboord gat uitzet. Nylon pluggen werken goed in beton en massieve baksteen, terwijl voor holle wanden en gipsplaat speciale hollewandpluggen bestaan. Betonschroeven vormen een uitzondering, want die snijden hun eigen draad in een voorgeboord gat en hebben geen plug nodig.
Voor metaal zijn er plaatschroeven, ook wel parkers genoemd, die in een voorgeboord gat hun eigen draad tappen. Zelfborende schroeven hebben een boorpunt en gaan in één handeling door dun plaatstaal. Dat maakt ze populair bij het monteren van dakplaten en metalen profielen.
Binnen of buiten: de juiste coating
Het materiaal en de coating van een schroef bepalen hoe goed die bestand is tegen vocht. Elektrolytisch verzinkte schroeven, herkenbaar aan hun zilverachtige of gele glans, zijn bedoeld voor droge ruimtes binnenshuis. In een vochtige schuur of buitenomgeving gaan ze na verloop van tijd roesten.
Thermisch verzinkte schroeven hebben een aanzienlijk dikkere zinklaag en zijn geschikt voor buitengebruik, bijvoorbeeld bij constructiehout. Roestvast staal biedt de beste bescherming tegen corrosie. RVS A2 volstaat voor de meeste buitentoepassingen, terwijl A4 beter bestand is tegen zoute en chloorhoudende omgevingen, zoals in kustgebieden of rond een zwembad.
Let bij buitenwerk ook op de combinatie met de houtsoort. Eiken, douglas en veel tropische hardhoutsoorten bevatten looizuren die met gewoon staal reageren. Dat geeft zwarte vlekken rond de schroefkop en tast de schroef zelf aan, waardoor RVS bij deze houtsoorten de verstandige keuze is.
Veelgemaakte fouten voorkomen
Splijtend hout is een van de meest voorkomende ergernissen bij het schroeven. Voorboren met een boortje dat iets dunner is dan de kern van de schroef voorkomt dat, vooral bij hardhout, dunne latten en dicht bij de rand of kopse kant. Een verzinkboor maakt bovendien ruimte voor de kop, zodat die netjes gelijk met het oppervlak komt.
Te hard aandraaien is een tweede valkuil. Een accuboormachine met instelbare slipkoppeling laat de schroef op de juiste diepte stoppen, zodat de draad in spaanplaat of zacht hout niet doldraait en gipsplaat heel blijft. Begin bij een lage stand en verhoog die stap voor stap tot de kop precies op de gewenste diepte komt.
Houd bij zware toepassingen, zoals een wandkast of tv-beugel, rekening met het draagvermogen van zowel de wand als de plug. Fabrikanten van pluggen en beugels geven aan voor welke ondergrond en belasting hun product geschikt is. Wie twijfelt, kiest een zwaardere plug of meer bevestigingspunten en controleert vooraf met een leidingzoeker of er leidingen of kabels in de wand lopen.






















