
Wat sensoren boeren kunnen vertellen over bodem, water en temperatuur
Zakelijk-nieuws-landelijkOp het land merk je veel vanzelf. Een perceel wordt na een natte week moeilijker begaanbaar, de grond droogt in het voorjaar soms verrassend snel uit en in een stal kan het op een warme middag heel anders aanvoelen dan vroeg in de ochtend. Alleen kun je niet op ieder moment overal kijken. Zeker niet wanneer een bedrijf meerdere percelen, gebouwen of opslagruimtes heeft.
Daar kunnen sensoren iets toevoegen. Ze houden bijvoorbeeld bodemvocht of temperatuur bij en sturen die metingen door. Het interessante zit niet zozeer in één getal op een scherm, maar in het verloop. Juist na een paar dagen of weken wordt zichtbaar hoe snel een waarde verandert en wanneer iets afwijkt van wat normaal is.
Bodemvocht volgen zonder steeds het land in te gaan
Neem bodemvocht. Wie op dinsdag één meting doet, weet hoe de situatie er op dat moment uitziet. Een sensor die op dezelfde plek blijft meten, laat ook zien wat er daarna gebeurt. Hoe reageert de bodem op een flinke regenbui? Hoe snel loopt het vochtgehalte terug tijdens een droge periode? En blijft het ene deel van een perceel langer nat dan het andere?
Voor het doorsturen van zulke kleine hoeveelheden informatie zijn binnen de IoT oplossingen van Odido verschillende verbindingstechnieken beschikbaar. NB-IoT is daar één van. Deze techniek is bedoeld voor apparaten die beperkte hoeveelheden data verzenden en daarbij zuinig met energie moeten omgaan. Odido noemt onder meer sensoren voor bodemvocht en temperatuur als voorbeelden van toepassingen. Dat past bij een meetpunt dat lange tijd op dezelfde plek staat en zo nu en dan een meetwaarde verstuurt. Een tracker op een voertuig of een apparaat dat veel meer gegevens verwerkt, stelt weer andere eisen aan de verbinding.
De plek waar je meet blijft minstens zo belangrijk als de techniek. Een sensor aan de rand van een perceel hoeft weinig te zeggen over een lager gelegen stuk verderop. Ook de diepte waarop bodemvocht wordt gemeten maakt uit. Wie bruikbare informatie wil, moet dus eerst bedenken welk deel van de bodem of welk stuk land hij daadwerkelijk wil volgen.
Water is in de Alblasserwaard nooit ver weg
Voor boeren in de Alblasserwaard is waterbeheer dagelijkse praktijk. In natte perioden kan de draagkracht van een perceel veranderen, terwijl tijdens langere droogte juist andere problemen spelen. Eén waterstand vertelt dan maar een klein deel van het verhaal. Een reeks metingen laat veel beter zien hoe snel omstandigheden reageren op regen, droogte of een ingreep in het watersysteem.
Bij de regionale pilot met drukdrainage worden metingen bijvoorbeeld gebruikt om de effecten van waterbeheer verder te onderzoeken. Dat soort projecten maakt meteen duidelijk waarom meten over langere tijd interessant is. Het gaat niet om de vraag of het grondwater vandaag een bepaalde hoogte heeft, maar om wat er gebeurt wanneer omstandigheden veranderen.
Op het eigen bedrijf kan dezelfde gedachte worden toegepast. Een sensor vertelt niet wanneer vee naar buiten kan of wat het juiste moment is om het land op te gaan. De metingen kunnen wel laten zien dat een situatie sneller of juist langzamer verandert dan verwacht. De boer blijft degene die die informatie naast ervaring, weersverwachting en de toestand van het perceel legt.
Sensoren hoeven niet altijd buiten te staan
Ook in een stal, opslagruimte of technische ruimte kan meten zinvol zijn. Temperatuur en luchtvochtigheid veranderen gedurende de dag en zijn niet in iedere hoek van een gebouw hetzelfde. Een sensor kan zo’n waarde blijven volgen zonder dat iemand telkens handmatig hoeft te controleren.
Daarbij hoeft een dashboard niet de hele dag open te staan. Soms is alleen een melding bij een opvallende verandering nuttig. Denk aan een temperatuur die boven een ingestelde grens komt of een waarde die in korte tijd veel sneller verandert dan normaal. Dat levert vaak meer op dan een lange stroom metingen waar niemand naar kijkt.
Hoe vaak er gemeten moet worden, hangt eveneens van de toepassing af. Bodemvocht verandert meestal niet van seconde tot seconde. Daar kan een ruimere meetinterval prima passen. Bij een situatie waarin een snelle verandering direct gevolgen kan hebben, ligt vaker meten meer voor de hand.
Een goede sensor kan op de verkeerde plek toch weinig vertellen
De montageplaats verdient meer aandacht dan hij soms krijgt. Zet een temperatuursensor in direct zonlicht en de meting kan vooral iets zeggen over die zonnige plek. Plaats een bodemvochtsensor op een onhandige diepte en je volgt misschien een bodemlaag die voor de vraag nauwelijks relevant is.
Wageningen University & Research werkt met sensoren voor onder meer bodem, klimaat, gewassen en machines en test zulke systemen ook onder praktijkomstandigheden. Dat laatste is belangrijk. Een apparaat dat op de werkbank keurig gegevens doorstuurt, moet buiten tussen grond, vocht, metaal of beton nog steeds doen waarvoor het bedoeld is.
Het is daarom verstandig om na plaatsing niet alleen te controleren of er getallen binnenkomen. Vergelijk de metingen ook met wat er daadwerkelijk op die plek gebeurt. Een vreemde uitschieter kan een echte verandering zijn, maar net zo goed het gevolg van een verschoven, beschadigde of verkeerd geplaatste sensor.
Eerst de vraag en daarna pas de techniek
Wie zich voor het eerst in sensoren verdiept, kan al snel verdwalen in meetapparatuur, verbindingen en dashboards. De eenvoudigste start is meestal een veel praktischere vraag. Wat wil je weten dat je nu niet goed of niet vaak genoeg kunt zien?
Misschien gaat het om de snelheid waarmee een perceel na regen opdroogt. Misschien wil je temperatuurverschillen in een opslagruimte volgen of eerder merken dat een waarde onverwacht verandert. Zodra die vraag duidelijk is, wordt ook makkelijker te bepalen waar een sensor moet staan, hoe vaak hij moet meten en hoe de gegevens moeten worden doorgestuurd.
Meer sensoren betekenen namelijk niet vanzelf meer inzicht. Eén goed gekozen meetpunt dat antwoord geeft op een concrete vraag kan in de dagelijkse praktijk waardevoller zijn dan een dashboard vol cijfers waar uiteindelijk weinig mee gebeurt.






















