
Doorbraak in stikstofcrisis? Collectieve aanpak boeren Alblasserwaard ‘is uniek’
Nieuws 4.011 keer gelezenRegio - Eerst de vergunningen voor boeren regelen. Vervolgens niet bij elk boerenbedrijf afzonderlijk, maar collectief in vijf jaar de uitstoot van stikstof terugdringen. Met deze voor Nederland unieke opzet willen de gemeente Molenlanden en de boeren in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden voor een doorbraak zorgen.
De toon is opmerkelijk positief. Er ligt nu al bij de provincie Zuid-Holland de vraag om geld om met de eerste groep van vijftig boeren aan de slag te gaan met dit plan. Vanzelfsprekend is dat niet. Een anderhalve maand geleden was ‘uitzichtloos’ een betere omschrijving van de stand van zaken.
De boeren in de streek en de gemeente Molenlanden, die al jaren gezamenlijk optrekken in dit dossier, stonden op sommige momenten op het punt om de pijp aan Maarten te geven. “Het paard waaraan we trokken, was nog niet dood, maar het scheelde niet veel”, vatten wethouder Jan Lock en Gerrit de Jong, voorzitter van boerenorganisatie LTO het voor wethouder Jan Lock en de boerenwerkgroep LTO Alblasserwaard-Vijfheerenlanden.
Het artikel gaat hieronder verder.
‘Eerst moeten alle boeren een geldige vergunning krijgen’
Maar er kwam een doorbraak. De vaak hoog oplopende discussies leidden er uiteindelijk toch toe dat er een plan op tafel kwam. Om in de beeldspraak te blijven: het betekende haver en water voor het zieltogende paard. De eerste pijler is de volgorde. Om stikstofuitstoot terug te brengen en daarmee recht te krijgen op een (geldige) natuurvergunning zijn investeringen noodzakelijk. Maar zonder vergunning dat geld uitgeven of er een hypotheek voor kunnen krijgen, is simpelweg niet haalbaar.
“Daarom hebben we gezegd: eerst moeten alle boeren een geldige vergunning krijgen. Ook binnen het ministerie ziet men dit inmiddels als de enig mogelijke aanpak.”
Vijf jaarlijkse tranches
Net zo belangrijk: in plaats van de stikstofuitstoot per individuele boer te beoordelen, is het plan om juist naar het collectief te kijken. In vijf jaarlijkse tranches werken groepen boeren toe naar het gestelde doel. “Het idee is om daarvoor elk jaar met een groep van tussen de 50 en 75 boeren aan de slag te gaan. Elke groep heeft een opgave. Niet vrijblijvend, want als het niet lukt, staan de vergunningen op het spel. Groot voordeel is dat waar je als boer afzonderlijk het niet redt, kan dat in gezamenlijkheid wel. We maken gebruik van de kracht van het gemiddelde.”
De Rabobank is van groot belang: zij moeten het vertrouwen hebben om financiering te regelen
Een unieke strategie in Nederland, zo omschrijven Lock en De Jong het. Zeker zo bijzonder is de steun die het plan nu al krijgt. Want we hebben het niet over één paard dat op gang moet komen, maar eerder over een heel span. ‘De voorgestelde aanpak wordt ondersteund door het ministerie van LVVN, provincie Zuid-Holland en de Rabobank’, valt te lezen in de raadsinformatiebrief. Wethouder Lock: “De Rabobank is van groot belang: zij moeten het vertrouwen hebben om financiering te regelen.”
Gezamenlijkheid is en blijft het fundament
Zij zijn niet de enigen. In de Regiegroep Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, die groen licht gaf voor het plan, zitten ook clubs als Staatsbosbeheer, het Gebiedsplatform, Den Hâneker en de Natuur- en Vogelwacht. Die gezamenlijkheid is en blijft het fundament.
“Neem de boerenwerkgroep. Daar is echt elke soort boer in vertegenwoordigd. Na de bijeenkomst op 17 november, waar 170 boeren aanwezig waren, hebben zich spontaan zelfs een aantal van de twijfelaars gemeld om zich aan te sluiten. En twaalf melkveehouders gaven toen al aan mee te willen doen aan de eerste tranche. We wachten daarin trouwens niet af. De planning is om in het eerste kwartaal van 2026 de eerste coöperatie up and running te hebben, los van het al dan niet beschikbaar stellen van geld door de provincie.”
Toetsen bij Raad van State
Ja, het paard zet voorzichtig de ene hoef voor de andere. Maar er wacht het dier geen weg zonder hindernissen. Zoals in de raadsinformatiebrief staat: ‘We gaan ontdekken of wat we gaan doen ook juridisch houdbaar is. Dat is nog niet voor honderd procent zeker.’ De Jong: “We hebben het aanbod gehad om dit vooraf te toetsen bij de Raad van State. Dat is zeer belangrijk, omdat je er niet halverwege achter wil komen dat deze oplossing bij de rechter geen stand houdt.”





















